Retro

– “Het is duidelijk weer raak hè?”
“Wat, Lux?”
– “Het gedonderstraal van Mercurius retrograde.”
“Zeg dat wel… Vertragingen, gedoe met contracten en ICT-toepassingen, weer opduikende connecties uit het verleden en krommunicatie in plaats van communicatie: ik heb het allemaal weer voorbij horen komen in consulten de afgelopen dagen.”
– “Yep, Mercurius retro is weer lekker aan het huishouden.”
“Ik weet hoe het werkt maar ik blijf het bizar vinden, Lux. Zoals elke astroloog die de essentie van zijn vakgebied grondig heeft bestudeerd weet: Astra inclinant, non necessitant – de sterren doen neigen maar zijn niet dwingend.”
– “Klopt. Ze hebben geen enkele dwingende kracht of macht.”
“… en toch werkt hun invloed op velen weergaloos door…”
– “Alleen op de degenen die als veertjes zijn.”
“Als veertjes?”
– “Als veertjes op de wind. Meebewegend met de wind die waait.”
“Als bootjes zonder stuurman…”
– “Precies. Bij gebrek aan een stuurman die zijn wilskracht en handelingen benut om zelf vorm te geven aan de koers van het bootje, zal het bootje daar gaan waar de golven het heen stuwen.”
Right. Sterren, winden en golven kunnen slechts vrij spel hebben wanneer hun effecten op geen enkele manier gebroken worden…”
– “Exact. Maar sterke windbrekers, stevige golfbrekers en wilskrachtige stuurlieden zijn schaars in deze wereld.”
“Inderdaad… Ik liep vanmiddag nog te denken aan Gurdjieffs visie daarop…”
– “Ah, de mens als automaton. ‘Every one of you is a rather uninteresting example of an animated automaton.‘”
“Ja, dat ja… de zin die een grotere kern van waarheid bevat dan de meeste mensen willen erkennen….”
– “Kan een automaton beseffen – laat staan erkennen – dat het een automaton is?”
“Goede vraag…”
– “Als Gurdjieffs visie klopt is het helemaal niet verwonderlijk dat de astra in de levens van velen méér doen dan slechts laten neigen…”
“Muntje erin, liedje eruit…”
– “Precies. U vraagt, wij draaien – ook als u helemaal niets vraagt.”
“Het stemt me verdrietig, Lux, dat veel mensen zo reactief zijn en hun acties zo voorspelbaar… Ik bedoel: het is best handig dingen al aan te kunnen zien komen, maar het is toch een intens trieste stand van zaken dat de automaton-factor in mensen zo hoog is?”
– “Enorm. Triest, en… gevaarlijk.”
“Ik neem aan dat je nu refereert aan de mate waarin we te bespelen zijn, right?”
– “Kijk om je heen…”
I know…”
– “Over het concept vrije wil zullen we het maar even helemaal niet hebben hè?”
“Nee Lux, laten we dat maar voor een andere keer bewaren.”
– Dansje dan maar?”
“Huh?”
– “Een dansje, om de zinnen te verzetten!”
“Goed plan. Ja, graag. Als het maar niet op Pearl Jams Retrograde is…”
– “Nee, ik dacht meer aan retro-disco. Blame it on the Boogie ofzo.”
Yeah, laten we de Boogie maar even de schuld geven van alles.”
“I just can’t, I just can’t, I just can’t control my feet!
“Automaton, much? Liedje erin, voetjes omhoog…”
– “Boogies inclinant!

