Het menselijke zoeken

In de vorige zaailing kon je lezen dat ik meer ruimte voor autonoom denken, voelen en handelen en voor ‘schouwen op afstand’ ervaar sinds ik mezelf bevrijd heb van veelvuldig ingeplugd zijn op allerlei netwerken van informatie. Er ontstond meer ruimte om werkelijk zélf tot gedachten te komen, mijn werkelijk éigen gevoelens te ervaren en handelingen vorm te geven vanuit een aansturing in mezelf. Ook het van een afstandje kijken naar dingen – in plaats van deel uit te maken van de dingen – werd makkelijker, waardoor er nieuwe perspectieven en inzichten ontstonden die niet makkelijk konden ontstaan toen ik me ín de informatiestromen bevond en deel uitmaakte ván die informatiestromen.

Eén van de dingen die sinds mijn ‘ont-plugging’ steeds scherper op mijn netvlies zijn komen te staan, is de enorm sterke mind-gerichtheid en ‘look at me‘-gerichtheid waaraan massa’s menselijke bewoners van deze wereld ten prooi zijn gevallen en die ons meer kwaad dan goed lijkt te doen.

Hoe meer ik met afstand kijk naar alle informatie die door ‘waarheidszoekers’ en ‘waarheidsroepers’ van allerlei pluimage wordt gepresenteerd – in alle gelederen en alle kanalen die deze realiteit rijk is – hoe meer ik mechanismen zie die me weinig positief stemmen omtrent de stand van zaken in deze wereld in het algemeen en de benaderingswijzen en uitingsvormen van het menselijke zoeken in het bijzonder.

De rabbit holes van deze wereld zijn diep, veel dieper dan zelfs veel doorgewinterde waarheidszoekers – in welk ‘kamp’ ook – beseffen. En wie er ook werkelijk aan de touwtjes trekt: zíj kennen de menselijke mind beter dan de mensen zelf. Zij weten hoe graag de ‘kleine ikjes’ zich belangrijk en ‘in control’ willen voelen, ten overstaan van zo veel dat we niet weten, niet begrijpen, niet kennen, niet kunnen doorgronden. Zij weten hoe graag we wél willen weten, wél willen doorgronden, wél willen begrijpen, zodat we wél ergens grip op kunnen hebben – en dat we onze **mind** daarvoor benutten, de enige ‘processor’ waarmee de meesten van ons op bewust niveau dagelijks werken.

Te midden van duizenden dwaalsporen maakt de menselijke mind-processor overuren, steeds verder afdalend in diepe rabbit holes die complete gangenstelsels blijken te zijn waarvan niemand weet waar ze uiteindelijk toe leiden.

De mens die wil weten duikt erin, graaft, graaft steeds dieper en komt terecht in werelden vol informatie, waarvan niemand echter met zekerheid kan stellen wie die informatie daar geplaatst heeft, wie die werelden gecreëerd heeft en wat er in die werelden werkelijkheid of illusie is.

Maar de mens wil wéten, zoekt, graaft, graaft dóór. En als hij of zij het zelf even niet meer weet, niet weet welke afslag te kiezen bij wéér een T-splitsing, wéér een kruispunt of wéér een rotonde in het gigantische gangenstelsel waarin hij of zij is afgedaald, dan is er altijd wel iets of iemand die hem of haar het gevoel of de impressie geeft dat die éne afslag meer waarheid zou bevatten dan de andere(n) en wordt er een keuze gemaakt die de andere mogelijkheden vanaf dat moment buiten beschouwing laat.

Zoekend en gravend in tunnels… treedt er onvermijdelijkerwijs tunnelvisie op. Maar wanneer medezoekers op precies hetzelfde punt in het gangenstelsel zijn aanbeland als jij, sterkt dat het gevoel ‘op de juiste weg’ te zijn. Samen voel je je sterk – en misschien wel bijzonder, menend dat alleen jullie de juiste weg aan het afleggen zijn. Maar hebben jullie het gelijk aan je kant, of zijn jullie in de greep geraakt van collectieve tunnelvisie, grenzend wellicht aan collectieve zinsbegoocheling of zelfs collectieve psychose – al dan niet geïnduceerd?

Zo veel mensen, zo veel percepties… maar niemand kan bewijzen dat zijn of haar visie onomstotelijk de enige ware of juiste is. En het kan niet anders zijn dan zo. Ongeacht hoeveel we weten of menen te weten: er is nog zo ontzettend veel dat we niét weten – en in onze huidige staat van zijn waarschijnlijk gewoonweg niet kunnen weten.

Maar de ‘kleine ikjes’ willen weten. Dus gaan ze zoeken. Verkennen. Graven. En wanneer ze iets ont-dekken waarvan ze menen dat het heel belangrijk is, hebben ze vaak een sterke behoefte dat wat ze ont-dekt hebben te delen met anderen.
Dat is menselijk, daar is niets vreemds aan. Er zijn tal van logische verklaringen te beschrijven waarmee geduid kan worden waarom iemand iets dat hij/zij van belang acht graag wil delen met anderen. En levend in een tijdsgewricht waarin er, in elk geval in de westerse wereld, een scala aan deelmogelijkheden tot vrijwel ieders beschikking staat is het ‘appeltje-eitje’ de eigen ‘ontdekking’ de wereld in te slingeren.

Er zijn legio platformen die gebruikt kunnen worden om een persoonlijk podium te creëren voor dat wat het kleine ikje zo graag wil uiten, wil vertellen, wil delen. En er zijn massa’s dopamine-verslaafden die op de verschillende platformen ingeplugd zijn – en door hun dopamineshots ingeplugd blíjven – die als ‘publiek’, of zelfs ‘volgers’, kunnen dienen.
Dit geeft het kleine ikje het idee dat er écht mensen bereikt kunnen worden vanaf het persoonlijke podium. Wie een behoefte voelt de eigen ontdekking te delen met anderen kan die behoefte tegenwoordig ‘in no time’ bevredigen.

Wat de meeste kleine ikjes echter niet in de gaten hebben, is dat de aansturingen die maken dát ze hun ontdekkingen willen delen grotendeels aansturingen zijn waarvan ze zich niét bewust zijn. Over het geheel van aansturingen dat maakt dat mensen hun ontdekkingen willen delen met anderen, hebben slechts weinigen bewustzijn. Vrijwel elke ‘deler’ zal kunnen verwoorden dat er op bewust niveau een aansturing van sociaal begaan zijn met de medemens speelt, maar de meeste ‘delers’ geven zich geen rekenschap van de meer ‘ondergrondse’ aansturingen die hen ertoe aanzetten hun ontdekkingen met anderen te delen: allerlei minder sociaal nobele aansturingen in de vorm van mechanismen die leegtes pogen te vullen. Leegtes die de mens nou eenmaal in zich draagt en die gekoppeld zijn aan basale behoeftes: behoeftes aan erkenning, gehoord of gezien willen worden, een verschil willen maken, een punt willen maken, opgemerkt willen worden… en tal van andere diep gewortelde behoeftes die we de meer ‘donkere’ schaduwkanten zouden kunnen noemen: de behoeftes van het ego van het kleine ikje – de naar narcisme neigende noden die in ieder van ons aanwezig zijn, of we dat nou erkennen of niet.

De talrijke social media platformen die deze tijd rijk is bieden ‘instant bevrediging’ van tal van behoeftes die in ons leven.
De tragiek van het gegeven dat dát is waarom we zo makkelijk te verleiden zijn tot het gebruiken van die platformen en het erop ‘ingeplugd’ blijven, dat het kanalen en uitlaatkleppen zijn voor noden die in ons leven, dat het ‘zelfmedicatie’ is die leegtes in onszelf vult of dempt, dat het pleisters plakt op en bandages windt om wonden die we niet willen voelen, zien of erkennen, ontgaat de meesten volledig.


De mens is druk bezig met het zoeken naar ‘waarheid’ in de buitenwereld en het delen van de – vermeende of waarlijke – ontdekkingen die in de zoektocht ‘daarbuiten’, onder aanvoering van de mind, gedaan zijn maar is behoorlijk blind ten aanzien van de waarheid over zichzelf… niet alleen nu, maar door alle tijden heen. Altijd zoekend buiten zichzelf… naar een sleutel die de deur zou kunnen openen tot informatie die ontbeerd wordt – een sleutel die gezocht wordt ofwel in de buitenwereld, ofwel in ‘de bovenwereld’, veelal in een queeste die geleid wordt door de mind. De persoonlijke onderwereld en de ándere ‘processoren’ die we als mens tot onze beschikking hebben, worden massaal gemeden – waardoor er op de eigen innerlijke aansturingen nauwelijks zicht is, terwijl zij een enorme wissel trekken op allerlei aspecten die aan de zoektocht in de buitenwereld gekoppeld zijn.

Het maakt niet uit naar welk tijdsgewricht we kijken; in alle tijden die ons bekend zijn maken we als mensheid telkens weer dezelfde fout: we richten onze blik massaal op ‘buiten’, of op ‘boven’ (wat slechts een andere vorm van ‘buiten’ is) en we benaderen en ‘processen‘ de informatie die we vinden vanuit een éénpolig bewustzijn: het mind-bewustzijn. Zelfs de tradities en volkeren waarvan we menen dat zij dingen ‘beter begrepen’ dan wij: op enkele uitzonderingen na hadden zij allen de blik gericht op een ‘buiten’, op iets búiten zichzelf dat ze probeerden te doorgronden, en benutten zij hoofdzakelijk hun mind (zij het soms op andere manieren dan wij dat nu doen) om tot inzichten en een expansie van bewustzijn te komen.
Het menselijke zoeken is van alle tijden en het leven – en zoeken – vanuit een éénpolig bewustzijn is de grote constante die we telkens weer kunnen opmerken. Tijdsgewrichten veranderen, specifieke scenario’s veranderen, status quo’s veranderen, maar de mens blijft (als collectief) telkens weer hetzelfde doen: zoeken buiten zichzelf, vanuit een éénpolig bewustzijn waarin de mind de scepter zwaait.

De moed en de bescheidenheid de wortel van dingen in onszelf te zoeken en de vastberadenheid in onszelf op zoek te gaan naar de andere ‘processoren’ die we tot onze beschikking hebben en de wegen die ons uit het éénpolige bewustzijn kunnen laten komen, om op dié wijze tot meer ‘weten’ te komen, zien we in slechts weinigen. Door alle tijden heen zijn de weinigen die probeerden het belang van schouwen, zoeken en vinden in jezelf duidelijk te maken impopulair geweest – en dat is vandaag de dag niet anders.

