Retro

– “Het is duidelijk weer raak hè?”
“Wat, Lux?”
– “Het gedonderstraal van Mercurius retrograde.”
“Zeg dat wel… Vertragingen, gedoe met contracten en ICT-toepassingen, weer opduikende connecties uit het verleden en krommunicatie in plaats van communicatie: ik heb het allemaal weer voorbij horen komen in consulten de afgelopen dagen.”
– “Yep, Mercurius retro is weer lekker aan het huishouden.”
“Ik weet hoe het werkt maar ik blijf het bizar vinden, Lux. Zoals elke astroloog die de essentie van zijn vakgebied grondig heeft bestudeerd weet: Astra inclinant, non necessitant – de sterren doen neigen maar zijn niet dwingend.”
– “Klopt. Ze hebben geen enkele dwingende kracht of macht.”
“… en toch werkt hun invloed op velen weergaloos door…”
– “Alleen op de degenen die als veertjes zijn.”
“Als veertjes?”
– “Als veertjes op de wind. Meebewegend met de wind die waait.”
“Als bootjes zonder stuurman…”
– “Precies. Bij gebrek aan een stuurman die zijn wilskracht en handelingen benut om zelf vorm te geven aan de koers van het bootje, zal het bootje daar gaan waar de golven het heen stuwen.”
Right. Sterren, winden en golven kunnen slechts vrij spel hebben wanneer hun effecten op geen enkele manier gebroken worden…”
– “Exact. Maar sterke windbrekers, stevige golfbrekers en wilskrachtige stuurlieden zijn schaars in deze wereld.”
“Inderdaad… Ik liep vanmiddag nog te denken aan Gurdjieffs visie daarop…”
– “Ah, de mens als automaton. ‘Every one of you is a rather uninteresting example of an animated automaton.‘”
“Ja, dat ja… de zin die een grotere kern van waarheid bevat dan de meeste mensen willen erkennen….”
– “Kan een automaton beseffen – laat staan erkennen – dat het een automaton is?”
“Goede vraag…”
– “Als Gurdjieffs visie klopt is het helemaal niet verwonderlijk dat de astra in de levens van velen méér doen dan slechts laten neigen…”
“Muntje erin, liedje eruit…”
– “Precies. U vraagt, wij draaien – ook als u helemaal niets vraagt.”
“Het stemt me verdrietig, Lux, dat veel mensen zo reactief zijn en hun acties zo voorspelbaar… Ik bedoel: het is best handig dingen al aan te kunnen zien komen, maar het is toch een intens trieste stand van zaken dat de automaton-factor in mensen zo hoog is?”
– “Enorm. Triest, en… gevaarlijk.”
“Ik neem aan dat je nu refereert aan de mate waarin we te bespelen zijn, right?”
– “Kijk om je heen…”
I know…”
– “Over het concept vrije wil zullen we het maar even helemaal niet hebben hè?”
“Nee Lux, laten we dat maar voor een andere keer bewaren.”
– Dansje dan maar?”
“Huh?”
– “Een dansje, om de zinnen te verzetten!”
“Goed plan. Ja, graag. Als het maar niet op Pearl Jams Retrograde is…”
– “Nee, ik dacht meer aan retro-disco. Blame it on the Boogie ofzo.”
Yeah, laten we de Boogie maar even de schuld geven van alles.”
“I just can’t, I just can’t, I just can’t control my feet!
“Automaton, much? Liedje erin, voetjes omhoog…”
– “Boogies inclinant!

