What’s in a name?

Met mijn voornaam ben ik altijd erg blij geweest. Zeker sinds de dag dat ik vernam dat mijn ouders destijds getwijfeld hebben tussen Heidi/Hedy en Sharon. Ik ken ontzettend leuke Heidi’s en Hedy’s, maar die twee namen passen zo ontzettend niet bij de persoon die ik voel te zijn, de energie die mijn energie is, dat ik erg blij ben dat de keuze uiteindelijk op Sharon gevallen is. Dat het indirect een vernoeming is naar de door een mafkees vermoorde Sharon Tate is een detail dat ik dan maar op de koop toe neem…

Minder blij ben ik lange tijd geweest met mijn achternaam. Een achternaam die ik nogal saai vond en waar vanuit familiaire stukken nogal wat ‘lading’ aan kleefde, voor mijn gevoel. De Kerstens met wie ik middels een bloedband verbonden ben, zijn namelijk niet allemaal de makkelijkste mensen en hebben een behoorlijk krachtige energie die er niet altijd even verfijnd uitkwam in het verleden. Een kracht die aanzet tot ondernemerschap, tot aanpakken en tot heel hard kunnen werken, maar ook een kracht die nogal makkelijk tot enorme eigenwijsheid met behoorlijk scherpe kantjes kan verworden, zoals ik in de Kerstens van de generatie vóór mij regelmatig heb gezien. En dan kan het dus gebeuren dat je niet zo blij bent met je achternaam, omdat er een ‘lading’ aan kleeft waar je niet mee geïdentificeerd wilt worden.

Toen ik in 2007 het plan oppakte mijn coachingspraktijk te starten, was het verwerken van mijn eigen naam – en dan met name mijn achternaam – in de naam van de onderneming dan ook geen optie, vond ik. Dus ik ging op zoek naar een bedrijfsnaam. Een naam die weerspiegelde waar ik me mee bezig hield binnen mijn praktijk en die ook voor de Italiaanse markt ‘werkbaar’ zou zijn (want ik wist al dat ik mijn werkzaamheden vroeg of laat ook in Italië zou gaan ontplooien). Dat werd uiteindelijk ‘enneadinamica’: een naam die aangaf dat ik me met het enneagram bezighield, vanuit een dynamische visie en werkwijze, en die ik ook prima voor Italië zou kunnen gebruiken. Helemaal goed dus. Enneadinamica moest het worden, en op www.enneadinamica.com en www.enneadinamica.nl verscheen in 2008 mijn website. Ik kon toen niet vermoeden dat er een kleine twee jaar later een proces in gang gezet zou worden dat er uiteindelijk toe leidde dat ik héél anders naar mijn eigen naam zou gaan kijken. Maar dat is wel wat er gebeurde.

In juni 2010 kwam ik in contact met de wondere wereld van het spiritualisme, door deel te nemen aan een cursusweek mediumschap aan het Arthur Findlay College in Engeland. Ik had me voor die week ingeschreven omdat ik een aantal van mijn cliënten beter wilde kunnen begeleiden: cliënten die helderziend, heldervoelend en helderhorend waren en die zich op de één of andere manier tussen januari 2010 en juni 2010 opeens allemaal bij mij aandienden, om door mij gecoacht te worden. Zij kwamen geen van allen in coaching omdat ze mediamieke gaven hadden, maar bij elk van hen kwam ergens gaandeweg het traject hun mediamieke kant ter sprake. En hoewel ik de wereld van het ‘paranormale’ altijd interessant heb gevonden en er zeker ook een bepaalde nieuwsgierigheid naar had, heeft mijn angst voor die onbekende wereld er altijd voor gezorgd dat ik bij direct contact met ‘paranormale verhalen’ de kriebels over mijn rug voelde lopen. En dat gebeurde dus ook tijdens de sessies met deze cliënten, zodra ze over hun ervaringen begonnen te vertellen… Niet tof, niet gewenst en bovendien niet handig. Dus ik besloot dat het anders moest en dat ik meer over de wereld van het paranormale wilde weten, in de hoop dat ik zelf van mijn angsten af zou komen en dat ik mijn cliënten beter zou kunnen begeleiden – zonder kriebels over mijn rug – als ik zou begrijpen waar het nou eigenlijk allemaal over ging. Op naar Het Arthur Findlay College dus, hét gerenommeerde en kwalitatief zeer hoogstaande instituut als je het hebt over mediumschap.

