Wat ik leerde van de man met de gezichtstatoeage

Wat zitten we als mensen in deze fysieke wereld toch eigenlijk merkwaardig in elkaar. En wat een handicap is het toch eigenlijk in heel veel opzichten dat onze ‘gewone’ zintuigen, waaronder in het bijzonder ons fysiek visuele vermogen, zo veel invloed op ons hebben.

Enige tijd geleden las ik op de facebookpagina van een vriend een interessante opmerking, afkomstig van een man die, zo schreef hij, een gezichtstatoeage heeft. Deze man schreef dat hij zijn tatoeage – die hij om geheel eigen, bewuste redenen gekozen had – als een filter ervoer; niet als een filter waar hij zich achter verschuilt, maar als een filter dat vóór hem ‘werkt’, in de zin dat het mensen van hem weg houdt die niet in staat zijn door zijn uiterlijke aspecten heen te kijken. Dit ‘filter-effect’ was geen deel geweest van zijn redenen om de betreffende tatoeage te laten zetten maar was wel een heel duidelijk en specifiek effect ván die tatoeage.

Na mijn eerste tijdens het lezen al heel snel opkomende reactiegedachte die zo ongeveer luidde als ‘Oeh, een gezichtstatoeage, da’s heftig’ realiseerde ik me dat deze man iets heel interessants aankaartte en dat het wáár is wat hij zei.

We kunnen er vrijwel niet aan ontkomen dat we diréct een gedachte hebben óver wat we zien aan iemand. En in veruit de meeste gevallen is dat geen gedachte die neutraal van aard is, maar een gedachte die een persoonlijke mening die wij hebben verwoordt. En in veel gevallen zullen we, als we eerlijk naar onszelf zijn, moeten toegeven dat het dan niet vaak slechts een mening betreft, maar zelfs een oordeel dat we op de persoon in kwestie plakken. Waarmee we de ander geen recht doen én we onszelf de kans ontnemen die ander te zien, echt te zien, voor wie hij of zij ís – ongeacht en vrij van hoe hij of zij eruit ziet.

George Nuku met Ta Moko

In een fractie van een seconde vormt zich in ons een gedachte over datgene wat we zien. In split seconds wordt vaak, innerlijk, een oordeel geveld, heel ‘primair reactief’ en puur op grond van wat we zien en wat wíj daarvan vinden. Soms verwoorden we datgene wat we dan denken expliciet, waarmee we een ander iets geven wat in wezen niets over die ander zegt en alles over óns zegt, en soms verwoorden we datgene wat we dan denken niet expliciet, hetgeen echter geen enkele indicatie is van wat er ín ons evengoed wél gebeurt, reeds op het moment dat we de gedachte hebben, en dat onze interactie met die andere persoon niet *niet* kan beïnvloeden.
Er gebeurt zó veel, in onszelf en in de dynamiek van de interactie met de ander, dat een elkaar ‘volledig in zuiverheid en puurheid ontmoeten’ in feite direct al de das wordt omgedaan zodra we iets zien waar we iets van vinden… en dat vind ik ongelooflijk jammer.

Dat dit ons zo makkelijk overkomt is misschien wel inherent aan ons mens-zijn zoals dat er nu uitziet, maar handig is het niet. Het is spijtig, hoe onbewust we doorgaans zijn van het feit dát dit gebeurt en van de enorme impact die er hoe dan ook van uitgaat. We zijn massaal tegen discriminatie, tegen onderscheid maken op grond van (o.a) uiterlijkheden, vinden grosso modo allemaal dat mensen niet op hun uiterlijk beoordeeld moeten/mogen worden, maar we doen het evengoed allemaal – op wellicht een enkele écht verlichte ziel na – aan de lopende band… in heel subtiele processen, maar daarom niet minder ‘discrimerend’ [letterlijke betekenis: onderscheid makend] en niet minder geen recht doend aan de persoon die boven alles *mens* is, los van uiterlijke aspecten.