☼ © Sharon Kersten, 1 oktober 2021


Honderd jaar

– “Goedemorgen!”
“Goedemorgen Lux.”
– “Ben je al wakker genoeg voor een nieuw idee?”
“Hoe bedoel je?”
– “Ik heb een idee dat ik met je wil delen.”
“Vertel…”
– “Twee woorden: honderd jaar.”
Honderd jaar eenzaamheid. Een prachtig boek van Gabriel García Márquez.”
– “Klopt, maar dat bedoel ik niet.”
“Oké. Wat bedoel je dan wel?”
– “Over honderd jaar is er niemand meer die nog een levende herinnering aan je heeft. Niemand!”
“Dus…?”
– “Zou het dan geen ontzettend goed idee zijn dat we onszelf daar met enige regelmaat aan herinneren?”
“Leg uit…”
– “Kijk om je heen. Kijk naar de dingen die mensen doen. Hoe belangrijk ze allerlei dingen maken. Hoe druk ze zich over van alles en nog wat maken. Hoe hard ze hun best doen om in hun micro-leventjes bepaalde dingen te bereiken, of juist te voorkomen, alsof weet-ik-veel-wat ervan afhangt. De onzekerheden die mensen hebben en die met hen aan de haal gaan. De hersenspinsels, angsten en twijfels die hun gedrag beïnvloeden. De dingen die ze wel of juist niet doen om maar geaccepteerd te worden, niet afgewezen te worden, niet veroordeeld of verkeerd begrepen te worden… Mensen maken zich zó druk over van alles en nog wat – waaronder welbeschouwd heel veel tamelijk futiele dingen – terwijl er over honderd jaar NIEMAND meer is die zich hen nog herinnert.”
“Ik geloof dat ik begrijp waar je heen wilt… al is het natuurlijk wel zo dat sommige mensen iets nalaten waardoor ze over honderd jaar nog wel herinnerd worden – en sommigen zelfs nog veel langer.”
– “Klopt, maar dan heb je het over nalatenschap. Dat is niet waar ik op doel. Als je op de één of andere manier een legacy nalaat zullen er ook na honderd jaar nog mensen zijn die weet hebben van het feit dat je er was en dat je iets specifieks gedaan hebt. Maar ook in dat geval is er niemand meer die nog een actieve herinnering aan je heeft. Niemand die je gekend heeft, die uit eigen ervaring weet hoe je was, hoe je stem klonk wanneer je met hem of haar praatte, hoe het was om 1-op-1 met jou samen te zijn; niemand die jou in levende lijve heeft méégemaakt. Niemand dus die zal denken ‘ik kan me nog goed herinneren dat…'”
“Klopt…”
– “Niemand dus die weet heeft van die keer dat je je even niet zo handig uitdrukte, of van die keer dat je jezelf en plein public nogal te kijk zette. Niemand die nog weet hoe het eruit zag wanneer je nét uit de maat danste, niemand die zich kan herinneren dat je haar op een dag niet goed zat of dat er een ladder in je panty of een vlek op je shirt zat. Niemand die je zag worstelen tijdens die ene presentatie of die je paniekaanval heeft waargenomen. Niemand die gezien heeft hoe je lichaam door de jaren heen souplesse en elasticiteit verloor en hoe de rimpels in je gezicht toenamen. Niemand die gezien heeft dat je, druk kletsend met je vriendin, tegen een glazen pui aanliep. Niemand die ooit gezien heeft dat het schaamrood je die ene middag op de kaken stond, opgelaten als je je voelde door de blunder die je begaan had. Niemand! Er is dan niemand meer die daar nog weet van heeft.”
“… en dus ook niemand meer die daar nog iets van vindt…”
Exactly.”
“Dat biedt een perspectief dat heel wat ‘lucht’ geeft, in die koppies van ons die zich zo druk kunnen maken over hoe we op anderen overkomen en wat anderen van ons vinden…”
– “Precies.”
“Het helpt… uitzoomen, als het ware. Alsof je opeens door een panoramalens gaat kijken…”
– “Juist. Een panoramalens, in plaats van een microscooplens.”
“… en dan zijn de dingen waar we ons op microscoopniveau zo druk om maken opeens helemaal niet zo belangrijk meer…”
– “Ze zijn niet eens meer te zién!”
“Dat helpt behoorlijk om dingen te relativeren…”
– “Dat bedoel ik…”
“Een medicijn tegen de waan van jezelf het vermeende centrum van het universum maken…”
– “Exact. Mensen hebben een neiging allerlei kleine dingen die henzelf aangaan, en dan met name de reacties van anderen óp henzelf, zo enorm belangrijk te maken. Maar over honderd jaar is er niemand meer die überhaupt nog weet dat ze al die kleine dingen ooit gedáán hebben!”
“Inderdaad… en dan te bedenken dat de meeste mensen hun ware potentieel nooit echt helemaal leven doordat ze zich daarvan laten weerhouden door allerlei eigenlijk maar kleine dingen die ze enorm belangrijk maken… Onzekerheden die hen ervan weerhouden zichzelf écht te laten zien en hun talenten te ontplooien… inperkingen die ze zichzelf opleggen uit angst voor afwijzing of veroordeling… gêne en schaamte waarmee ze zichzelf klein houden… angsten die maken dat ze in conventies en ‘geaccepteerde’ patronen blijven steken of hun hoofd nooit boven het maaiveld durven uit te steken…”
– “Bingo. Dáár wilde ik heen. Er gaat zó veel verloren, in termen van mogelijkheden, doordat mensen dat microscoopperspectief hebben, die focus op al die ‘kleine’ dingen die ze zo groot laten worden… Ik denk echt dat het heel goed zou zijn als mensen zichzelf met regelmaat zouden herinneren aan ‘honderd jaar’.”
“De honderd jaar factor.”
– “Ja, zo kunnen we het noemen! Weg met de waanzin van de X-factor, entrez de reality check van de honderd jaar factor!”
“Ik vind het een tof idee, Lux.”
– “Mooi.”
“De honderd jaar factor. Dat geeft… vrijheid. Bewegingsruimte… meer ruimte om te zijn, zonder je over van alles en nog wat druk te maken…”
– “… en dáárom wilde ik het me je delen.”
“Dankjewel, Lux.”
– “Graag gedaan. Niet meer vergeten hè?”
“In geen honderd jaar.”