Telkens weer heeft ‘mentale informatie’ de voorkeur gekregen van de massa; altijd weer zijn groepen en subgroepen aangerend achter degenen die goed in staat waren hun mentale processor hard te laten werken en daarmee aspecten van potentiële realiteit te ‘ont-dekken’ en duiden. De ware weg naar binnen, die van het individu, af te leggen in je ééntje, afdalend van de mind naar de ‘graal’ diep in jezelf, is nooit populair geweest onder de mensheid. Nooit. Omdat het geen pad is dat aantrekkelijk klinkt, lijkt of is.
Het geeft geen voldoening aan de noden van het kleine ikje. Het levert geen aandacht, geen erkenning, geen bewondering, geen populariteit, geen heldenstatus op. Het creëert geen volgelingen. Het geeft geen gevoel van ‘macht’ of ‘controle’ hebben over aspecten van de buitenwereld. Het geeft niets van alle ‘beloningen’ waar de mens zo gevoelig voor is.
En wat het wel doet, is precies datgene waar het kleine ikje het liefst heel ver bij vandaan wil blijven: het confronteert je met jezelf, op allerlei lagen en velerlei manieren. Het brengt wonden, kwetsuren, blokkades, schaduwkanten, gevoelens van schuld en schaamte, pijnen en verdriet en allerlei emoties in je bewustzijn – niet alleen op mind-niveau maar ook op gevoeld niveau, in een belichaamde staat van bewustzijn. Het laat van alles zien én voelen dat niet fijn of leuk is om te voelen. Het confronteert je met dingen waar je liever niet naar kijkt of over praat, dingen die je liever niet wilt voelen of überhaupt zou willen weten, dingen die moeilijk en pijnlijk zijn om te erkennen en doorvoeld te ervaren en die je zeker niét op je persoonlijke podia tentoon zou willen spreiden.

Het menselijke zoeken zoals we dat massaal tot uiting zien komen in de buitenwereld wordt aangedreven door velerlei krachten en mechanismen die maken dat de kleine ikjes een bevrediging of ‘beloning’ willen behalen terwijl ze tegelijkertijd ver weg willen blijven van de diepste en ‘donkerste’ lagen van hun eigen innerlijke wereld – of we dat nou beseffen en erkennen of niet.

Het eindpunt van al ons zoeken lijkt echter alleen gevonden te kunnen worden via de weg naar binnen: een strikt individuele aangelegenheid, zonder ‘publiek’, zonder ‘volgers’, zonder ‘beloningen’ of snelle bevredigingen, die moed, bescheidenheid en kwetsbaarheid vereist evenals de bereidheid het éénpolige mind-bewustzijn los te laten, en die elk die deze weg gaat zal confronteren met gevoelens en gewaarwordingen die oncomfortabel zijn. Maar dát is de weg die we massaal niet willen gaan. Misschien niet alleen omdat het geen ‘snelle beloningen’ oplevert en het op aspecten oncomfortabel zal zijn, maar omdat we wellicht op een diep niveau voelen, of weten, dat wat we daar aantreffen voorgoed een aantal bubbels om zeep zal helpen. De bubbel van ons superioriteitsdenken en onze zelfoverschatting. De bubbel van onze ‘zelf-medicaties’ die ons geen stap verder helpen maar ons alleen maar verder bij onszelf vandaan brengen. De bubbel van ons denken dat er antwoorden, hulp, ‘redding’ of oplossingen ‘daarbuiten’ te vinden zijn. De bubbel van onze misplaatste overtuiging dat we alles zouden kunnen doorgronden en kennen met slechts onze mind, vanuit een éénpolig bewustzijn dat ons letterlijk maar de helft doet waarnemen van alles dat er is.

Misschien treffen we op de plek waar de weg naar binnen ons uiteindelijk heen leidt wel niks anders aan dan slechts een spiegel.
Of slechts een steen met de inscriptie ‘Dit is het’.

Misschien ervaren we dan dat we met al ons mind-denken al eonen in werelden van zelfgecreëerde illusies en spinnenwebben ronddwalen, telkens weer (werelden die wij, mensen, kunnen creëren omdát we de mind hebben die we hebben, waarvan de uiterst complexe werking ons nog steeds grotendeels ontgaat). Dat we telkens weer ronddolen in collectieve gangenstelsels. Dat we verkeren in collectieve zinsbegoochelingen waar we niet alleen onszelf maar ook elkaar telkens weer in doen belanden – waardoor de zelf-vervaardigde hamsterwielen voor het collectief nooit eindigen.

We hebben dit, als mensheid, al zo vaak gedaan. Maar we zijn zo enorm zelf-mijdend wanneer het gaat om het wíllen kennen van de diepere lagen, de ‘donkere’ plekken, de moeilijk te erkennen schaduwkanten en de complexe mechanismen in onszelf die we in beeld zouden moeten krijgen willen we de patronen kunnen doorbreken. We donderen steeds weer in dezelfde valkuilen. Tijden, omgevingen, scenario’s, middelen en hoofdrolspelers veranderen, maar de gedragspatronen van de mensheid ten aanzien van ‘zoeken’ blijven goeddeels hetzelfde.

Alle fantastische verhalen – over ‘5D’, een naderend ‘groot ontwaken’ en wat dies meer zij – van spreekbuizen van de New cAge gelederen en andere ‘sprookjesvertellers’ ten spijt: in termen van de expansie en evolutie van ons bewustzijn zijn we, als groep genaamd mensheid, nog steeds kleuters. Infantiel, nauwelijks zicht en grip hebbend op de werking van onze systemen en onze aansturingen maar onderwijl menend dat we ‘ontwikkeld’ zijn, sterk gericht, in allerlei opzichten, op ‘daarbuiten’, levend, kijkend en de wereld ervarend vanuit een éénpolig perspectief en een éénpolig bewustzijn, slechts schouwend door de lens van onze mind-pool, slechts verbonden met maximaal de helft van wie en wat we als mens werkelijk zijn.
De naïviteit van de huidige staat van ons mens-zijn is aandoenlijk. Pijnlijk en tragisch, maar ook aandoenlijk.
Het doet me denken aan die woorden van Shakespeare:

“All the world’s a stage,
And all the men and women merely players.”

Wil je niet langer ‘merely a player’ zijn? Verleg je focus dan naar je binnenwereld.
Maak de innerlijke queeste belangrijker dan het externe zoeken en het uiterlijke vertoon.
Het Oudgriekse aformisme ‘ken uzelf’ heeft nog niets aan kracht of waarde ingeboet…

© Sharon Kersten, 14 september 2021

PS Een dierbare vriendin van me schreef me na het lezen van deze flux: “Moeilijke materie. Maar fascinerend, ook.”
Indien ook jij deze flux als ‘moeilijke materie’ ervaart, weet: het klinkt/lijkt/is alleen moeilijk wanneer je in een éénpolig bewustzijn verkeert. Zodra je de verbinding met de tweede pool in jezelf hebt geactiveerd en je niet langer slechts vanuit mind-polariteit functioneert, klinkt bovenstaande opeens als totale logica en ‘gesneden koek’ – omdat je dan niet langer slechts ‘de helft’ van dingen waarneemt maar je de heelheid waarneemt, vanuit heelheid en een werkelijk belichaamde aanwezigheid in jezelf die rusten op en verankerd worden door jouw verbinding met de ‘graal’ in jezelf.

Iemands reactie op het lezen van deze tekst is in die zin een mooie graadmeter die duidelijk maakt in hoeverre iemands staat van zijn rust op een éénpolig bewustzijn of op een bewustzijn dat twee polen omvat die samen een geheel vormen.
Een éénpolig bewustzijn heeft moeite met deze materie omdat het de radertjes en machinerie van de mind doet ‘vastlopen’. De beperkingen van het éénpolige mind-bewustzijn maken dat de heelheid waar in deze tekst aan gerefereerd wordt niet echt kan worden ‘gepakt’, waargenomen en begrepen; er zijn twee actieve polen in de mens nodig om die heelheid te kunnen ervaren, vanuit een heelheid in de mens zelf – en wanneer die heelheid ervaren wordt, is de materie van deze flux opeens supersimpel, kraakhelder en volkomen logisch.

Indien jij je in een éénpolig bewustzijn bevindt (zoals zo’n 90% van de mensheid) en je wilt leren hoe je verbinding kunt maken met de tweede pool in jezelf, dan kun je – alleen in geval van echt serieuze interesse – contact met me opnemen. Ik sta ervoor open een aantal mensen die serieus in deze materie geïnteresseerd zijn de modaliteiten te leren die je in staat stellen je te gaan verbinden met de tweede pool in jezelf, zodat je mens kunt worden zoals mens-zijn bedoeld is: een op twee polen functionerend biologisch wezen dat de eigen energie kan circuleren en wiens bewustzijn stevig gegrond is ín het eigen lichaam, waardoor er werkelijk sprake kan zijn van ‘presence’, er écht, helemaal zijn, en een stevig verankerd belichaamd bewustzijn. Het gaat hierbij niet om een ‘trucje’ dat je eventjes snel kunt leren, maar om modaliteiten waar je zelf langdurig mee aan de slag dient te gaan, met commitment aan een dagelijkse ‘practice’. Alleen op die wijze kan ‘het werk’ gedaan worden – individueel, door jouzelf, elke dag weer. Het doen van dat ‘werk’ is géén makkelijk wandelingetje door een bloemenweide. Het vraagt veel van je en zal heel veel in je los maken. Het is het échte schaduwkantenwerk, vergeleken waarmee het zelfwerk dat velen al gedaan hebben ‘oppervlaktewerk’ is. Als jij het gevoel hebt dat je eraan toe bent nu deze stap te maken en je bereid bent daar echt gecommitteerd mee aan de slag te gaan, kun je contact met me opnemen via info@sharonkersten.com.


Over veranderingen, ont-pluggen, autonomie, perspectieven en een lans

“Panta rhei”.
“Alles stroomt”, zou Heraclitus hebben gesteld.
Het is een uitspraak, een formule, een in woorden gevangen gedachte waar Plato menigmaal aan gerefereerd heeft, net als Aristoteles. En wie goed om zich heen kijkt kan niet anders dan erkennen dat ‘panta rhei’ inderdaad opgaat, in elk geval voor alles wat natuurlijk is.

Al sinds mijn jonge jaren ben ik me sterk bewust van ‘panta rhei’, in velerlei opzichten. Als kind merkte ik al op dat alles stroomde, aan verandering onderhevig was – voortdurend. Dat stilstand alleen aan niet-natuurlijke dingen leek toe te behoren en dat niets dat natuurlijk van aard is ooit echt stilstaat. We kunnen ‘panta rhei’ heel duidelijk in actie zien wanneer we naar de opeenvolging van de seizoenen kijken, of naar de groeistadia van planten. Maar het principe is ook onmiskenbaar in onszelf werkzaam. Ook wij ‘stromen’, veranderen, zijn altijd in beweging.

Van de ‘beweeglijkheid’ in de mens zelf ben ik, dankzij mijn werk, vrijwel dagelijks getuige. Ik werk met mensen die, bewust en actief, door ontwikkelings- en veranderingsprocessen heen gaan. Dat doe ik inmiddels al 13 jaar, gemiddeld zo’n 6 dagen per week. Aan ‘levende getuigenissen’ van hoe panta rhei in mensen werkzaam is heb ik dus geen gebrek, integendeel.
Daarnaast bewandel ik zelf al decennia lang een pad van bewuste en immer aanhoudende persoonlijke ontwikkeling dat garant staat voor heel wat ‘bewegingen’ in mijn leven, telkens weer. Niét bewust aan mijn persoonlijke ontwikkeling blijven werken is simpelweg geen optie voor mij; het ligt, zo ben ik gaandeweg mijn pad door dit leven gaan begrijpen, in mijn natuur daar voortdurend mee bezig te zijn. Transformatie en innerlijke alchemie zijn voor mij geen abstracte concepten maar dingen die ik lééf, aanhoudend. En dat brengt heel wat ‘beweeglijkheid’ met zich mee; een heleboel ‘panta rhei in actie’ zou je kunnen zeggen.