We doen het allemaal: onze eigen visie en mening op een ander plakken. En… wanneer we die visie ‘positief’ achten, vinden we het nog helemaal oké om te doen ook! Denk in dit kader aan een compliment dat je iemand geeft vanwege een uiterlijk aspect van die persoon dat je leuk vindt. Zo’n compliment komt zonder twijfel uit een goed hart en wordt met een positieve intentie gegeven, maar ook zo’n compliment zegt in wezen helemaal niks over die ander: het zegt slechts iets over wat jíj ergens van vindt. Daar kan een ander een positief gevoel uit halen, als die persoon het fijn vindt of misschien zelfs nodig heeft bevestigd te worden door iemand anders, maar als je als mens in je eigen autonome kracht en soevereiniteit staat met een gezond gevoel van eigenwaarde en je je oké voelt in je fysieke lichaam, los van hoe dat er uitziet, aangekleed of ‘versierd’ is, is in wezen ook elk compliment afkomstig van een ander compleet overbodig, niet relevant en eigenlijk simpelweg niet ter zake doend. En vanaf dié plek schreef de man met de gezichtstatoeage, toen hij schreef over het filtereffect dat zijn tatoeage met zich meebrengt. En ik dacht: ‘Je hebt helemaal gelijk. Wie niet door uiterlijke aspecten heen kan kijken en meer ‘het vormpje’ ziet dan de mens die ís, ziet joú in feite niet.’

Hoe je er ook uitziet, omdat je er nou eenmaal zo uitziet óf omdat je er om wat voor reden dan ook voor kiest er op een bepaalde manier uit te zien: het zou geen enkel verschil moeten maken in de mate waarin en de wijze waarop mensen je wel of niet benaderen en behandelen. Daar zijn de meesten van ons het over het algemeen behoorlijk over eens en daar zeggen legio mensen ‘naartoe te willen werken’ middels hun processen van persoonlijke en spirituele groei. Maar o, wat staat ons gedrag, onze goede intenties ten spijt, vaak nog haaks op hoe we zeggen in het leven te staan en op hoe we verkondigen dat we vinden dat we met elkaar om zouden moeten gaan…

Ik steek de hand in dezen zeker ook in eigen boezem; niets menselijks is mij vreemd. Maar sinds ik de woorden van de man met de gezichtstatoeage heb gelezen en ik me bewust werd van de waarheid van zijn woorden, probeer ik veel bewuster dan voorheen om te gaan met de reacties die ik in mezelf voel opkomen direct nadat mijn fysieke ogen iets aan iemand gezien hebben – wat dan ook – dat een gedachte, een mening of een oordeel in mij triggert. Ik probeer de gedachten die dan opkomen ‘in hun kraag te pakken’, te ‘onderscheppen’ als het ware, opdat ik zo min mogelijk nog in de valkuil stap van primair reactief reageren op dat wat mijn ogen waarnemen. Op die manier geef ik mezelf niet alleen de kans bewuster te reageren dan ik anderszins zou doen maar creëer ik ook ruimte om te komen tot een communicatie die zuiverder van aard is omdat zij minder ‘vervuild’ wordt door invullingen, aannames en projecties waar ik me niet goed van bewust ben maar die wel ‘zomaar’ in mijn reacties kunnen doorsijpelen – en die er dan toe leiden dat ik ‘mijn dingen’, onbewust en onbedoeld, projecteer op de ander, waardoor ik de ander op dat moment per definitie niet meer zie voor de persoon die hij of zij is. Sinds ik de woorden van de man met de gezichtstatoeage heb gelezen ben ik er goed van doordrongen: of ik nu ‘negatieve’ of ‘positieve’ gedachten ervaar naar aanleiding van wat ik zie aan, of bij, een ander: wat mijn gedachten ook zijn, zij zeggen in wezen helemaal niets over die ander – en alles over mij.

En zo leerde ik iets belangrijks van een complete stranger, een man met een gezichtstatoeage. Een ziel die me, zonder dat hij het wist, een mooi stuk inzicht en een prachtig stuk wijsheid aanreikte. En daar ben ik dankbaar voor, los van wat mijn ogen wel of niet zien als ik om me heen kijk en los van alle gedachten, meningen en oordelen die dan in mij geraakt kunnen worden. Het doet me ook denken aan een uitspraak die ik iemand jaren geleden eens hoorde bezigen: “Wat je vindt, mag je houden”. We zijn vrij om overal iets van te vinden, en wát we ergens van vinden mogen we helemaal zelf weten. Maar we doen er verstandig aan ons te realiseren dat onze meningen en oordelen primair iets over óns zeggen, dat ze ons gedrag vaak meer, diepgaander en sneller beïnvloeden dan we doorgaans in de gaten hebben – met gevolgen die zowel voor onszelf als voor anderen onprettig of simpelweg spijtig kunnen zijn – én dat het heel gezond is jezelf er af en toe aan te herinneren dat je niet alles wat je vindt (ongevraagd) aan een ander hoeft mede te delen. Het is een gezonde gewoonte af en toe tegen jezelf te zeggen: “Wat je vindt, mag je houden”. En als je het bij jezelf houdt en bereid bent te onderzoeken wat dit over joú zegt, zul je ontdekken dat er vaak veel meer waarde gelegen is in het op déze manier omgaan met je primaire innerlijke reacties dan in het reageren vanuit je primaire innerlijke reacties.