☼ © Sharon Kersten, 24 september 2021




Gelijke nacht

– “Gefeliciteerd met gelijke nacht!”
“Gefeliciteerd met wát?”
– “Met gelijke nacht!”
“Lux….”
– “Ja?”
“Ik heb geen idee waar je het over hebt.”
– “Hier, vangen!”
“Wat moet ik met dit doekje?”
– “Je kennis van Latijn afstoffen.”
“O… wacht even… aha! Equinox.”
– “Sì. Aequinoctium. Ook wel nachtevening of dag-en-nachtevening genoemd.”
“Jeetje, zijn we dáár alweer… Wat gaat de tijd toch snel…”
– “Correctie: tijd heeft geen snelheid.”
“Dat weet ik. Maar je begrijpt wel wat ik bedoel.”
– “Zeker. Maar je weet ook dat ik mijn mond niet kan houden wanneer mensen dingen zeggen die niet kloppen.”
I know... één van de onwrikbare elementen van Lux zijn…”
– “Vind je dat vervelend?”
“Nee. Nou ja, soms wel een beetje. Afhankelijk van hoe ik mezelf voel.”
– “Vertel…”
“Soms kan ik jouw scherpzinnigheid beter hebben dan op andere momenten. Waarderen doe ik het altijd. Maar soms heb ik er gewoon even geen zin in. Aan het einde van een volle werkdag bijvoorbeeld. Of laat op de avond, wanneer ik al heel veel prikkels en informatie te verwerken heb gehad.”
– “Zouden we kunnen stellen dat je mijn verbeteringen overdag beter verdraagt dan in de avond?”
“Ja, dat klopt geloof ik wel.”
– “Mooi. Dan heb ik vandaag precies de helft van het etmaal om je te plagen met mijn verbeteringen en zal ik je de andere helft van het etmaal met rust laten.”
“Lux…”
– “Ja?”
“Ik vind je fantastisch. Soms vind ik je knap irritant, maar overall ben ik enorm op je gesteld. Vooral om dit soort dingen. Don’t ever change a thing about yourself.
– “Geen zorgen! Dat zou ik niet kunnen, al zou ik het willen.”
“Fijne gelijke nacht, Lux.”
– “Fijne gelijke nacht, Similia.”
“Similia?”
– “Similia similibus cognoscitur.”