‘De enige constante is verandering’
Het is logisch dat de meeste mensen niet zo intens met ‘panta rhei in actie’ bezig zijn als ik dat ben. Maar of iemand nou intens met de eigen veranderingsprocessen bezig is of in milde mate of in het geheel niet: we veranderen, als mens. We stromen. We zijn, of iets in ons is, in beweging – altijd. Of we ons daar nou bewust en op constructieve wijze mee bezig houden of niet. Of we de beweging nu leuk, fijn of prettig vinden of niet. Of we de bewegingen in onszelf, die soms heel geleidelijk en subtiel zijn, überhaupt opmerken of niet. Beweging en verandering zijn inherent deel van wie wij als mens, een uitingsvorm van de Natuur, zijn.

We bewegen en veranderen altijd. Soms bewust, soms onbewust. Soms tot onze vreugde, soms op manieren waar we niet zo blij mee zijn. Soms vanuit intentie en wilskracht, soms vanuit aansturingen die we helemaal niet opmerken. Maar de bewegingen en veranderingen zijn een feit.

In Een zomer van loslaten schreef ik over de – vaak tamelijk intense – veranderingsprocessen die momenteel spelen in de levens van velen en het maken van nieuwe keuzes dat daar vaak een gevolg van is. Onderaan die tekst benoemde ik kort dat er ook in mij de afgelopen periode een aantal veranderingen hebben plaatsgevonden die geleid hebben tot het maken van nieuwe keuzes. Het loslaten van allerlei online activiteit was daar een uiting van, evenals het loslaten van diverse offline activiteiten dat waren.

Die uitingen op zich, het flink reduceren van mijn online activiteiten en een deel van mijn offline activiteiten, bleken in de weken die volgden echter niet slechts een uitkomst van een doorgemaakt veranderingsproces te zijn, maar ook het begin van een hele serie nieuwe processen die weer nieuwe ‘bewegingen’ voedden (en voeden).

Externe loslaatprocessen, interne veranderingen
Door afstand te nemen van vooral allerlei online activiteit die tot dat moment jarenlang min of meer dagelijkse kost voor mij was, kwam er – uiteraard – ruimte beschikbaar voor andere dingen. Wanneer we iets loslaten ontstaat er ruimte en wanneer we activiteiten loslaten kunnen we de ruimte die dan vrijkomt gaan besteden aan andere activiteiten. ‘Logisch, gesneden koek, niks nieuws onder de zon’ denk je nu wellicht – en als je dat denkt, heb je daar volkomen gelijk in. Ik wil het hier echter helemaal niet hebben over externe activiteiten, of hoe de ene activiteit losgelaten werd en een andere werd opgepakt, maar over innerlijke processen. Wat ik namelijk ondervonden heb, is dat in de nieuw ontstane ruimte veranderingen begonnen plaats te vinden op het vlak van interne dynamieken. Veranderingen die, zo kan ik inmiddels stellen, een ware ‘gamechanger’ zijn gebleken te zijn voor mij – en dat kunnen ze ook voor jou zijn, vandaar dat ik daar nu wat over deel.

Meer autonome gedachten, gevoelens en handelingen
Ik ontdekte, al vrij snel na mijn ‘ont-plugging’, dat beduidend vaker dan voorheen het geval was gedachten in mij kwamen bovendrijven die we ‘autonome gedachten’ zouden kunnen noemen: gedachten die echt aan iets in míj ontsproten en die geen reactie waren op dingen die ik online had gelezen of anderszins van anderen had vernomen. Gedachten die wel gingen over de onderwerpen waar mensen zich deze periode massaal over uiten, vooral online, maar die ik niet formuleerde in reactie op een uiting van een ander, maar puur vanuit… mezelf.

Dit viel me met name op doordat ik merkte dat mijn gedachten op een aantal punten afweken van gedachten die ik voorheen over bepaalde onderwerpen had. Ik dacht nu nuanceringen die ik voorheen niet dacht. En op een aantal punten veranderde er meer dan slechts nuances. Dat vond ik opmerkelijk. Ik zie mezelf als een ‘vrijdenker’ en probeer altijd te waken voor ongewenste beïnvloeding door externe informatiestromen. Maar nu ik meer ont-plugd was kwamen er, onmiskenbaar, méér autonome gedachten bovendrijven dan voorheen het geval was geweest – authentieke, oorspronkelijke gedachten die ontsproten aan iets in míj en die kennelijk minder ruimte kregen toen ik nog behoorlijk ‘ingeplugd’ was op allerlei externe informatiestromen.

Iets soortgelijks gebeurde ten aanzien van mijn gevoelswereld. Een paar dagen na mijn ont-plugging begon me op te vallen dat gevoelens die zich in mij aandienden veel meer ‘op zichzelf staand en echt van mij’ waren dan dat zij op de één of andere manier deels getriggerd waren door informatie die via externe kanalen tot me was gekomen. Niet alleen in hoé ik me ten aanzien van bepaalde dingen voelde traden er veranderingen op, maar de gevoelens die zich nu aandienden leken (of correcter gezegd: bleken) volledig op funderingen diep in mezelf te stoelen en niet langer deels op funderingen van zaken búiten mezelf te rusten.

Ook ten aanzien van een deel van mijn handelingen merkte ik veranderingen op. Ook acties die ik ondernam ontsproten meer dan voorheen het geval was geweest aan iets in míj, in plaats van aan iets in de buitenwereld dat via het ingeplugd zijn op informatiestromen in mijn blikveld was gekomen.

Mind you: ik ben, over de gehele linie bezien, géén makkelijk te beïnvloeden persoon en mensen die mij goed kennen weten dat juist mijn eigenzinnigheid, autonomie en zelfstandig denkvermogen in veel opzichten eigenschappen zijn die ‘ten voeten uit’ bij mij horen. Ik neem niet snel iets van anderen aan en hecht veel waarde en belang aan zelfstandigheid, in allerlei opzichten en zéker ten aanzien van gedachten, analyses, visies en opinies. En toch… had het veelvuldig ingeplugd zijn op externe kanalen kennelijk een wissel getrokken op mijn autonome denken, voelen en doen, zonder dat ik dat in de gaten had gehad.

Na mijn ont-plugging ontstond er ten aanzien van denken, voelen en doen opeens meer ruimte om bewust te ervaren wat zich werkelijk in míj bevond en wat echt ‘van mij’ was, zou je kunnen zeggen. Mijn gedachten, gevoelens en handelingen werden autonomer, meer op zichzelf staand dan voorheen, minder verbonden aan allerlei prikkels afkomstig van plekken buiten mezelf. In de ruimte die ontstaan was, kregen interne aansturingen meer kans mijn gedachten, gevoelens en handelingen mede vorm te geven – aansturingen die, los van hun individuele aard en effect, bij mij hoorden en niet afkomstig waren van, of verweven waren met, de externe informatiestromen waar ik voorheen tamelijk veelvuldig op ingeplugd was.

Van reactief naar autonoom
Mijn denken, mijn voelen en mijn handelen werden dus minder reactief qua aansturingen; in de nieuw ontstane ruimte bleken gedachten, gevoelens en handelingen die werkelijk vanuit een plek in mezelf kwamen veel meer ‘Lebensraum’ te krijgen.

Het was duidelijk waarneembaar: steeds vaker viel me op dat gedachten die kwamen bovendrijven een authenticiteit, een oorspronkelijkheid hadden die me vertelde dat ze werkelijk ontsproten aan iets in mezelf. En het werd steeds makkelijker de oorsprong van zich aandienende gevoelens te traceren en echt contact te maken met wat ik – ikzelf, helemaal op mezelf staand – werkelijk voelde ten aanzien van een kwestie. Uiteraard traden er daardoor ook veranderingen in mijn handelen op, want mijn handelen stoelde meer en meer op ándere gedachten en gevoelens dan voorheen het geval was geweest.

Deze veranderingen had ik niet voorzien toen ik besloot mezelf goeddeels te gaan ont-pluggen – niet in de laatste plaats omdat ik helemaal niet in de gaten had gehad dát er sprake was van een factor reactiviteit die het gevolg was van mijn voormalige ingeplugd zijn. Maar ik verwelkomende ze met verwondering en vreugde, want ze brachten me weer dichter bij mezelf – mijn éigen gedachten, gevoelens en aansturingen – dan voorheen het geval was geweest.

Toen ik me begon te realiseren wát er precies veranderd was, besefte ik al snel dat dit belangrijke stappen waren op het pad van komen tot steeds meer autonomie in denken, voelen en handelen. Autonoom (kunnen) denken, voelen en handelen vereist een bepaalde ‘loskoppeling’ en mijn ontplug-actie bleek me daarbij enorm goede diensten te bewijzen.

Reactiviteit als sneaky indringer die we vaak niet opmerken in onszelf
Hand in hand met de verwondering en de vreugde was er echter ook verbazing en onthutsing: verbazing en onthutsing over de impact die ‘ingeplugd zijn’ op informatiestromen – van welke aard of in welke hoedanigheid ook – ongemerkt heeft op onze binnenwereld en dan met name over de mate waarin dat bijdraagt aan het hebben of vormgeven van gedachten en gevoelens die (deels) berusten op een reactieve aansturing terwijl we helemaal niet in de gaten hebben dát een significant deel van onze gedachten en gevoelens een reactieve component bevat.

Ik ben al lange tijd goed doordrongen van het belang van non-reactiviteit in ons handelen. Ik wéét hoe belangrijk het is te pogen je handelingen, je acties vanuit een soort stillpoint in jezélf te laten ontstaan, in plaats van reactief in te springen op iets in de buitenwereld dat reactief gedrag (‘reageren op’) uitlokt. Ik ben ook één van de eersten die erkent dat handelen vanuit non-reactiviteit helemaal zo makkelijk nog niet is; het is letterlijk makkelijker gezegd dan gedaan, zeker voor mensen die een sterke vuurcomponent en/of veel passie in zich dragen. De jongere versie van mezelf kent de valkuilen van handelen vanuit reactiviteit maar al te goed. Maar die jongere versie is gegroeid en heeft zich verder ontwikkeld en naarmate de jaren vorderden ben ik steeds bekwamer geworden in het beteugelen van de reactiviteit in mijn handelen. Van ‘perfectie’ is in dat opzicht nog zeker geen sprake – niets menselijks is mij vreemd – maar sinds ik me bewust ben geworden van het grote belang van non-reactief handelen probeer ik waar mogelijk te handelen vanuit kalmte in mezelf, vanuit mezelf – en niet vanuit triggers die me verleiden tot ‘reageren op’.

Natuurlijk lukt het me niet altijd volledig non-reactief te handelen (zolang we geen zenmeester zijn die op een hoge bergtop in stilte zit te mediteren zullen er altijd situaties zijn die ons in reactiviteit weten te trekken), maar over de hele linie bezien ben ik tegenwoordig niet een mens dat gekenmerkt wordt door een sterke mate van reactiviteit in haar handelen. En tóch… moest ik nu constateren dat er meer sprake was van reactiviteit dan ik in de gaten had gehad – niet zozeer in mijn externe uitingen, maar aan de binnenkant, op het vlak waar de funderingen onder onze gedachten en gevoelens liggen.