Wat we ook vinden van dat wat onze ogen zien wanneer we naar een ander kijken: laten we pogen onze innerlijke reacties wat meer aan te wenden om ons bewust te worden van wat er in óns gebeurt dan dat we die innerlijke reacties leidend laten zijn in onze interacties met anderen. Dit kan ontzettend waardevol zijn voor onszelf en het laat de ander meer in zijn of haar waarde. 🙂

Opnieuw

Jezelf opnieuw uitvinden, telkens weer.
Jezelf onder de loep leggen, kijken wie je inmiddels geworden bent
en voelen of wat je doet
nog wel in lijn is met wie, en waar op je pad, je nu bent.

Voelen hoe het voelt, nu.
Objectief kijken naar wat stroomt en wat niet, en naar waarom dat zo is.
Luisteren naar de fluistering van je ziel
die precies weet hoe jouw pad zich verder mag ontvouwen.

Beseffen dat je sommige dingen moest doen
omdat je ziel die ervaringen nodig had –
niet omdat in die activiteiten je levensmissie besloten ligt,
maar omdat je die ervaringen, stuk voor stuk, nodig had om invulling te kunnen geven
ààn je levensmissie.

Zien dat dat wat doelen leken
geen doelen op zich waren,
maar fasen op je pad die nodig waren
om zo goed mogelijk vorm te kunnen geven aan wat wél je doel is.

Komen tot de kern, steeds een beetje meer, stap voor stap, laag voor laag.
Jezelf opnieuw uitvinden, telkens weer
omdat niets in deze wereld onveranderlijk is
en ‘jij’ telkens anders bent –
net zoals elk ander onderdeel van de schepping
continu aan transformatie onderhevig.

(14 maart 2014 – 15 mei 2014)

Anders dan ik, anders dan jij

Zij vertelde over roze, maar hij hoorde blauw
omdat hij alleen maar blauw gekend had
en nog nooit roze had gezien.

Hij sprak over paars, maar zij hoorde groen
omdat zij alleen maar ervaringen had met groen
en niet kon begrijpen wat paars was.

Zoals een vis nooit kan begrijpen
hoe het is als een vogel door de lucht te vliegen
en een vlinder nooit kan begrijpen
hoe het is een olifant te zijn
Zo kunnen we nooit volledig begrijpen
hoe het is een ander te zijn
met alles wat die ander heeft meegemaakt
en hem gemaakt heeft tot wie hij nu is,
doet voelen wat hij nu voelt
doet denken wat hij nu denkt
doet geloven wat hij nu gelooft
doet zeggen wat hij nu zegt.

Experiment with pastelsAls ik met jou interageer
probeer ik je te begrijpen
met mijn zintuigen, mijn wezen, mijn hart en mijn ziel
Maar alles wat je zegt of doet,
alle klanken, beelden, geuren, smaken en aanrakingen die je me aanreikt
hoor ik met mijn oren, die gekleurd zijn
door alles wat zij ooit hebben gehoord;
zie ik met mijn ogen, die gekleurd zijn
door alles wat zij ooit hebben gezien;
ruik ik met mijn neus, die gekleurd is
door alles wat ik ooit heb geroken;
proef ik met mijn smaakpapillen,
die gekleurd zijn door alles wat zij eens hebben geproefd;
voel ik met mijn huid, die gekleurd is
door alle aanrakingen die ik ooit heb gevoeld.

Alles wat je me aanreikt, kan ik alleen maar ontvangen
met míjn zintuiglijke systeem, dat gekleurd is
door wat het eerder heeft meegemaakt;
met mijn hart, dat gekleurd is
door wat het eerder heeft ervaren;
met mijn ziel, die gekleurd is
door wat zij eerder heeft meegemaakt;
met mijn hele wezen, dat uniek is
in alles wat zij ooit heeft meegemaakt
en dat per definitie anders is dan het wezen van jou, en van elk ander.