Eenmaal aan het College merkte ik al heel snel dat ik als enige niét daar was omdat ik mijn eigen mediamieke talent wilde ontdekken of onderzoeken. De 90 andere mensen om me heen waren wel met die reden gekomen, maar ik was nog in de veronderstelling dat ik daar louter kwam om kennis op te doen, informatie te verzamelen en op die manier beter te begrijpen waar ‘het paranormale’ nou eigenlijk over ging, puur zodat ik mijn cliënten beter zou kunnen begeleiden en hopelijk zelf van mijn angsten af zou komen. Was dat even een misvatting zeg… Enorm groot was mijn verbazing toen ik ontdekte dat het mediamieke ook een deel van mij was, dat het ook in mij zat. Tijdens de vele oefeningen die we deden viel ik van de ene verbazing in de andere: ik kon mensen readen! En na het doen van een healingsoefening – waarin ik voor mijn gevoel ‘maar wat deed’ – begreep ik van de docente dat zij dacht dat healing geven mijn beroep was, want zo zag het er volgens haar uit. Ze vertelde me dat ik tijdens het geven van de healing in een andere bewustzijnsstaat verkeerde; iets waar ik geen flauw benul van had… En alsof dat allemaal nog niet genoeg pittige indrukken waren om te verwerken, ontdekte ik tot mijn zeer grote verbazing ook nog eens dat ik vrij makkelijk een mediamiek contact kon maken: een contact met een overleden dierbare van iemand, over wie ik vervolgens informatie kon geven.

Die week in Engeland was een ware rollercoaster van ervaringen en van emoties. Een week waarin ik een kant van mezelf ontdekte die me in eerste instantie even behoorlijk ‘overhoop haalde’, omdat ik geen flauw idee had dat dat ook allemaal ‘in mij zat’…  Een week waarin gevoelens van verbazing, verbijstering en verwarring, maar ook gevoelens van vreugde, blijdschap en ‘thuiskomen’ elkaar zeer regelmatig afwisselden. Want temidden van alle verbazing begonnen er ook onzettend veel kwartjes te vallen. Ik begon te begrijpen dat een aantal van mijn ‘eigen-aardigheden’ hiermee te maken had! Ik snapte opeens hoe het kwam dat ik vaak zo feilloos al ‘wist’ wat er in een coachingsessie zou gebeuren, of wat de achterliggende oorzaak van een blokkade van een cliënt was. Ik begreep ineens een groot aantal ervaringen die ik tijdens mijn leven heb gehad en die ik tot dan toe alleen maar als ‘vreemd’ had gezien. En ik zag in dat mijn ‘invoelend vermogen’ over veel méér dan alleen een stuk empathie en een hoge gevoeligheid ging. Ik ontdekte hoe ik eigenlijk ‘altijd al’ mensen healde en kracht gaf, zonder dat ik dat in de gaten had.

In die ene week in Engeland ontdekte ik dat ik sterk helderwetend en heldervoelend ben, dat ik een natuurlijk talent voor healing, reading en het maken van mediamieke contacten heb, dat ik heel makkelijk in een andere bewustzijnsstaat kan gaan en dat dat allemaal ‘vanaf dag 1’ altijd zo geweest moet zijn… Door bepaalde ervaringen in mijn kinderjaren ben ik het echter al op jonge leeftijd gaan ‘wegstoppen’, en vervolgens ben ik het ‘vergeten’. Het wás er allemaal nog steeds, maar ik was me er niet meer van bewust. Het heldere bewustzijn had plaats gemaakt voor angst, voor ‘kriebels’, voor kippenvel over mijn hele lijf als ik met een ‘paranormaal verhaal’ in aanraking kwam of vanuit mijn ooghoeken dingen meende te zien die vervolgens niet te zien waren. Maar nu ik me weer bewust werd van deze kant van mezelf, bleek het er allemaal nog steeds te zijn, klaar om opgepakt, begrepen, gebruikt en verder ontwikkeld te worden. Klaar om weer te worden samengevoegd met alle andere ‘stukjes Sharon’ waar ik me wel van bewust was. Klaar om geïntegreerd te worden, zodat ik weer heel kon worden.