☼ © Sharon Kersten, 22 september 2021






Taart

“Lux?”
– “Ja…”
“Waar ben je?”
– “In de keuken!”
……
“Ah, daar ben je…. Jemig, wat ben jíj van plan met al die spullen?”
– “Ik ga een taart bakken.”
Nice! Maarre… zomaar, of is er een aanleiding?”
– “Jij bent de aanleiding.”
“Ik?”
– “Ja, jij.”
” Eh… ik volg je even niet. Hoezo ik? Ik ben niet jarig… Ik heb niets bijzonders te vieren vandaag… Waaraan heb ik dan een taart te danken?”
– “Aan iets dat nog komen gaat. En iets dat je nooit uit het oog mag verliezen. Vandaar de taart.”
“…. je spreekt in raadselen, Lux…. enne… ik wil niet ondankbaar klinken, maar… ik zie daar de ingrediënten en… ik ben glutenintolerant….”
– “Dat weet ik.”
“… en toch ga je een glutenrijke taart voor me bakken…?”
– “Ja!”
“Je begrijpt dat ik je even niet kan volgen nu hè…?”
– “Ja! Volkomen! En dat is hartstikke mooi.”
“Hoezo is het mooi dat ik je niet kan volgen?”
– “Omdat dat geweldig goed bijdraagt aan mijn bedoeling met deze taart.”
“Wat ís je bedoeling dan met deze taart… die ik niet kan eten?”
– “Ah! Aannames!”
“Huh?”
– “Wie zegt dat ik een taart voor je bak die jij moet eten?”
“Eh… wat zou ik er anders mee moeten, Lux?”
– “Mijn bedoeling is dat je deze taart nooit vergeet. En ik kan je eigenlijk nu al garanderen dat ik mijn doel ga realiseren. Heeft er ooit eerder iemand een taart voor je gebakken, speciaal voor jou, die je niet kon opeten?”
“Nee…. Maar waarom kríjg ik hem dan?”
– “Om iets te vieren.”
“En… wat is er dan te vieren?”
– “Dat er iets komen gaat dat je nu nog niet weet maar dat een belangrijke wending aan dingen gaat geven, waar je heel blij mee zult zijn.”
” Oké… en dat gaan we nu al vieren, met een taart die ik niet kan eten, terwijl het nog helemaal niet in mijn leven is?”
– “Yes!”
“Ik vind het wel een beetje raar hoor, Lux…”
– “Wat precies?”
“Nou ja, dat je een taart voor me maakt die ik niet mag eten sowieso. Maar ook dat we iets gaan vieren dat er nog niet is en waarvan ik niet eens weet wát dat dan is, of gaat zijn.”
– “Maar daar gáát het nou juist om!”
“Leg uit, alsjeblieft…?”
– “Deze taart is om te vieren dat er altijd, ook wanneer niets dat doet vermoeden, dingen in aantocht zijn die ons leven opeens een heel andere wending kunnen geven – ten goede. Om nú al te vieren dat er goede wendingen verderop het pad liggen, die elke dag een beetje dichterbij komen. En om dat nooit uit het oog te verliezen. Ik wil gewoon heel graag dat je nooit vergeet dat er nog positieve dingen in het verschiet liggen – altijd.”
“Nu klink je net als ik… Je verwoordt de basis van míjn levensinstelling…”
– “Dat weet ik. Maar ik merk ook dat er soms momenten zijn waarop je die basis eventjes lijkt te vergeten. En ik zou graag willen dat je het niet meer vergeet. Dus heb ik iets onvergetelijks bedacht.”
“Een taart die voor mij gebakken is, maar die ik niet kan opeten…”
– “Ja!”
“Je bent een wonderlijk wezen, Lux…”
– “Zeg eerlijk: ga je dit ooit vergeten?”
“Waarschijnlijk niet…”
– “Dan is mijn missie nu al geslaagd. Maar ik ga de taart evengoed nog voor je bakken hoor. Oh, enne: gefeliciteerd!”
“Met…?”
– “Met wat nog komen gaat!”
Right… dankjewel, alvast. O, en Lux… niet dat het heel belangrijk is voor een taart die ik toch niet kan eten, maar puur uit nieuwsgierigheid: kruimel, of ….?”
– “Absoluut géén kruimel. Jouw tijd van kruimels is voorbij. Begin maar vast te wennen aan consistentie.”

☼ © Sharon Kersten, 19 september 2021



Vochtwolkjes

“Soms voel ik me net zoals de ochtend er vandaag uit zag, Lux.”
– “O? Hoe zag de ochtend eruit dan?”
“Mistig, met diffuus licht in een wereld waarin de dingen niet scherp te zien zijn. Een canvas met zwevende vochtwolkjes op ooghoogte en vroege zonnestralen die daar doorheen pogen te breken.”
– “Dat is een interessante beschrijving. Diffuus licht in de mist en vochtwolkjes op ooghoogte.”
“Hmmm….”
– “Misschien zou het goed voor je zijn die vochtwolkjes op ooghoogte te legen.”
“Hoe bedoel je?”
– “Als je de vochtwolkjes vloeibaar laat worden, lossen de wolkjes op. Dan verdwijnt de mist.”
“Bedoel je dat ik het weer kan beïnvloeden?”
– “Jouw weer wel, ja.”
“Dit doet iets, wat je nu zegt… Ik voel tranen opkomen…”
– “Precies. Jouw persoonlijke regenbuien, die je soms probeert tegen te houden.”
“……”
– “Laat maar stromen… Als de wolkjes verdwijnen, wordt je zicht helderder en kunnen de zonnestralen je beter bereiken.”