Het is een illusie te denken dat we ooit volledig
kunnen invoelen en begrijpen
hoe de wereld voor een ander is, hoe dingen voor een ander zijn.

Het is een illusie te denken dat we ooit volledig neutraal kunnen zijn
want alles, ALLES, komt bij ons binnen
via de filter die onze ervaringen ons gegeven hebben.

Als ik je vertel over een kleur die jij nooit gezien hebt
zul je nooit echt kunnen begrijpen over welke kleur ik het heb
Je kunt je er alleen maar een voorstelling bij maken
die zich voedt met alles wat jíj ooit aan kleuren gezien hebt.

Als jij me vertelt over een klank die ik nooit gehoord heb
kan ik nooit echt begrijpen hoe die klank klinkt
Ik kan proberen het me voor te stellen
maar die voorstelling kan ik alleen maar bouwen
op grond van die klanken die ik wél ooit heb gehoord.

Alleen ik kan volledig begrijpen hoe dingen voor mij zijn en voelen
en alleen jij kunt volledig begrijpen hoe dingen voor jou zijn en voelen.

Ik ben niet jij en weet niet hoe het is jou te zijn
Wanneer ik probeer me daar een voorstelling van te maken
wordt deze per definitie gekleurd
door alles dat datgene wat mij mij maakt ooit heeft meegemaakt.

En wanneer jij mij probeert te begrijpen, is het precies zo:
elke poging van jouw kant je in te leven in hoe dingen voor mij zijn
wordt gekleurd door alles wat jij ooit hebt meegemaakt,
alles wat jou jou maakt,
in duizenden, miljoenen facetten
anders dan ik.

Neutraliteit is een mooi en volkomen onhaalbaar streven.

We kunnen alleen maar proberen
samen te dansen
met respect voor ieders unieke zijn en percepties
en hopen
dat onze bewegingen elkaar mooi aanvullen
Dat er een eenheid ontstaat bínnen de dans
een eenheid, een geheel, waarbinnen ruimte is
voor alles wat mij mij maakt
en alles wat jou jou maakt
en waarin we elkaar vinden, ontmoeten, beroeren, aanraken
in plaats van steeds verder uit elkaar te gaan dansen.

Gesprek tussen Hart en Hoofd

“Waarom heb je me achter een schild geplaatst?” vroeg het hart.
– “Voor je eigen bestwil” antwoordde het hoofd.
“Hoe dat zo?” vroeg het hart
– “Het schild zal je beschermen tegen pijn” zei het hoofd.

“Weet je dat zeker?” vroeg het hart.
– “Behoorlijk zeker, ja” antwoordde het hoofd.

“Maar vraag je je wel eens af of ik wel blij ben met deze situatie?” vroeg het hart. “Je hebt mij nooit gevraagd of ik achter een schild wilde leven. Je hebt het daar gewoon geplaatst, op de dag dat jij besloot dat dat nodig was.”
– “En vanaf die dag heb je geen hartenpijn meer gehad, toch?” reageerde het hoofd.

tumblr_lzgubxyynl1qm734co1_500“Dat is wat jij denkt” zei het hart. “Maar dat is slechts gedeeltelijk waar. Het is waar dat mij sinds die dag geen pijn meer is aangedaan door mensen die zo dichtbij konden komen dat ze me pijn konden doen. Maar pijn heb ik wel, continu. Want ik ben hier alleen achtergelaten, ben hier helemaal in mijn uppie en niemand, zelfs jij niet, verbindt zich nog met mij. Ik ben een hart, en liefde is mijn levensenergie. Ik ben op m’n best wanneer ik zowel liefde kan geven als ontvangen. Maar niets van dat alles gebeurt nog. Vanwege het schild. Het schild dat jij besloot voor me te plaatsen, zonder mij te vragen hoe ik dat vond. Ik weet dat je het geplaatst hebt vanuit de beste intenties, maar het schild doet me meer kwaad dan goed. Ik ben een hart! Ik moet liefhebben! Liefde voelen! Liefde geven! Liefde ontvangen! Als ik dat niet kan doen, wat voor nut heeft het dan dat ik er überhaupt ben?”