Waaraan ontspruiten actuele gedachten en gevoelens?
Dankzij alles wat ik ge- en bestudeerd heb in de context van mijn werkzaamheden ben ik goed bekend met veel aspecten van de werking van de menselijke psyche en weet ik dat, in elk van ons, tal van onbewuste aansturingen onze huidige gedachten en gevoelens mede vormgeven. Een groot deel van mijn werkzaamheden met individuele mensen is gericht op het bewust maken van aspecten die zich voorheen in het onbewuste of minder bewuste deel van de persoon bevonden, waarbij het dan vooral vaak gaat over aansturingen die te herleiden zijn op ervaringen, dynamieken, pijnpunten en rollen uit het verleden van de persoon. We dragen allemaal een enorme ‘rugzak’ met ons mee die gevuld is met allerlei ervaringen die een wissel op ons getrokken hebben, hebben bijgedragen aan wie en hoe we vandaag zijn en die vaak nog stééds een invloed op ons uitoefenen in het heden, en een belangrijk deel van mijn werk is toegespitst op het werken met de inhoud van die ‘rugzak’ die mensen dragen.

Ik weet, zowel als professional als als mens, heel goed dat het simpelweg onmogelijk is tot enige ware autonomie in denken, voelen en handelen te kunnen komen zo lang mensen zichzelf niet bekend hebben gemaakt met de inhoud van hun ‘rugzak’ en daar niet actief, bewust en met radicale eerlijkheid mee aan de slag zijn gegaan. Wie weigert dat werk te doen, wordt op talloze manieren beïnvloed door factoren die met hem of haar aan de haal gaan en zal nooit ware autonomie over de eigen gedachten, gevoelens en handelingen kunnen claimen. Dat alles weet ik als geen ander en het werken met en aan mijn eigen ‘rugzak’ is al decennia lang een ongoing process, een inherent onderdeel van mijn wijze van in het leven staan en de verantwoordelijkheden nemen en dragen die de mijne zijn – mede omdat ik zo veel mogelijk autonoom wil kunnen zijn in alle opzichten en ik niet in reactiviteit getrokken wil worden door elementen uit mijn rugzak.

Maar verdorie, nu kwam ik, ondanks dat alles, tot de ontdekking dat er in mijn binnenwereld sprake was van een factor reactiviteit die ik met al mijn diepgaande ‘rugzakwerk’ niet had kunnen voorkomen: een reactiviteit die geactiveerd werd niet door elementen uit mijn ‘rugzak’, maar door informatie die vanuit de buitenwereld tot mij kwam en die, zonder dat ik dat in de gaten had gehad, in mijn binnenwereld een wissel bleek te trekken op míjn actuele gedachten en gevoelens. Alles dat ik weet over de werking van de menselijke psyche, al mijn kennis over de manieren waarop beïnvloeding zoal kan werken, al mijn uitvoerige studies van de mechanismen van mind control die op ons uitgeoefend kunnen worden ten spijt bleken de gedachten die ik over bepaalde dingen had en de gevoelens die bepaalde onderwerpen in mij opriepen niet volledig werkelijk de mijne te zijn, maar deels beïnvloed te zijn door de informatiestromen waarop ik ‘ingeplugd’ was geweest.

Een onthutsende vaststelling, niet in de laatste plaats omdat ik besef dat dit geldt voor iederéén die ‘ingeplugd’ is, op wat voor netwerken van informatie dan ook, of het nu online of offline is… We worden ‘in reactiviteit getrokken’ zonder dat we dat in de gaten hebben, óók degenen die wél met hun ‘rugzak’ en diepgaand schaduwkantenwerk aan de slag zijn gegaan…

Het grote cadeau van ont-pluggen
Nu ik, sinds mijn ont-plugging, merk welke oorspronkelijke gedachten er deze weken in mij opkomen, welke op zichzelf staande gevoelens zich nu in mij aandienen en welke handelingen of acties ik nu besluit te ondernemen volledig vanuit mezelf en ik het contrast kan waarnemen tussen hoe het nú is en hoe dingen vóór de ont-plugging waren, kan ik niet anders dan concluderen dat mijn interne processen nu veel autonomer zijn dan voorheen – en dat er voorheen dus sprake was van een portie reactiviteit in mijn denken, voelen en handelen. Een portie reactiviteit die ik niet in beeld had, maar die wel ten koste ging van mijn vermogen autonoom te kunnen denken en goed contact te kunnen maken met wat ík werkelijk voel en wil doen.

Ik ben ontzettend blij en dankbaar dat ik de sneaky indringer die reactiviteit heet nu heb opgemerkt en dat deze automatisch een héleboel speelterrein heeft verloren sinds ik mezelf op meerdere vlakken heb ont-plugd. Als iemand me ooit zou hebben verteld over dít voordeel van jezelf ont-pluggen, zou ik waarschijnlijk al veel eerder tot die stap zijn overgegaan…

En… er is méér waar ik blij over ben en dankbaar voor ben, want naast het komen tot meer autonomie in denken, voelen en handelen is er nog een verandering in mijn binnenwereld opgetreden in de ruimte die is ontstaan sinds ik mezelf ont-plugd heb: mijn vermogen tot ‘schouwen op afstand’ is enorm toegenomen en dát bleek ruimte te bieden aan perspectieven en daaruit voortkomende inzichten die voorheen niet de kans kregen aan bod te komen.

Schouwen op afstand
Onder ‘schouwen op afstand’ versta ik het kijken naar dingen ‘vanaf een afstandje’, het kijken naar dingen met enige afstandelijkheid tót de dingen waarnaar gekeken wordt. Het kijken náár de film, in plaats van om je heen kijken terwijl je je ín de film bevindt.

Ook mijn vermogen dat te doen is flink toegenomen sinds ik mezelf ‘ont-plugd’ heb. En dat is eigenlijk hartstikke logisch. Schouwen op afstand is immers alleen mogelijk wanneer we met enige afstand tót dingen náár de dingen kunnen kijken – en niet wanneer we ondergedompeld zijn in, of verstrengeld zijn met, de informatiestromen die gaan over de dingen in kwestie en onze aandacht ín de informatiestroom trekken.

Wanneer we ‘ingeplugd zijn op’ informatiestromen, worden wij zelf, in meer of mindere mate, ‘opgenomen in’ die informatiestromen. Al onze intenties dat niet te laten gebeuren ten spijt: het gebeúrt, of we dat nou willen of niet. Wij pluggen onszelf in op een informatiestroom, en op het moment van ‘inpluggen’ gebeurt er ook iets anders: de informatiestroom krijgt ook een toegang tot óns (informatie in-formeert: het geeft mede vorm aan dingen in onze binnenwereld); er ontstaat een verbinding die ons verbindt mét die informatiestroom en die nooit slechts eenzijdig werkt. We worden ‘deel van de film’, ongeacht onze intentie slechts een toeschouwer te zijn. Van werkelijk schouwen op afstand kan dan geen sprake meer zijn. Je bent immers in de film beland.

Wil je werkelijk kunnen schouwen op afstand, dan dien je jezelf úit de film te halen. Ont-pluggen dus. Loskomen van de informatiestroom waarop je jezelf had ingeplugd.

Een ruimere blik
Eenmaal ont-plugd wordt het, zoals eerder beschreven, een stuk makkelijker contact te maken met wat je nou werkelijk zelf ergens over denkt, wat jíj voelt, wat joúw visie is en welke actie jij, vanuit jezélf, zou willen ondernemen én wordt, logischerwijze, het schouwen op afstand, het kijken náár dingen – in plaats van erin ‘meegezogen’ of ‘opgenomen’ te worden – mogelijk. En dát samenspel van factoren biedt ruimte, zo ontdekte ik, voor het komen tot ruimere perspectieven en, van daaruit, het komen tot inzichten over contexten en dynamieken die ons voorheen ontgingen.

Ont-pluggen geeft ruimte voor het komen tot een ‘ruimere blik’. En dat is logisch. Wanneer reactief denken en reactief gedrag in ons worden getriggerd (bijvoorbeeld doordat we ingeplugd zijn op informatiestromen) ligt onze focus immers al snel op slechts een relatief klein aspect van een groter geheel. We zoomen dan in op dat éne ding waar we re-actief op reageren, in plaats van vanuit een plek van rust in onszelf bewust zélf, autonoom, een gedachte of gedrag vorm te geven. Er treedt een soort bewustzijnsvernauwing op, zou je kunnen zeggen. Een stukje tunnelvisie, waarbij we het grotere geheel uit het oog verliezen. We focussen onze aandacht op dat éne aspect waar we op dat moment op gericht zijn, druk doende met reactief ageren, en doordát we daar zo op gericht zijn vallen andere elementen automatisch buiten ons blikveld.

Ont-plug je jezelf, stap je úit de film, dan ontstaat er opeens ruimte om veel méér waar te nemen dan waarneembaar was toen je ín de film zat. Je ziet niet langer slechts de elementen van de film maar kunt opeens ook het beeldscherm zien waarop de film wordt vertoond, evenals de ruimte waarin de film wordt geprojecteerd, andere bezoekers van dezelfde film, andere films die in hetzelfde gebouw worden vertoond en het publiek dat dáárnaar kijkt, de wijk waarin het gebouw staat waarbinnen de film wordt geprojecteerd, de regio waarin die wijk gelegen is, het land waar die regio in gelegen is, allerlei elementen die zich óók in die omgevingen bevinden en ageren, et cetera. Je kunt opeens een veel ruimer blikveld hebben en dat ruimere blikveld biedt ruimte aan ándere perspectieven, die op hun beurt nieuwe inzichten kunnen (en zullen!) bieden – inzichten in dynamieken en ruimere contexten die voorheen letterlijk niet waarneembaar voor je waren en nu opeens wel. En dat kan een héleboel significant veranderen voor je, kan ik je inmiddels uit ervaring vertellen…

Lans
Het zal je inmiddels wel duidelijk zijn: met deze zaailing wil ik graag een lans breken voor ‘ont-pluggen’. Niet alleen omdat ik sinds mijn ont-plugging aanhoudend ervaar wat ont-pluggen mij allemaal brengt en ik jou soortgelijke ervaringen toewens, maar vooral omdat ik ben gaan beseffen hoezeer ingeplugd zijn grote wissels trekt op ieders binnenwereld en op ieders vermogen werkelijk autonoom te kunnen denken, voelen, handelen, schouwen, waarnemen… en met name dat laatste acht ik van immens belang.

We zijn mensen, behorend tot het collectief dat ‘mensheid’ heet. Ons deel uitmaken van het collectief mensheid maakt dat we in een aantal opzichten allemaal met elkaar verbonden zijn. En verbinding is belangrijk, van wezenlijk belang zelfs in een aantal opzichten. Maar ieder mens is ook een individu, en wanneer het individu ‘meegezogen wordt in’ of ‘opgaat in’ een collectief gaan er dingen die óók van wezenlijk belang zijn verloren.