☼ © Sharon Kersten, 18 september 2021


Wilde paarden

“Hoe buig ik het om, Lux?”
– “Wat?”
“De stroom van de gedachten die in mijn hoofd zijn gaan wonen.”
– “Waarom wil je het ombuigen?”
“Omdat het met me aan de haal gaat.”
– “Aha. De galopperende paarden voor de koets, en de koetsier die niet de teugels pakt.”
“Wat?”
– “Jij bent de koetsier – maar kennelijk is er een reden waarom je de paarden niet in toom houdt.”
“Hm.”
– “Misschien wil je de paarden wel laten rennen… Je zou zo de teugels kunnen pakken. Maar dat doe je niet.”
“Ik heb niet het gevoel dat ik de teugels überhaupt in handen heb, Lux.”
– “Toch liggen ze daar. In jouw handen. Maar je doet er niets mee. Kennelijk vind je het heimelijk wel prettig die paarden vrijuit te laten rennen.”
“Kennelijk…”
– “Wat levert het je op, die paarden te laten rennen?”
“Vooral veel dat ik niet prettig vind.”
– “Maar toch grijp je niet in. Dus er is ook iets dat het je ‘oplevert’.”
“……”
– “Wat levert het je op?”
Wild horses….”
– “… could not drag you away….”
“Ze sleuren me anders flink mee, Lux…”
– “Tsja, wilde paarden laten zich niet makkelijk temmen. Zeker niet door een koetsier die de teugels niet stevig ter hand neemt.”
“Wat gebeurt er als ik ze gewoon laat uitrazen, Lux? Houdt de stroom dan een keer vanzelf op?”
– “Dan rennen ze naar de plek waar ze heen willen. De plek waar ze zich willen laven, of waar ze tot rust wíllen komen, geheel uit eigen beweging.”
“Zou dat goed zijn?”
– “Dat hangt ervan af: goed voor wie? Voor wat? Voor hen? Voor jou? Als de koetsier niet weet waar hij heen wil, hoe kan hij dan ooit bepalen of het eindpunt ‘goed’ is?”
“Ik geloof dat ik helemaal geen koetsier wil zijn…”
– “Aha… nu komen we ergens…”
“Wat als ik me helemaal niet in staat voel mijn paarden te mennen, omdat ik zelf niet weet waar ik heen wil?”
– “Dan lijkt het me tijd te gaan voelen…”
“Wat te gaan voelen?”
– “Te gaan voelen wat je wilt, waar je heen wilt.”
“Het zijn niet die paarden hè, die me dat gaan vertellen?”
– “Waarom stel je vragen waar je het antwoord al op weet?”
“…… “
– “Ja?”
“Als mijn gedachten paarden zijn, wat zijn dan mijn gevoelens?”
– “Dat is aan jou om uit te vinden. Maar ik raad je aan daar niet over te dénken. Voel.”
“Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, Lux.”
– “Je hoeft het ook niet te doén. Voelen is geen kwestie van doen. Voelen is een kwestie van zijn.”
“Van zijn, zeg je… Wát zijn, precies?”
– “Jou zijn. Zijn waar je bent, zoals je bent. Gewoon zitten, en zijn. En dan durven voelen wat er gebeurt, wanneer je bént. Hoe je hart klopt. Hoe je buik voelt. Wat er in je lichaam gebeurt. Waar je voeten heen willen lopen.”
“En dan?”
– “Dan weet je.”
“En dan?”
– “Dán kun je je paarden gaan mennen.”

☼ © Sharon Kersten, 18 september 2021



Opsplitsen

“Mag ik je iets vragen?”

‘Natuurlijk, Lux.”

“Wanneer gaan we de mensheid opsplitsen? In een groep die doorgaat op de wegen die nu ingeslagen zijn – en die dat, blijkens hun gedrag, ook wíl – en een groep die hier niks voor voelt en liever in een ándere samenleving leeft, een parallelle samenleving die bestaat náást de huidige, maar waar andere normen en gedragscodes gelden?
Het lijkt mij zo langzamerhand de enige manier om een einde te maken aan alle verdeeldheid en aan alle boosheid en frustraties die deze verdeeldheid met zich meebrengt.”

“Jeetje, Lux, daar zeg je nogal wat…”

“Ik zeg het met alle rust en helderheid die in me is. Het is inmiddels overduidelijk: er is een enorme groep mensen die het huidige systeem wél steunt. En die mensen wíllen helemaal niet horen dat het anders kan, dat er andere mogelijkheden zijn, dat we niet gedoemd zijn door te lopen op het pad dat ‘voor ons’ wordt uitgerold. Het heeft geen nut deze mensen te bestoken met andere zienswijzen, andere denkbeelden, de mogelijkheid van alternatieven. Want dat wíllen ze helemaal niet horen, niet weten. Welnu, laten we dan gewoon in sereniteit afscheid gaan nemen van elkaar.