Het hoofd was stil nu. Verward.
Het begreep dat het hart zojuist iets heel belangrijks had gezegd. Maar hoe moest het dan met de angsten? Hoe zat het met bescherming? Zonder het schild zou het hart zo vreselijk kwetsbaar zijn! Het zou gekwetst kunnen worden. Weer. En dat was altijd erg pijnlijk…
– “Maar hart,” zei het hoofd ” zou je werkelijk liever zonder het schild willen leven? Wil je echt dat ik het schild wegneem, waardoor ik je blootstel aan zo veel gevaren, aan de mogelijkheid dat je weer gekwetst wordt?

“Ja” zei het hart. “Want ik ben niet gemaakt om achter een schild te leven. Dan kan ik net zo goed doodgaan. Achter een schild kan ik niets doen van alle dingen die ik te doen hebt. Ik kan niet ademen. Ik kan niet delen. Ik kan mijn energie niet laten stromen. Ik kan niet ZIJN wie ik ben, in feite. Ik begrijp je zorgen, maar begrijp alsjeblieft ook dit: achter het schild zal ik sterven, en dan zal mijn leven zinloos zijn geweest, want dan ben ik niet in staat geweest mijn energie aan de wereld te geven… Ik heb het echt nodig dat je het schild wegneemt. Zodat ik kan LEVEN en ZIJN, volledig, helemaal.
Je zult verrast worden door de dingen die we zullen ervaren zonder schild. Er zijn zoveel GOEDE dingen beschikbaar voor ons, als we dat schild maar zouden weggooien! Vertrouw me! En help me, alsjeblieft… Help me door me te vertrouwen en door aan mijn zijde te staan… Heb vertrouwen dat de kracht van mijn energie veel, veel sterker is dan de kracht van de angsten en zorgen die in jou leven. En weet dat ik, zelfs als ik gekwetst word, altijd in staat zal zijn weer te helen. Vertrouw me. Ik kan het aan. Het is het leven. Als ik het leven niet aan zou kunnen, zou ik hier niet zijn…”

download

Polemiek. Over gevoeligheid en schilden.

Het was een gezin waarin polemiek de rode draad vormde. Altijd was er wel een discussie, altijd lag er wel iemand met iemand anders overhoop. Ze hielden hartstikke veel van elkaar, maar samenzijn leek nooit zonder discussie te kunnen verlopen.

Een ogenschijnlijk vreemde situatie, want als individu waren ze allemaal hartstikke sensitief, supergevoelig. Rijk aan emoties, en in de kern kwetsbaar tot op het bot.

Maar dáár lag nou juist de kern van de polemische manier van omgaan met elkaar. Gevoelig als elk van hen was, was elk van hen hartstikke kwetsbaar – kwetsbaar voor de woorden van anderen, maar vooral voor de gevoelens en emoties van de anderen die ín het eigen systeem zo duidelijk gevoeld konden worden als ze zich daarvoor open stelden.
Dus stelden ze zich liever niet open, en probeerden ze zichzelf te beschermen door vooral veel UITgaande energie in beweging te zetten: sturen, zenden, woorden eruit gooien, richting de ander. En ondertussen vooral heel weinig laten binnenkomen.
Hoe harder en hoe meer je ‘zendt’, hoe sterker het schild dat je om je heen plaatst en waar de energie van anderen niet doorheen kan komen.

Dus daar stonden ze. Elk met een schild om zich heen. Volledig gericht op zenden, want als je zendt kun je niet tegelijkertijd ook ontvangen. Zenden was wat ze deden. Allemaal, vrijwel de hele tijd.
Gericht op de eigen energie op de ander richten; bang om geraakt en gekwetst te worden als ze even zouden stoppen met zenden en hun schilden zouden laten zakken…

En zo leidde gevoeligheid tot polemiek. Leken sensitieve mensen veel harder te zijn dan ze in werkelijkheid waren. Kregen beschuldigingen, projecties, oordelen en opinies de bovenhand en verdween de zachtheid en de warmte van de hartsverbindingen die er éigenlijk waren naar de achtergrond.

Daar stonden ze, te discussiëren en te bekvechten.
Terwijl ze in wezen juist elkaars warmte, elkaars liefde en elkaars nabijheid nodig hadden…
Maar naar dat stuk kwetsbaarheid durfden ze niet te gaan…