We hebben als mens allerlei eigenschappen die een uiting zijn van het gegeven dat we ‘tribal creatures‘ zijn, sociale wezens, groepsdieren. Eén van die eigenschappen is dat we graag verbinding ervaren – verbinding met ‘soortgenoten’ of ‘gelijkgestemden’. Maar daarin schuilt ook een grote valkuil die heel gevaarlijk kan zijn: de valkuil dat we ons individuele vermogen autonoom te kunnen denken, voelen, waarnemen en handelen, ondermijnen, beschadigen of zelfs verliezen doordat we verbindingen aangaan die juist dát vermogen ondermijnen…

Willen we als mensen en mensheid op een gezonde en natuurlijke manier ‘voorwaarts’ gaan in onze menselijke evolutie dan is het van essentieel belang dat ons vermogen, joúw vermogen, autonoom, zelfstandig te kunnen denken, voelen, waarnemen en handelen nooit verloren gaat. Wanneer we dat vermogen, die autonomie, kwijtraken of opgeven, verliezen we namelijk een essentieel element van wat het betekent mens te zijn.

Ons huidige massale ‘ingeplugd zijn’ op allerlei informatiestromen, zowel online als offline, is vanuit dit perspectief bezien letterlijk levens-bedreigend – bedreigend voor wat het betekent waarlijk een levend MENS te zijn.

Met onze hang naar verbinding met ‘gelijkgestemden’, onze honger naar (of zelfs verslaving aan) informatie en de conditioneringen die maken dat we het ‘normaal’ zijn gaan vinden veelvuldig ingeplugd te zijn op allerlei netwerken en informatiestromen, riskeren we met de dag meer ten prooi te vallen aan hive mind structuren en mechanismen van mind control (beïnvloeding die middels de mind plaatsvindt, maar van daaruit ook doorwerkt op gevoelens en gedragingen) die langzaam maar zeker, vaak heel subtiel maar daarom niet minder werkzaam, onze autonome vermogens steeds meer ondermijnen en ‘opsnoepen’.

De lans die ik hier breek, breek ik dus niet alleen omwille van jou, maar ook omwille van een veel ruimere context: de context van mens-zijn, en van het belang van het behoud van een aantal vermogens die van mensen… mensen maken.

Wat ont-pluggen jou persoonlijk ‘op microniveau’ kan opleveren, kun je alleen maar zelf ervaren dóór te ont-pluggen. Zelf zie ik mijn recente ‘ont-plugging’ als één van de beste keuzes die ik ooit gemaakt heb, nu ik ervaar en besef dat het niet langer stevig ingeplugd zijn op externe informatiestromen enórm veel verschil maakt in héél veel opzichten.

Wanneer ik vanuit een ruimer perspectief kijk en mijn blik op de mensheid richt, kan ik niet anders dan wensen dat heel veel mensen zichzelf flink gaan ont-pluggen, opdat we een betere kans maken ons vermogen autonoom te kunnen denken, voelen, waarnemen, schouwen en handelen te beschermen en behouden…

Ja, we zijn ‘groepsdieren’. Maar de groep genaamd mensheid wordt gevormd door individuen die beschikken over een set autonome vermogens die te allen tijde beschermd zou moeten worden, willen we kunnen blijven voortbestaan als mensen.
We zijn als mensen natuurlijke, sociale wezens die zowel deel van een collectief als een individu zijn, en hive mind structuren zijn géén natuurlijk onderdeel van mens-zijn.
De hive mind biedt geen ruimte aan autonomie, aan oorspronkelijkheid, aan unieke eigenheid. De hive mind biedt geen ruimte aan alles dat jou werkelijk… jou maakt… Het doet ons onze uniciteit verliezen… en ontneemt ons daarmee een essentieel element van mens-zijn…

☼ © Sharon Kersten, 7 september 2021


Sociale cohesie

Als je dit leest ben je waarschijnlijk oud genoeg om al op minstens twee decennia van levensjaren te kunnen terugblikken. Mogelijk heb je zelfs meerdere decennia van de vorige eeuw bewust meegemaakt. En als je zelf niet in de vorige eeuw hebt rondgelopen, dan heb je vast wel uit persoonlijke verhalen van degenen die behoren tot de generaties vóór jou begrepen dat heel veel ontwikkelingen die een flinke impact op ‘leven als mens in de westerse wereld’ hebben gehad in een razendsnel tempo zijn verlopen sinds de nadagen van de grote wereldoorlogen.

Het kan je dan niet ontgaan zijn dat de sociale cohesie die van oudsher mensen met elkaar verbindt binnen netwerken van medemenselijkheid gaandeweg de vorige eeuw steeds meer ‘gesloopt’ is en dat individualisme meer en meer hoogtij is gaan vieren.

‘Traditionele’ gezins- en familieverbanden waarin er sprake was van een stevige portie cohesie werden in de afgelopen eeuw steeds ‘losser’, door tal van factoren. Hand in hand daarmee kwamen er steeds meer mogelijkheden om je primair als individu ergens op te richten of mee bezig te houden. Deze mogelijkheden werden over het algemeen massaal als positieve ontwikkelingen gezien want hé, we konden ons op steeds meer manieren ontwikkelen als individu, konden steeds meer kiezen voor de dingen die we als individu graag wilden doen, vrij van gezins- en familieverbanden die door menigeen vaak als ‘knellend’ of ‘fnuikend’ werden ervaren.

Individualisme won meer en meer terrein, ten koste van sociale cohesie.
We ‘wonnen’ een hoop, maar daar hing wel een prijskaartje aan. De ‘kleine ikjes’ die zo blij waren met alle nieuwe mogelijkheden en de ‘toegenomen vrijheden’ zouden op een later moment de rekening van de gevolgen van deze vernieuwingen gepresenteerd gaan krijgen – een rekening die hoger was dan ze destijds voorzagen.

~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~

Het is een mooie zomerse dag in augustus, in het kalenderjaar 2021.
Terwijl boven een monteur bezig is met het reviseren van mijn CV-ketel, reflecteer ik in het zonnetje over de talloze ontwikkelingen die in de westerse wereld in en voorafgaand aan mijn levensjaren hebben plaatsgevonden en die ons als ‘vooruitgang’ gepresenteerd zijn. Terwijl ik daarbij oog poog te houden voor – belangrijke – nuanceringen, onderbreekt Lux mijn mentale triatlon op de wijze die haar zo eigen is: rauw en wellicht wat kort door de bocht, met het hart op de tong.

“Natúúrlijk moest de sociale cohesie de afgelopen decennia gesloopt worden en moest het individualisme hoogtij gaan vieren. Alleen dán kun je mensen tegen elkaar opzetten” zegt Lux.

“Mensen die nog in een hecht sociaal verband leven en op talloze manieren nog échte, fysieke verbindingen met elkaar maken, mensen die dagelijks aan den lijve ervaren dat ze elkaar nodig hebben, dat dingen prettig en goed functioneren bij de gratie van samen, dat onderling respect de ‘lijm’ is van werkelijk SAMEN-leven en dat IEDERS leven ertoe doet, verdedigd en geëerd dient te worden… die mensen krijg je niet opgezet tegen elkaar en zijn niet te verleiden tot haat naar anderen alleen maar omdat anderen anders denken of zich anders gedragen. Die mensen springen VOOR ELKAAR in de bres, vormen een front en zijn niet uiteen te spelen.”

Ik hoor wat ze zegt.
En ik voel de waarheid in haar woorden.

Dié mensen, die Lux beschrijft… dat waren wij eens – en dat zijn wij ten diepste nog stééds, wanneer we alle onzin die ons is aangepraat van ons afwerpen. Wanneer we ons weer herinneren en weer gaan voélen wat het is om MENS te zijn.

Mens is van nature een voelend sociaal wezen, een groepsdier mét empathie. Of onze ‘kleine ikjes’ met al hun individuele belangen, noden, wensen en meningen het nu leuk vinden of niet: mensen zijn tribal creatures. En de tribe gedijt bij wezens die zich met elkaar verbonden voelen, elkaar respecteren en zich niet tegen elkaar keren.

De tribe, de groep, kan – en zal – alléén overleven wanneer er sprake is van cohesie, van samenhang, onderling respect en wederkerigheid en respect voor álle leven, van elk groepslid. Niet in ‘opgelegde’ varianten waarin ons vanuit autoritaire posities wordt toegeschreeuwd “we moeten het samen doen!” maar in een sfeer waarin dat wat ons ten diepste met elkaar verbindt wordt gevoeld, ervaren – en ons van daaruit aanzet tot datgene dat het meest natuurlijke is om te doen.

Ik realiseer me: terug naar voelen is de enige manier om het opgelegde tij dat mensen nu op allerlei manieren tegen elkaar opzet te keren. Terug naar voelen, en terug naar samen. In elkaars nabijheid zijn, elkaar écht aankijken, elkaar aanraken, weer voelen dat die ander net als jij een levend wezen is dat nét zo veel leven en keuzevrijheid verdient als jij, en dan sámen naar oplossingen zoeken zónder mensen uit te sluiten.

Wanneer we voelen met elkaar verbonden te zijn en elkaar nodig te hebben om als groep succesvol te kunnen functioneren en met en vanuit medemenselijkheid met elkaar te kunnen SAMEN-leven, wíllen we elkaar niet uitsluiten en zijn we er niet op uit elkaar op naargeestige wijzen te behandelen. Het is pas wanneer de factor medemenselijkheid ondermijnd is geraakt en het voelen afgestompt is geraakt dat mensen zich tegen elkaar kunnen keren.

“Onze natuurlijke sociale en empathische aard is preciés datgene wat gesloopt wordt – structureel, stapje voor stapje, al héél lang.” zegt Lux. “Verdeel en heers werkt alléén wanneer het lukt verdeeldheid te zaaien.”

“Laat je niet uitspelen” vervolgt ze. “Herinner je weer wie en wat je bent – MENS… : een sociaal, voelend wezen met empathie voor de anderen van ‘de groep’ die nét zo waardevol zijn als jij.

Menen dat je het allemaal alleen wel kunt, drijft je regelrecht in de klauwen van de krachten die slechts vrij spel hebben wanneer wij ons tegen elkaar laten uitspelen. Ja, je kunt veel alleen, heel veel. Maar de teloorgang van onze sociale cohesie is het ergste verlies dat we als mensheid kunnen lijden.

Zonder sociale cohesie verliezen we onze menselijkheid.
Zonder mede-menselijkheid verliezen we elkáár.
En zonder elkaar verliezen we allemáál…”

© Sharon Kersten, 25 augustus 2021


Jongleren met waarnemingen

Heb jij dat ook – het gevoel dat je momenteel leeft te midden van een geheel dat we een verzameling ‘parallelle realiteiten’ zouden kunnen noemen?

Je leeft je eigen leven, met allerlei dingen die daarbinnen voor jou ‘normaal’ zijn. Tegelijkertijd lees je berichten over de waanzin in de wereld en ben je je bewust van verschillende – veelal pittige – toekomstscenario’s die zich momenteel stuk voor stuk in een fase van ‘potentieel mogelijk’ lijken te bevinden. Je ziet verschillende potentiële toekomstscenario’s naast elkaar bestaan en het is onmogelijk met 100% zekerheid te stellen dat het ene mogelijke scenario wel, en het andere mogelijke scenario niet bewaarheid zal worden. Toch pretenderen een heleboel mensen die wijsheid wel in pacht te hebben en léven velen daar ook steeds meer naar: naar dat ene scenario waarvan zij menen dat dat ‘de waarheid’ is – of weldra zal blijken te zijn. Jij overziet nog steeds een gigantisch speelveld waarin er, op dit moment, verschillende mogelijke toekomstscenario’s naast elkaar bestaan. Maar in het hier en nu lijken er al verschillende realiteiten te bestaan, uitgeleefd door verschillende groepen mensen.