De cursusweek in juni 2010 is een ware mijlpaal en een belangrijk keerpunt gebleken. Het was, uiteindelijk, een week van ‘thuiskomen’: thuiskomen bij mezelf. Ik heb in die week aan het College een belangrijk en wezenlijk deel van mezelf weer gevonden, en omarmd. En dat heeft me heler gemaakt, completer. Zoals ik na terugkomst vertelde aan mijn vrienden en familie: “ik heb op de heenreis naar Engeland in het vliegtuig mijn I-pod verloren, maar ik heb in het College mezelf gevonden” – en dat is een meer dan uitstekende deal.

Maar wat heeft dit nou allemaal met mijn naam te maken? Heel veel, en misschien wel alles. Die juniweek in Engeland, in 2010, is namelijk het begin geweest van een gigantisch transformatieproces waarin ik mezelf heb gevonden, mijn eigen kracht(en) heb ontdekt en een heleboel ‘ballast’ vanuit het verleden heb kunnen loslaten. Een transformatieproces waarin ik ben gaan ontdekken en ervaren wie Sharon Kersten nou eigenlijk werkelijk is, wie zij is als zij heel is en alle delen van zichzelf erkent en omarmt, en wat een enorm, intens gevoel van kracht er tot je beschikking komt door de integratie van eens ‘losgelaten’ delen. De kracht van ‘eindelijk compleet zijn’, eindelijk helemaal jezelf zijn. En hand in hand met dat integratieproces ben ik gaan begrijpen dat niets, maar dan ook niets, een sterkere naam is dan je eigen naam… Mijn eigen naam is de naam die mij, precies zoals ik ben, is gegeven. Het is de naam die mij toebehoort en die een uitdrukking is van wie ik in wezen ben, met alles wat ik in me heb. En wat mijn familieleden die net als ik de achternaam Kersten dragen ook gedaan hebben, ik ben vandaag wie ik vandaag ben mede dankzij mijn voorouders en dus mede dankzij het Kersten-bloed dat door mijn aders stroomt. Zonder de erkenning en omarming van mijn mediamieke kant ben ik niet heel; zonder de acceptatie en omarming van mijn eigen achternaam ben ik dat evenmin. Een afwijzing of veroordeling van welk deel van mezelf dan ook gaat ten koste van mijn heelheid en reduceert per definitie een krachtig zijn wie ik ben. Terwijl acceptatie, erkenning en omarming van alles wat mij mij maakt, mijn achternaam incluis, tot heelheid en authentieke kracht leidt.

Ik ben gaan inzien dat het zoeken naar een naam buiten mezelf in feite liet zien dat ik op zoek was naar een stuk ‘kracht’ dat ik nog niet in mezelf wist te vinden – omdat het me ontbrak aan heelheid en – dus ook – aan kracht. Ik zocht een naam die iets weerspiegelde dat ik passend en krachtig en positief vond; een naam die een aantal dingen over mijn bedrijf en mijn activiteiten vertelde en waar mensen hopelijk een positieve associatie bij zouden hebben. Ik zocht, besef ik nu, een naam die beschreef wat ik dééd, want daar wilde ik – onbewust – mee geassocieerd worden. Maar eenmaal middenin het transformatieproces dat in Engeland in gang is gezet, merkte ik dat ik mezelf niet langer met iets wilde identificereneen model, een werkwijze, een activiteit, een naam die dingen buiten mijzelf beschreef. Ik wilde mezelf nu met mezelf identificeren, met wie ik ben, en met alles wat mij mij maakt. En welk woord, welke term, welke naam kan dat beter doen dan mijn eigen naam? Ik ben gaan beseffen dat niets maar dan ook niets mij beter kan beschrijven dan mijn eigen naam. En dat ik aan geen enkel woord zoveel kracht kan ontlenen als aan mijn eigen naam. Mijn naam is een directe uitingsvorm van wie ik ben, met alles wat ik in me heb en alle kracht en energie die Sharon Kersten Sharon Kersten maakt. Ik ben Sharon Kersten. Daar kan een heleboel over verteld en geschreven worden, maar in de kern zeg ik met dit zinnetje van vier woorden alles: Ik ben Sharon Kersten.