Laten we ‘het collectief’ gewoon in tweeën splitsen, maar dan op een manier die beide ‘partijen’ recht doet. Wie zich goed voelt bij het huidige bestel, kiest er gewoon voor dáár deel van uit te blijven maken. Wie zich er niet goed bij voelt, verenigt zich met anderen, gelijkgestemden met wie een ándere visie omtrent mens-zijn wordt gedeeld.

Geen ruzies, geen vetes, geen oorlogen, gewoon een afsplitsing, een schisma. En in het verlengde daarvan 2 samenlevingen die los staan van elkaar, omdat ze simpelweg volledig onverenigbaar zijn. Ik zie geen andere ‘goede’ mogelijkheid dan deze.”

“Maar… ‘verdeeldheid’ is toch nooit goed? Is het niet juist de bedoeling dat we ons niet uit elkaar laten spelen en dat we meer één worden?”

“Dat is een prachtig denkbeeld. Maar kijk om je heen. Het is overduidelijk dat er geen eenheid ís en dat het bereiken van eenheid, op een organische en gezonde manier, nog héél ver van ons verwijderd is. De enige ‘eenheid’ die hier, nu, wellicht gerealiseerd zou kunnen worden is een opgelegde eenheid. Een niet-natuurlijk iets. En wat is zo’n geforceerde ‘eenheid’ waard, eens te meer wanneer er binnen die kunstmatige eenheid onrust heerst?”

“Maar Lux, is het dan niet de bedoeling dat we de gelederen sluiten, onze strijdbijlen gaan begraven en dat we allemaal samen gaan staan voor een leven in vrijheid? Als het ons zou lukken de ogen te openen van degenen die nu nog zo vast zitten in…- ”

“Vergeet niet: niet iedereen is hier gekomen om het pad van leven in vrijheid te bewandelen. Velen zijn kennelijk gekomen om een leven te leven waarin alles door ánderen voor hen wordt uitgestippeld. En: dat mag. Dat is helemaal prima. ‘All there is, is lessons/experiences.’ Maar het zou verstandig zijn als we, in beide ‘kampen’, zouden stoppen met elkaar te willen ‘bekeren’. Want dat heeft geen enkel nut en wérkt niet.

Is keuzevrijheid niet ons hoogste goed?
Welnu, laten we er dan voor gaan zorgen dat er iets te kiezen ís.
En laat vervolgens ieder de keuze maken die hem of haar goeddunkt. In sereniteit. Volgens mij is dit het enige zinnige dat we kunnen doen.”

“Ik geloof dat je gelijk hebt, Lux…”

“Zoals John Denver zong: ‘My bags are packed, I’m ready to go.’
Ik ben benieuwd waar ik terecht ga komen en wie ik daar zal wederzien. Ik heb er zin in. Zin om te gaan bouwen aan die andere samenleving, waar mensen mens kunnen zijn zoals het volgens mij bedoeld is.
Ga je mee?”

☼ © Sharon Kersten, 8 april 2021


Translate »
error: Content is protected !!

Deze website maakt gebruik van cookies. Door gebruik te maken van deze website ga je hiermee akkoord. Meer informatie

Deze website maakt gebruik van essentiële cookies die als doel hebben de website goed te laten functioneren en van eenvoudige cookies die je in staat stellen de content van deze website te delen via een aantal social media platformen. Deze website maakt géén gebruik van cookies die aan advertenties of gerichte tracking-doeleinden gerelateerd zijn. Meer informatie over cookies en de bepalingen die daarover middels de Cookiewet zijn vastgelegd vind je op de pagina 'Cookieverklaring', te bereiken via de hyperlink 'Cookieverklaring' onderaan deze webpagina. Meer informatie over het cookie-gebruik van www.sharonkersten.com en de redenen daarvan vind je in de privacyverklaring, te bereiken via de hyperlink 'Privacyverklaring' onderaan deze webpagina. Door verder te navigeren op c.q. gebruik te maken van deze website ga je akkoord met het cookie-gebruik van www.sharonkersten.com. Als je niet akkoord bent met het cookie-gebruik van deze website word je vriendelijk verzocht geen gebruik te maken van deze website.

Sluiten