Ongeacht hoe jij precies in de huidige chaos staat: er zijn mensen die er heel anders in staan dan jij en die momenteel een heel andere ervaring van ‘de realiteit’ hebben dan jij hebt. En soms, buitenshuis vooral, kruisen die verschillende ‘wereld-ervaringen’ elkaar en lijk jij even in een realiteit rond te lopen die helemaal niet als ‘de jouwe’ voelt. Jij en ‘die ander’ bewandelen op dat moment dezelfde vierkante meters, fysiek gezien, maar jullie ervaring van wat er gaande is is niet identiek en soms zijn jullie ervaringen van ‘leven’, op diezelfde vierkante meters, in datzelfde moment, ronduit radicaal verschillend.

Alle verschillende scenario’s zien en deze op de één of andere manier managen in je eigen mind en systeem zónder jezelf te verliezen, is eigenlijk alleen mogelijk als je een bepaalde mate van ‘heelheid’ in jezelf hebt en weet te bewaren. Voor veel mensen geldt helaas dat ze de minimaal daartoe benodigde mate van heelheid in zichzelf gaandeweg hun levenspad niet hebben weten te bewaren en voor die mensen is het simpelweg niet te doen – heel letterlijk – de verschillende realiteiten en scenario’s gelijktijdig te blijven managen zonder zich in één van de opties te verliezen en op enig moment een keuze te maken zichzelf met één van de realiteiten of scenario’s te laten samenvallen. Als een jongleur die op enig moment niet langer in staat is nog alle ballen hoog te houden en dan de keuze maakt één bal vast te houden en de rest te laten vallen, zien we dat mensen op enig moment een keuze maken, wanneer ze niet, of niet meer, in staat zijn de verschillende realiteiten en scenario’s nog gelijktijdig te hanteren.

Het individuele systeem kan slechts aan wat het individuele systeem aan kan. En wanneer er een ‘system overload‘ ontstaat, dient er een keuze te worden gemaakt voor dat wat nog wél ‘te handelen‘ is. Is die keuze eenmaal gemaakt, dan zal het individuele systeem er alles aan doen de gemaakte keuze te legitimeren; zo werkt dat systeem nou eenmaal. Het nog hoog houden van meerdere realiteiten of scenario’s tegelijkertijd was niet langer mogelijk en op het moment van system overload (of ‘kortsluiting’) is besloten één ‘bal’ vast te grijpen en alle andere ballen te laten vallen en uit het eigen systeem te laten verdwijnen. De andere ballen doen vanaf dat moment simpelweg niet meer mee – en wie zich nog wel met die andere ballen bezig houdt wordt ‘fout gemaakt’, want dat is de makkelijkste manier om zelf rust in het individuele systeem te borgen.

Met de gigantische hoeveelheden prikkels die tot ons komen en alle scenario’s die over ons heen worden uitgestort, is het niet verbazingwekkend dat de meeste mensen op enig moment één ‘bal’ vastgrijpen en de rest laten vallen. We kunnen dat mensen niet kwalijk nemen. Het individuele systeem kan slechts aan wat het individuele systeem aan kan.

Maar wat doe jij ondertussen, jij die nog wel aan het jongleren bent, jij die nog wel in staat bent de verschillende mogelijkheden allemáál te bekijken, te bezien, in overweging te nemen terwijl je in staat bent je eigen heelheid en balans te behouden te midden van een uiterst complex krachtenveld?

Hoe hou jij jezelf staande, gezond, gecentreerd en mentaal in balans, in een levenservaring waarin verschillende groepen elk in een eigen realiteit lijken te leven?

We leven allemaal hier en nu, allemaal tegelijkertijd, en toch verkeert elk van ons in een strikt individuele realiteits-ervaring. Dat is natuurlijk altijd al zo geweest maar niet eerder was, heel concreet, zo zichtbaar hoezeer dit werkelijk het geval is.

En… is alles, elke realiteit, elk scenario, dan ‘waar’, als dat maar is waar iemand in gelooft en/of waar iemand zichzelf van overtuigd heeft (of van heeft laten overtuigen)? Of is juist alles niets meer dan ‘maya‘, illusie, en beleeft ieder van ons per definitie alleen maar de ervaring die we gekózen hebben te beleven en die we met onze eigen mindkracht ‘levenskracht’ inblazen?

Te midden van alle huidige chaos worden we uitgenodigd ons met een aantal belangrijke concepten en vraagstukken bezig te houden en bij het contempleren daarover op diepere lagen te schouwen dan slechts de oppervlaktelagen. Het menselijke gedrag dat boven het wateroppervlak zichtbaar is, is makkelijk te duiden op allerlei simplistische manieren. Maar wat bevindt zich ónder het wateroppervlak, wat is de basis van de ijsberg, het deel dat we niet zien zolang we aan de oppervlakte blijven zwemmen en schouwen? Wat zijn de dingen waaraan de schaduwen op de muur ontspruiten? Wat is de ware aard van dat wat wij waarnemen; welke wortel bevindt zich diep in de Aarde, daar waar het leven van het zaadje dat wij nu als plant, bloem of boom aanschouwen ooit begonnen is?

Wie werkelijk wil groeien in termen van bewust-zijn, heeft daartoe kansen te over in de ervaringen die we momenteel beleven. Momenteel is elke dag rijk aan allerlei dingen die als ‘input’ of ‘trigger’ kunnen dienen om eenieder van ons de reis naar binnen te laten maken – de reis waarin we ons niet langer laten afleiden door de schaduwen op de muur, maar we op zoek gaan naar de essentie áchter de schaduwen op de muur die ons proberen wijs te maken dat zij ‘the real thing‘ zijn.

Nous ne voyons pas les choses comme elles sont, nous les voyons comme nous sommes” schreef Anaïs Nin eens.
“We zien de dingen niet zoals zij zijn; we zien de dingen zoals wij zijn.”

Onze waarnemingen zijn subjectief bezien altijd ‘echt’: als we iets waarnemen, is dat op dat moment echt wat we waarnemen. Of onze waarnemingen echter congruent zijn met een objectieve realiteit, dat is een ander vraagstuk. Onze individuele mind haalt vaak allerlei fratsen uit die de boel een draai geven. Zij is een meester in het aanbrengen van vervormingen en verdraaiingen en het in werking stellen van een heel scala aan sabotage-mechanismen. ‘Mind the mind‘ is een zinvolle stelregel. Want op momenten geldt, zoals ze in het Italiaans zeggen: ‘La mente… mente‘ – de mind… liegt. Daarnáást is er het complexe vraagstuk wat realiteit is, en of er überhaupt zoiets als ‘objectieve realiteit’ bestaat.

De meeste mensen hebben nooit enige ambitie gehad zich met dit soort dingen bezig te houden. Maar wie nog niet helemaal afgestompt is en graag wil begrijpen wat er nu in vredesnaam allemaal wérkelijk aan de hand is in het waanzinnige wereldcircus waarin we ons momenteel bevinden, kán eigenlijk niet anders dan zich op enig moment nu wel met dit soort dingen gaan bezig houden. En daarmee… begint een aantal mensen nu eindelijk dan toch, ten langen leste, aan de reis die ze zo lang niet hebben willen maken en vaak decennia lang zorgvuldig hebben gemeden: de reis naar… binnen. De reis naar de plek waar het enige ‘anker’ en ‘kompas’ te vinden zijn die ons in staat stellen onszelf door heftige, complexe tijden heen te loodsen zonder onszelf te versplinteren of verliezen: de reis naar de graal in onszelf, diep verscholen in de basis van ons individuele mens-zijn.

© Sharon Kersten, 11 augustus 2021


Onaangepast

Jaren geleden zei een goede vriendin eens tegen mij: “Als mensen lang alleen zijn, helemaal op zichzelf, worden ze een beetje ‘eigenaardig’.”

Omdat ik toen niet meteen begreep wat ze daarmee bedoelde, vroeg ik haar dat nader toe te lichten. Haar toelichting ben ik nooit vergeten en is altijd ergens in mijn systeem blijven rondzwerven, eens in de zoveel tijd weer even naar de voorgrond komend – soms wanneer ik reflecteerde over het gedrag van anderen, soms wanneer ik reflecteerde over gedrag van mezelf.

En hoewel ik in de opmerking van die vriendin destijds een wat ‘veroordelend’ smaakje meende te proeven, weet ik inmiddels dat het helemaal geen veroordelende opmerking was, maar slechts een vaststelling op grond van een leven vol ervaringen en het contempleren over feitelijkheden – uit de mond van iemand die zo’n beetje de minst veroordelende persoon is die ik ken.

Inmiddels, nu ik heel wat levensjaren en ervaringen verder ben en mijn vermogen vanuit neutraliteit te schouwen vele malen groter is dan het destijds was, besef ik hoe wáár haar woorden waren. Want ja: mensen die lange tijd alleen zijn worden, inderdaad, een beetje ‘eigenaardig’ – doordat dat wat ze doen, denken, zeggen, zijn, nauwelijks nog ‘gecorrigeerd’ wordt door anderen in hun nabijheid die hen op regelmatige basis van feedback voorzien. Er vinden minder interacties plaats, minder ‘confrontaties’ met de kijk van anderen op het eigen gedrag, gedachtegoed, de eigen woorden en manieren van communiceren en de eigen wijzen van zijn.

Enerzijds kan dit ertoe leiden dat ‘de alleen-ganger’ steeds meer zijn of haar ware zelf wordt, minder onderhevig aan conformeringen, bijstellingen, concessies en allerlei afzwakkingen van dat wat ‘eigen’ is. Dat wat authentiek is krijgt in de alleen-ganger veel meer de kans tot ‘wasdom’ en ‘bloei’ te komen zoals het is dan wanneer anderen met regelmaat feedback geven op dat wat zo ‘eigen’ is en dat wat ‘eigen’ is soms onder de loep moet worden genomen naar aanleiding van de feedback van anderen.

Anderzijds geldt ook dat we dankzij interacties met anderen onze eigen ‘diamant’ kunnen ‘polijsten’. We kunnen als mensen als elkaars ‘slijpstenen’ fungeren en het is dóór fricties met een andere ‘slijpsteen’ dat we geconfronteerd kunnen worden met de essentie en het effect van dat wat ons zo ‘eigen’ is, op anderen – én op onszelf. Feedback en input van anderen geven ons de kans dat wat ons zo ‘eigen’ is – ons gedrag, onze gedachten, onze zienswijzen, onze zijnswijzen – onder de loep te nemen en te onderzoeken of we in dat wat we doen, denken, menen en de manieren waarop we ‘zijn’ misschien een aanpassing willen maken, groei willen laten plaatsvinden, een nuancering willen aanbrengen of een ‘plafond’ of beperking willen weghalen.