En wat ik momenteel zoal doé en wat mij bezighoudt, dat vind je tegenwoordig op www.sharonkersten.com en www.sharonkersten.nl.

Moeiteloosheid & flow

Over het begrip ‘moeiteloosheid’ en het eraan gerelateerde begrip flow zijn al veel teksten geschreven. Ik kan me nog herinneren dat ik er jaren geleden voor het eerst iets over las en dat ik toen wel gefascineerd was door het concept ‘flow’, maar weerstand ervoer bij de beschrijving van een staat van moeiteloosheid die daaraan gekoppeld werd. Alsof het überhaupt mogelijk zou zijn dat dingen moeiteloos, dus zonder enige moeite, zouden kunnen gebeuren of tot stand konden komen… Ik vond het nogal ‘zweverig geklets’ en kon niet zo veel met het begrip moeiteloosheid.

Het resoneerde ook in het geheel niet met mijn toenmalige referentiekader, weet ik nu. Mijn referentiekader was geschapen door een heleboel ervaringen die me alleen maar steeds meer gesterkt hadden in de overtuiging dat dingen alleen door vechten, keihard werken, ‘knokken’ en strijden – en dus alleen maar mét moeite – bereikt konden worden. Dáár was ik congruent mee, dát was wat ik kon en altijd deed: heel hard werken, vechten voor de dingen die ik wilde bewerkstelligen en de strijd aangaan om dingen gedaan te krijgen. Wilde je iets bereiken in het leven, dan moest je daar moeite voor doen. Zo simpel was het – meende ik toen.

Inmiddels ben ik een aantal jaren verder en begeef ik me sinds een jaar of negen, eerst wat weifelend en vervolgens steeds bewuster, op een pad van ontwikkeling; een pad van bewuste zelfontwikkeling waarin gaandeweg ook een pad van spirituele ontwikkeling steeds duidelijker zichtbaar werd. En ergens op dat pad is het me gaan dagen dat het leven wel eens niet bedoeld kon zijn om te vechten en dat de woorden “het mag ook moeiteloos gaan” wel eens meer waarheid zouden kunnen bevatten dan ik eerder had kunnen bevroeden.

In 2006 ben ik ‘burn-out’ thuis komen te zitten door een combinatie van overspannenheid, ziekte van Pfeiffer, extreme vermoeidheid en het nieuws dat er ‘slechte’ cellen in mijn baarmoederhals waren aangetroffen. Dat laatste bericht was de ‘bottleneck’; ineens was ik helemaal op, kapot, gesloopt, zowel fysiek als mentaal / emotioneel.
Er speelde – al een hele tijd – een waslijst aan fysieke klachten waar geen duidelijke oorzaken voor werden gevonden en emotioneel gezien werd ik, die de jaren ervoor altijd sterk was geweest, in 2006 ‘ineens’ gereduceerd tot een zielig hoopje ellende, een schim van wie ik eens was. Achteraf bezien is het me heel duidelijk wat er toen aan de hand was: in de jaren vóór 2006 had ik zo lang ‘gevochten’ om overeind te blijven te midden van allerlei heftige gebeurtenissen in mijn leven, dat ik uiteindelijk mezelf gesloopt had. Ik had met mijn strijd weliswaar een aantal flinke veldslagen gewonnen, maar uiteindelijk was het uitgelopen op een enorme Pyrrusoverwinning; het was ten koste gegaan van mezelf. Ten koste van mijn welzijn en mijn gezondheid.
En het was dáár, in de moeizame periode die in 2006 begon, dat ik uiteindelijk – in 2008 – het besluit heb genomen te stoppen met vechten en me over te geven aan de flow van het leven, de flow van de dingen zoals zij gaan.