Wanneer mensen lang alleen zijn, kan er enerzijds een enorme verruiming plaatsvinden waarin dat wat authentiek is volop de ruimte krijgt ongehinderd tot groei, bloei en wasdom te komen. Tegelijkertijd kan er anderzijds een ‘vernauwing’ plaatsvinden, die niet per sé het grootste goed van de persoon in kwestie dient. En deze combinatie van factoren maakt dat mensen die lang alleen zijn inderdaad vaker wel dan niet een beetje ‘eigenaardig’ worden. Teruggeworpen op zichzelf, al dan niet uit vrije keuze, worden mensen heel erg ‘eigen’, ruim baan gevend aan dat wat in en vanuit henzelf manifest wil worden wanneer dat kan plaatsvinden zonder ‘bemoeienis van buitenaf’.

In veel gevallen leidt dat tot prachtige uitingen van authenticiteit, al dan niet in artistieke vorm. Het is niet zonder reden dat kunstenaarschap en andere vormen van ‘creatorschap’ vaak uitermate goed gedijen bij zelfverkozen kluizenaarschap. De werken van talloze kunstenaars, schrijvers en onderzoekers die als alleen-ganger hun mooiste of beste werken hebben gecreëerd laten ons zien wat er mogelijk is wanneer ‘het eigene’ ongehinderd naar buiten kan komen.

En in evenzoveel gevallen leidt het tot ‘eigen-aardigheden’ die door anderen soms als ‘raar’ worden ervaren en het voor anderen niet altijd makkelijk maken met de alleen-ganger om te gaan. De alleen-ganger is vaak ‘raar’, want: onaangepast. En daarmee soms ‘rauw’, ongepolijst, ongenuanceerd, ongecensureerd en zonder concessies te doen. En dáár… vinden we vaak nogal snel van alles van.

Maar daar iets van ‘vinden’, en dan met name onder begeleiding van een denkbeeldig of feitelijk afwijzend of veroordelend vingertje, heeft niet zo veel nut. Het is wat het is. En die dingen waar we wat van vinden, die hebben zo hun bestaansredenen; ze zijn verklaarbaar en zijn niet zomaar opeens ‘uit de lucht komen vallen’.

Ik heb in mijn leven met heel wat alleen-gangers te maken gehad, en op momenten wisten aspecten van hun ‘eigen-aardigheden’ me behoorlijk te irriteren – maar ik zie nu: dat gebeurde eigenlijk alleen wanneer er in míj iets werd aangeraakt doordat zij zich anders gedroegen dan voor míj ‘comfortabel’, ‘prettig’ of ‘normaal’ was. Wanneer ik gefocust blijf op wat er in míj gebeurt en wat ik kan leren uit situaties, kom ik tot de vaststelling dat het in het bijzonder de alleen-gangers met al hun ‘eigen-aardigheden’ zijn geweest die ervoor hebben gezorgd dat ik prachtige kansen kreeg om te leren en te groeien door dieper in mezelf te schouwen en te doorvoelen wat er in mij gebeurde in reactie op mijn interacties met deze ‘onaangepaste’ personen. Zo bezien hebben juist ‘de onaangepasten’ me geweldige mogelijkheden geboden met alchemistisch werk in mezelf aan de slag te gaan en aldus stukjes ‘lood’ om te smeden in ‘goud’.

Tegelijkertijd heeft mijn pad door het leven ertoe geleid dat ik ook zelf een alleen-ganger ben geworden, met alle consequenties van dien. Ook in mij is er ‘onaangepast gedrag’ ontstaan en ook in mij heeft mijn ‘eigenheid’ gaandeweg mijn pad steeds meer Lebensraum gekregen, met alle gevolgen van dien – gevolgen waar mensen allerlei ‘labels’ op zouden kunnen plakken, die echter stuk voor stuk vooral iets zouden zeggen over de perceptie van die ánder en over dat wat mijn ‘eigenheid’, ‘goed’ of ‘slecht’, in die ander aanraakt of teweegbrengt. Ook ik ben een ‘onaangepaste’ geworden die soms van alles in anderen triggert, simpelweg door te zijn wie ik ben, zoals ik in het betreffende moment ben.

Ik wil heel ver weg blijven van labels als ‘goed’ of ‘fout’, ‘positief’ of ‘negatief’, wanneer het gaat om de dynamieken die er in mensen en in interacties tussen mensen gewoonweg bestaan. Het heeft in mijn optiek maar bar weinig nut onszelf bezig te houden met ‘labelen’ en be- of veroordelen. Constructiever en veel waardevoller dan dat is het werken met vragen als ‘Wat gebeurt er nu in mij?’ en ‘Wat zegt dat over míj?’, ‘Wat wordt er nu in mij geraakt door het gedrag van die ander?’, ‘Wat kan ik hiervan leren?’, ‘Hoe kan ik deze situatie aanwenden om te groeien, of iets te helen in mezelf dat kennelijk een pijnpunt is?’.

Door niet met de vinger naar de ander te wijzen maar in onszélf aan de slag te gaan met dat wat er in ons geraakt wordt, kunnen we situaties, van welke aard of hoedanigheid ook, benutten als kansen om te komen tot meer bewustzijn, heling, zelf-ontwikkeling en groei. Opdat we zélf steeds authentieker kunnen worden – het risico dat we ‘onaangepast’ worden op manieren die voor anderen niet altijd ‘prettig’ of ‘comfortabel’ zijn, op de koop toe nemend. 😉

☼ © Sharon Kersten, 5 augustus 2021


Schaduwen en afstand

De enige manier waarop we kunnen voorkomen dat we met elkáár in de clinch komen te liggen, is werken aan onze eígen schaduwaspecten – onze persoonlijke pijnen, verwondingen, irritaties, frustraties en allerlei daaraan gekoppelde gevoelens en emoties.

Weten waar je ‘pijnpunten’ zitten en hoe / waar / wanneer / waardoor deze geraakt kunnen worden, geeft je een belangrijk stuk regie in handen: de regie bewust te kunnen kiezen waar je je op enig moment wel – en waar je je op enig moment niet – aan blootstelt.

Wanneer we weten wat de situaties of dingen zijn die het potentieel hebben pijnpunten of andere schaduwaspecten te triggeren (met alle mogelijk destructieve gevolgen van dien) kunnen we de keuze maken ons met bepaalde situaties niet in te laten of ons aan bepaalde zaken niet bloot te stellen – of niet op dat moment, of niet ‘zonder meer’. En in de ruimte die dan ‘vrijkomt’ kunnen we aan onze eigen schaduwaspecten werken, opdat de hoeveelheid ‘triggerbare’ dingen die we in onszelf dragen kan gaan afnemen.

Tijdelijk afstand nemen van mensen of situaties kan aldus vaak by far de ‘betere’ (wijzere, zinvollere, constructievere, strategisch slimmere) keuze zijn dan per sé ‘nu’ samen door een deur willen gaan die een groot ‘trigger-gevaar’ met zich meebrengt.

Afstand nemen is helemaal niet per definitie een kwestie van ergens voor ‘weglopen’.
Soms is afstand nemen de grootste daad van liefde, om dat wat inherent goed is te beschermen.

Door niet weg te lopen voor, maar weg te lopen van dat wat een potentieel ‘slagveld’ is en in plaats daarvan te gaan werken aan de eigen schaduwaspecten, kan voorkomen worden dat iets goeds averij oploopt alleen maar doordat de ‘kleine ikjes’ nog niet in staat zijn hun eigen triggers te managen op een constructieve, volwassen, verantwoordelijke wijze die niet in méér pijn of schade resulteert.

Deze wijze van ‘afstand nemen’ is allesbehalve laf.
Wie afstand neemt om, teruggeworpen op zichzelf, actief aan de eigen schaduwaspecten te gaan werken, in plaats van ervoor te kiezen getriggerde schaduwaspecten maar naar boven te laten komen en te botvieren op een ander, doet iets waar vele malen méér kracht en moed voor nodig is dan voor ‘blijven en er een puinhoop van maken’.

Hurt people hurt people. Zolang we pijnen en frustraties in ons dragen waar we geen verantwoordelijkheid voor nemen en waar we niet op een constructieve manier mee weten om te gaan, zullen ketenen van pijn alleen maar verlengd worden in onze interacties met anderen.

Het helen van de eigen wonden en schaduwkanten is de enige manier om ketenen van pijn tot een einde te brengen.

En dat helen gebeurt in beginsel in solitude, in een staat van alleen-zijn, teruggeworpen op jezelf, dealend met wat er in jou speelt, leeft, gebeurt. Niet langer met een focus op de schaduwen op de muur – vruchten van projecties die als coping mechanisme dienen om niét te hoeven dealen met de essentie van dingen en de pijnen, angsten, frustraties die in onszelf leven en allerlei emoties die daaraan gekoppeld zijn – maar doorvoelend wat er in de kern werkelijk in jezélf aanwezig is, geraakt wordt, opgeslagen ligt.

Om het innerlijke alchemistische werk van het omsmeden van ‘lood’ in ‘goud’ te kunnen verrichten, is een afstand nemen van ‘de ander’ soms noodzakelijk – een ‘weglopen’; geen weglopen vóór, maar een weglopen van een situatie om aan jezelf te kunnen werken.

Échte transformatie kan alleen maar plaatsvinden wanneer we bereid zijn écht naar binnen te gaan en echt volledig met onszelf te ‘dealen’. It’s an inside job – alles.

Een weglopen van is soms de eerste stap van een transformatie die realiteiten diepgaand, ten goede, kan veranderen.
Maar dat kunnen we alleen ontdekken wanneer we bereid zijn… weg te lopen van
… op weg náár… het potentieel levensveranderende alchemistenwerk in onszelf.

☼ © Sharon Kersten, 31 juli 2021


Het goud van diepgaand luisteren

Een tijd geleden kwam ik deze prachtige tekst tegen, geschreven door John Fox:

Écht gehoord worden, door iemand die echt kan luisteren.
Het is zo belangrijk.
Zo waardevol.
En zo zeldzaam.

Onderzoek heeft uitgewezen dat zo’n 80% van de mensen die zich tot een therapeut, psycholoog of coach wenden vooral een diepgaande behoefte heeft eindelijk eens een keer echt gehóórd te worden door iemand. De specifieke onderwerpen waar in therapeutische, psychologische of coachsessies over gesproken wordt hebben uiteraard hun plaats en bestaansrecht, maar er gaat vooral een diepgaand helend effect uit van het feit dat er eindelijk iemand is die werkelijk naar de ander kan luisteren en de ander kan hóren.

Het is een diepgewortelde menselijke behoefte werkelijk gehoord te worden door een ander. En het is een verdrietige realiteit dat veel mensen pijnlijke beschadigingen in zich dragen, juist ten aanzien van dit punt; beschadigingen die vaak oude wortels hebben en die vaker wel dan niet in hun huidige verbindingen met regelmaat weer worden aangeraakt. Want écht luisteren naar een ander en een ander werkelijk hóren… dat is een vaardigheid die maar weinig mensen zich hebben eigengemaakt. Een heel verdrietige stand van zaken, maar helaas wel de naakte, pijnlijke waarheid.

Wil je je affectie, je genegenheid, je liefde aan een ander tonen? Train jezelf dan in wérkelijk kunnen luisteren naar een ander, zonder de ander te onderbreken of, erger nog, joúw visie ten gehore te brengen wanneer de ander zich in kwetsbaarheid uit.