Ik zag in dat ik door altijd maar te ‘vechten’ al mijn energiereserves compleet had opgebrand en dat het vechten ertoe geleid had dat ik mijn lol in het leven én mijn gezondheid verloren had. En ik besloot dat ik dat niet meer wilde. De vele boeken die ik inmiddels had gelezen op het gebied van spiritualiteit en zingeving hadden me stapje voor stapje steeds meer doen geloven dat het leven niet gemaakt is om te lijden, maar om te genieten van ervaringen, en dat er wellicht zoiets bestond als ‘flow’, een soort natuurlijke, energetische stroming die maakt dat het leven en alles wat daarin gebeurt op een bepaalde manier ‘stroomt’, omdat dat nou eenmaal is hoe het kennelijk ‘hoort’ te stromen. Ik kende de verhalen van mensen die jarenlang tegen de stroom in hadden gezwommen en slechts door vechten en met veel moeite dingen hadden weten te bewerkstelligen én ik kende verhalen over mensen, blije mensen, die beweerden dat alles zo veel makkelijker, zelfs vrijwel moeiteloos, verliep in hun leven sinds ze zich hadden overgegeven aan de flow van het leven en van de gebeurtenissen. En hoewel ik nog steeds niet zeker wist of alle theorieën en verhalen rondom flow en moeiteloosheid nou wel of niet waar waren, wist ik twee dingen heel zeker:
1). áls er zoiets als flow bestond, was ik tot dan toe vooral bezig geweest met vechten en dus – waarschijnlijk – met er dwars tegenin zwemmen; met hard ploeteren, steeds het uiterste van mezelf vragen en steeds maar weer proberen de dingen een andere wending te geven dan de kant die de dingen kennelijk eigenlijk opwilden.
2). nog langer vechten zou me zeker niet beter maken.

Vanuit dit besef besloot ik het roer om te gooien en niet langer te vechten. Ik stopte met ploeteren. Ik stopte met keihard werken om weer aan de slag te kunnen in een baan waar ik diep ongelukkig van werd. Ik stopte met hard mijn best doen om me te bewijzen – aan mijn werkgever, aan de arboarts, aan mijn collega’s, aan de mensen om me heen… Ik stopte met het vechten tegen mijn hooggevoelige kant die nou eenmaal maakt dat ik niet ‘normaal’ kan meedraaien in de waan van het alledaagse leven van zovelen. Ik stopte met vechten om 1001 dingen te ‘bewijzen’ – tegenover anderen én tegenover mezelf…

Ik gaf me over. Ik liet mijn wapens vallen en hees de witte vlag. En ik besloot voortaan niets meer vanuit ‘vechten’ te willen bewerkstelligen en te kijken wat het me zou brengen als ik me liet meevoeren door de stroom van de gebeurtenissen die zich aandienden en voortaan alleen mijn passie nog als kompas zou gebruiken. Als ik me alleen nog maar zou laten leiden door de dingen waar ik blij van word, alleen nog maar die dingen zou doen waar mijn hart van gaat zingen. ‘Vreugde’ zou voortaan mijn uitgangspunt zijn. Vreugde in plaats van vechten.

En vanaf het moment dat ik dié beslissing nam… begon alles zich ten goede te keren. Door me te richten op waar ik blij van werd, leek ik als vanzelf te worden opgenomen in de ‘flow’ van dingen. Ik besloot, gevloerd als ik nog steeds was, volledig te gaan voor mijn nieuwe plan: werkzaam zijn in een eigen praktijk als zelfstandig gevestigde coach, want dát was wat ik wilde, met heel mijn hart.

Terwijl ik ‘ziek, zwak en misselijk’ was heb ik mijn baan opgezegd. En daarmee maakte ik in wezen een enorme sprong in termen van onzekerheid: ik liet alle ‘zekerheden’ los en maakte een keuze die vrijwel niemand in mijn omgeving kon begrijpen. Maar ik voelde met elke cel die in me is: als ik ooit überhaupt beter wilde worden, moest ik nú springen. Het was ‘alles of niets’. Ik moest de zekerheden die me ziek maakten loslaten en alles op alles zetten om weer beter te worden. En ik geloofde, ‘voelde’ inmiddels heilig, dat dat alleen zou kunnen als ik zou gaan doen waar ik blij van werd. Dus ik sprong. In het diepe, ongewisse.

Natuurlijk was dat ontzettend eng en spannend. Maar ik had mijn sprong wel goed doordacht en ik had een ‘plan’. Mijn financiële behoeften zou ik in de eerste periode zo veel mogelijk invullen middels redactie- en correctiewerkzaamheden. Die werkzaamheden kon ik namelijk, evenals coaching, uitvoeren vanuit huis en op een moment en in een tempo dat mijn gezondheid op dat moment toeliet. Door thuis te werken, kon ik slapen en rusten wanneer dat nodig was en werken wanneer ik daartoe in staat was – in een bizar ritme, waar je bij geen enkele werkgever mee aan hoeft te komen, maar thuis kon dat wel. Hoevéél uren ik fysiek en mentaal gezien zou kunnen werken, was natuurlijk een groot vraagteken, maar ik zag duidelijk in dat ik dat risico gewoon maar diende te nemen.

En wat heeft het goed uitgepakt! Vanaf de dag dat ik ‘sprong’ heb ik nooit zonder werk gezeten en ben ik stapje voor stapje overeind gekrabbeld en steeds energieker geworden. En inmiddels ervaar ik al ruim 2,5 jaar lang dat ik telkens weer werkzaamheden op mijn pad krijg die me blij maken en die ik heel graag doe, zónder daar expliciet moeite voor te hoeven doen. Dingen komen via-via op mijn pad, telkens weer, en ik voel me werkelijk aangesloten op een soort van flow. Ik ervaar dat dingen komen zoals ze komen, wanneer ze komen en wanneer het ‘past’, en ik geniet intens van alles wat nu bewerkstelligd wordt zónder dat ik ervoor hoef te vechten. ik verdien mijn inkomen door dingen te doen waar ik blij van word, die me voldoening en vreugde schenken, en ik durf te stellen dat mijn vitaliteit en energielevels nu beter zijn dan ze waren toen ik 20 was. Ik ervaar vreugde en passie in wat ik doe en geniet met volle teugen.

En over dat woordje ‘moeiteloos’ heb ik inmiddels ook een hoop begrepen. ‘Moeiteloos’ wil zeker niet zeggen dat je ‘niks doet’ en dat je lekker achterover leunt en maar afwacht wat het universum je komt brengen. Integendeel! Ik doe juist van alles en ik leun nooit achterover, passief afwachtend wat het universum me brengt. Ik ben juist continu in touw, steeds bezig met van alles en nog wat. Maar ik doe de dingen die ik doe omdat ik er blij van word, omdat ze me voldoening schenken, omdat ik er vreugde aan beleef. En ik ervaar niets van dat alles als ‘moeite doen’ (om iets te bereiken). En dát, die houding, sluit je – kennelijk – aan op de flow van het leven en de gebeurtenissen. Waardoor de dingen op je pad kunnen komen zonder dat jij daar expliciet moeite voor moet doen, zonder dat jij moet ‘vechten’ om iets gedaan te krijgen.

Flow en moeiteloosheid gaan over het vrij laten stromen van energie – de energie van dingen én jouw energie. En de dingen doen waar je blij van wordt, is één van de meest krachtige manieren om jouw energie vrijelijk te laten stromen en flow in jouw leven te ervaren. Zodat je moeiteloos, gedragen door de flow, kunt doen wat jij komt doen in dit aardse leven en de prachtige persoon kunt zijn die jij werkelijk bent. Met vreugde en plezier, ervan genietend dat het leven zich zonder ‘vechten’ mag ontvouwen.

Ik wens je enorme hoeveelheden flow en moeiteloosheid toe, en 1000 activiteiten die jouw hart doen zingen!