Iemand in je leven hebben die écht naar je kan luisteren en je écht kan horen, iemand die je de safe space kan bieden waarin je niet alleen de ruimte krijgt er helemaal te zijn maar waarin het ook *veilig* voor je is er te zijn, je te laten zien en je te uiten, met en in al je kwetsbaarheid, en daarin erkend, gezien en gehoord worden, zonder verstoringen, onderbrekingen en projecties van de ander, is misschien wel het grootste cadeau dat je ooit in dit aardse leven kunt ervaren.

Probeer zo iemand te zijn voor anderen.
Je zult zien dat dat tot heel mooie dingen kan leiden en dat die ander je er immens dankbaar voor zal zijn, terwijl het ook jou enorm verrijkt op die wijze in je verbindingen te (leren) staan.

Is dat makkelijk? Voor de meesten niet.
Is het de ‘moeite’ waard? O ja. Absoluut.

– – – – – – – – – –

☼ © Sharon Kersten, 2 mei 2021


Over ‘empaths’, grenzen en verantwoordelijkheden

Er is iets dat elke ‘empath’* op enig moment gaat inzien, wanneer hij/zij eenmaal actief aan de slag is gegaan met oprechte zelfreflectie, eerlijke introspectie en bewuste persoonlijke groei en ontwikkeling:

het gaat, in de verbindingen die een empath aangaat met anderen en de dingen waar hij/zij dan tegenaan loopt, allemaal om persoonlijke en interpersoonlijke grenzen, en verantwoordelijkheden dáár plaatsen en laten waar ze thuis horen: die van de ander bij de ander, die van jezelf bij jezelf.

Lieve empath,

Het is niet jouw taak als ‘boksbal’ voor de triggers, pijnpunten en schaduwkanten van een ander te fungeren. Je hoeft niemand te ‘redden’ en je hoeft niemands ‘voetveeg’ te zijn, noch iemands energetische tankstation of ‘emotionele kliko’ waar maar in gedumpt kan worden al naar gelang de behoeften van de ander.

Jouw taak is zelf de verantwoordelijkheid nemen voor jouw eigen welzijn. En dat behelst: je grenzen kennen, stellen en bewaken en werken aan je éigen triggers, pijnpunten en schaduwkanten.

Verbindingen waarin emotionele chaos, leegloop aan energie en toxiciteit hoogtij vieren worden stuk voor stuk gekenmerkt door de afwezigheid van duidelijke persoonlijke en interpersoonlijke grenzen die bewaakt en gerespecteerd worden, verstrikkingen omtrent misplaatste verantwoordelijkheden en een veelvoud aan projecties van éigen wonden, pijnpunten en andere schaduwaspecten op de ander, al dan niet over en weer.

Niemand zal ooit een ander kunnen veranderen.
Jouw ‘job’ is niet het sleutelen aan een ander.
Jouw ‘job’ is aan de slag gaan met jezelf, zodat jíj gezond in verbindingen kunt gaan staan, met bewustzijn omtrent al deze dingen, een gedegen dosis zelfkennis en eerlijke introspectie zonder vooringenomenheid, en voldoende kracht om je éigen verantwoordelijkheden te dragen – en die van de ander bij de ander te laten.

*) De term ‘empath’ wordt in Engelstalige literatuur gebruikt om te refereren aan mensen die in staat zijn de emoties van anderen in het eigen lichaam/systeem te ervaren. Het is van belang deze term niet te verwarren met het woord ‘empathisch’, dat refereert aan de eigenschap empathie voor anderen te kunnen voelen. Een ‘empath’ zijn is niet de overtreffende trap van empathisch zijn. In de woorden van psychiater Judith Orloff: “Being empathetic is when your heart goes out to someone else; being an empath means you can actually feel another person’s happiness or sadness in your own body.”

© Sharon Kersten, 1 mei 2021


Onthaasten

Ik schreef onderstaande tekst op 3 april 2012, inmiddels alweer 9 jaren geleden.
Maar het is nooit niét actueel en is in deze periode misschien wel belangrijker dan ooit tevoren.


In de waanzinnige snelheid en drukte van de wereld waarin we vandaag de dag leven, is ‘onthaasten’ en bewust momenten van rust creëren een groot goed voor wie in balans wil blijven.

Het reduceren en reguleren van prikkels, het stellen, aangeven en bewaken van je grenzen, het niet meer meedoen aan de gekte van ‘altijd maar bereikbaar zijn’: het zijn allemaal geen ingrediënten van een ‘luxe-statement’ maar is niks minder dan pure noodzaak voor wie uitgerust is met een hoogsensitief systeem en niet overvoerd en gevloerd wil raken.

Onthaasten, om jezelf niet kwijt te raken.
Onthaasten, en je herinneren dat je levensdagen niet gemaakt zijn om continu onder spanning van ‘to do klusje’ naar ‘to do klusje’ te rennen.
Onthaasten, om in balans te blijven, met je energetische lichaam ín je fysieke lichaam – in plaats van ergens daar buiten zwevend omdat het ín je fysieke lichaam voor je energetische lichaam gewoon niet te doen is als je de hoeveelheid prikkels geen halt toeroept.
Niet meer altijd bereikbaar zijn, om een prettiger mens te zijn wanneer je er wél bent.
Prikkels reguleren, omdat je systeem ook tijd nodig heeft om alle prikkels te verwérken.
Het roer (weer) zelf in handen nemen en doen wat goed is voor joú, in je eigen tijd en tempo, of de buitenwacht dat nou snapt of niet.
Onthaasten.
Afbouwen.
Minder ruimte voor de waan, meer ruimte voor jezelf.

En je herinneren: “Nee” is ook een antwoord.

☼ © Sharon Kersten, 3 april 2012


“I love not man the less, but Nature more”

12 mieren op een blad, gepositioneerd in 4 groepjes van 3 rondom een waterdruppel.

Door de specifieke verdeling in 4 groepjes zorgen de mieren ervoor dat de waterdruppel in balans blijft, waardoor deze niet van het blad af rolt. De mieren werken samen en verdelen het water gelijkmatig onder allen, zodat elk een gelijk deel krijgt.


Hoe langer ik hier in deze maffe ervaring genaamd ‘leven op Aarde’ rondloop, hoe meer het me begint te dagen dat de soort genaamd ‘mens’ misschien wel tot de minst intelligente wezens op Aarde behoort.

De mens meent ‘slim’ te zijn en kijkt neer op allerlei vormen van leven die hij als ‘minder intelligent’ beschouwt maar is, op de keper beschouwd, in veel opzichten vooral enorm hoogmoedig, arrogant, leidend aan grootsheidswaanzin en aan een superioriteitscomplex dat zijn weerga niet kent, laatdunkend neerkijkend op allerlei andere levenssoorten die een hoge mate van intelligentie aan de dag leggen, terwijl hij zijn eigen habitat – op macroniveau én op microniveau – structureel beschadigt, sloopt, vergiftigt en om zeep helpt.

Wat een gigantische kosmische grap – en een enorm hard gelag – zou het zijn als na ons leven in deze ervaring genaamd ‘leven op Aarde’ zou blijken dat deze dimensie niet aan ons toebehoort, maar aan de organismen die wij kennen als ‘dieren’ en ‘planten’…
Als dan duidelijk zou worden dat wij hier slechts wat mochten rondwandelen opdat middels onze acties onomstotelijk duidelijk zou worden hoe het gesteld is met onze vermeende ‘ontwikkeling’ en ‘intelligentie’ en waar wij ons nou eigenlijk werkelijk op het pad van groei en bewustwording bevinden…

Wat als ‘karma’ straks het gezicht blijkt te hebben van alle planten die we vertrapt en vergiftigd hebben en alle dieren waar we compleet achteloos mee om zijn gegaan, alles grosso modo zonder een greintje respect voor het leven en het bewustzijn dat zij belichamen en alles dat zij ons geven?

Wat hebben we een gigantische schade aangericht, als mensen.
Wat zijn we ongelooflijk stupide, kortzichtig en egoïstisch bezig geweest. Egocentrisch. Arrogant. Mis-handelend. Tiranniek. En vérre van intelligent.

Hoe meer tijd er hier verstrijkt, hoe duidelijker zichtbaar wordt ‘waar mensen staan’, hoe kortzichtig en weinig intelligent velen van deze soort zijn en met hoe weinig respect voor leven en **het natuurlijke** de meeste mensen leven.

En ik realiseer me opeens heel scherp: van wezens die, op talloze manieren, het niet-natuurlijke verkiezen boven het natuurlijke kan niet verwacht worden dat zij ooit goed zorg zullen dragen voor de Natuur en alle leven dat daar deel van uitmaakt.
Het natuurlijke lijdt, en masse, onder de waan van mensen die hun eigen connectie met het natuurlijke zijn kwijtgeraakt. Van zoiets kan nooit iets goeds komen. Waar leven niet geëerd wordt, kan alleen het pad van verval, verderf en dood bewandeld worden.

Ik heb altijd een groot hart gehad voor mensen, in velerlei ‘soorten en maten’ en van allerlei allooi en pluimage. Maar hoe langer ik hier rondloop, hoe meer ik me thuis voel niet bij mensen maar bij planten en dieren, en hoe meer ik wil samenzijn met en opgaan in de Natuur. Al het andere schijnt me meer en meer toe als niks minder dan totale, collectieve waanzinnigheid.

Na al mijn omzwervingen en ervaringen in deze merkwaardige ervaring die ‘leven op Aarde’ heet, kom ik meer en meer uit op de woorden waarmee George Gordon Byron zijn ervaringen eens beschreef. Na 46 jaren op ‘Aarde’ geldt voor mij steeds meer: ‘I love not man the less, but Nature more’.

💚

There Is Pleasure In The Pathless Woods

There is a pleasure in the pathless woods,
There is a rapture on the lonely shore,
There is society, where none intrudes,
By the deep sea, and music in its roar:
I love not man the less, but Nature more,
From these our interviews, in which I steal
From all I may be, or have been before,
To mingle with the Universe, and feel
What I can ne’er express, yet cannot all conceal.

– George Gordon Byron

☼ © Sharon Kersten, 28 april 2021


Translate »
error: Content is protected !!

Deze website maakt gebruik van cookies. Door gebruik te maken van deze website ga je hiermee akkoord. Meer informatie

Deze website maakt gebruik van essentiële cookies die als doel hebben de website goed te laten functioneren en van eenvoudige cookies die je in staat stellen de content van deze website te delen via een aantal social media platformen. Deze website maakt géén gebruik van cookies die aan advertenties of gerichte tracking-doeleinden gerelateerd zijn. Meer informatie over cookies en de bepalingen die daarover middels de Cookiewet zijn vastgelegd vind je op de pagina 'Cookieverklaring', te bereiken via de hyperlink 'Cookieverklaring' onderaan deze webpagina. Meer informatie over het cookie-gebruik van www.sharonkersten.com en de redenen daarvan vind je in de privacyverklaring, te bereiken via de hyperlink 'Privacyverklaring' onderaan deze webpagina. Door verder te navigeren op c.q. gebruik te maken van deze website ga je akkoord met het cookie-gebruik van www.sharonkersten.com. Als je niet akkoord bent met het cookie-gebruik van deze website word je vriendelijk verzocht geen gebruik te maken van deze website.

Sluiten