☼ © Sharon Kersten, 1 oktober 2021


Honderd jaar

– “Goedemorgen!”
“Goedemorgen Lux.”
– “Ben je al wakker genoeg voor een nieuw idee?”
“Hoe bedoel je?”
– “Ik heb een idee dat ik met je wil delen.”
“Vertel…”
– “Twee woorden: honderd jaar.”
Honderd jaar eenzaamheid. Een prachtig boek van Gabriel García Márquez.”
– “Klopt, maar dat bedoel ik niet.”
“Oké. Wat bedoel je dan wel?”
– “Over honderd jaar is er niemand meer die nog een levende herinnering aan je heeft. Niemand!”
“Dus…?”
– “Zou het dan geen ontzettend goed idee zijn dat we onszelf daar met enige regelmaat aan herinneren?”
“Leg uit…”
– “Kijk om je heen. Kijk naar de dingen die mensen doen. Hoe belangrijk ze allerlei dingen maken. Hoe druk ze zich over van alles en nog wat maken. Hoe hard ze hun best doen om in hun micro-leventjes bepaalde dingen te bereiken, of juist te voorkomen, alsof weet-ik-veel-wat ervan afhangt. De onzekerheden die mensen hebben en die met hen aan de haal gaan. De hersenspinsels, angsten en twijfels die hun gedrag beïnvloeden. De dingen die ze wel of juist niet doen om maar geaccepteerd te worden, niet afgewezen te worden, niet veroordeeld of verkeerd begrepen te worden… Mensen maken zich zó druk over van alles en nog wat – waaronder welbeschouwd heel veel tamelijk futiele dingen – terwijl er over honderd jaar NIEMAND meer is die zich hen nog herinnert.”
“Ik geloof dat ik begrijp waar je heen wilt… al is het natuurlijk wel zo dat sommige mensen iets nalaten waardoor ze over honderd jaar nog wel herinnerd worden – en sommigen zelfs nog veel langer.”
– “Klopt, maar dan heb je het over nalatenschap. Dat is niet waar ik op doel. Als je op de één of andere manier een legacy nalaat zullen er ook na honderd jaar nog mensen zijn die weet hebben van het feit dat je er was en dat je iets specifieks gedaan hebt. Maar ook in dat geval is er niemand meer die nog een actieve herinnering aan je heeft. Niemand die je gekend heeft, die uit eigen ervaring weet hoe je was, hoe je stem klonk wanneer je met hem of haar praatte, hoe het was om 1-op-1 met jou samen te zijn; niemand die jou in levende lijve heeft méégemaakt. Niemand dus die zal denken ‘ik kan me nog goed herinneren dat…'”
“Klopt…”
– “Niemand dus die weet heeft van die keer dat je je even niet zo handig uitdrukte, of van die keer dat je jezelf en plein public nogal te kijk zette. Niemand die nog weet hoe het eruit zag wanneer je nét uit de maat danste, niemand die zich kan herinneren dat je haar op een dag niet goed zat of dat er een ladder in je panty of een vlek op je shirt zat. Niemand die je zag worstelen tijdens die ene presentatie of die je paniekaanval heeft waargenomen. Niemand die gezien heeft hoe je lichaam door de jaren heen souplesse en elasticiteit verloor en hoe de rimpels in je gezicht toenamen. Niemand die gezien heeft dat je, druk kletsend met je vriendin, tegen een glazen pui aanliep. Niemand die ooit gezien heeft dat het schaamrood je die ene middag op de kaken stond, opgelaten als je je voelde door de blunder die je begaan had. Niemand! Er is dan niemand meer die daar nog weet van heeft.”
“… en dus ook niemand meer die daar nog iets van vindt…”
Exactly.”
“Dat biedt een perspectief dat heel wat ‘lucht’ geeft, in die koppies van ons die zich zo druk kunnen maken over hoe we op anderen overkomen en wat anderen van ons vinden…”
– “Precies.”
“Het helpt… uitzoomen, als het ware. Alsof je opeens door een panoramalens gaat kijken…”
– “Juist. Een panoramalens, in plaats van een microscooplens.”
“… en dan zijn de dingen waar we ons op microscoopniveau zo druk om maken opeens helemaal niet zo belangrijk meer…”
– “Ze zijn niet eens meer te zién!”
“Dat helpt behoorlijk om dingen te relativeren…”
– “Dat bedoel ik…”
“Een medicijn tegen de waan van jezelf het vermeende centrum van het universum maken…”
– “Exact. Mensen hebben een neiging allerlei kleine dingen die henzelf aangaan, en dan met name de reacties van anderen óp henzelf, zo enorm belangrijk te maken. Maar over honderd jaar is er niemand meer die überhaupt nog weet dat ze al die kleine dingen ooit gedáán hebben!”
“Inderdaad… en dan te bedenken dat de meeste mensen hun ware potentieel nooit echt helemaal leven doordat ze zich daarvan laten weerhouden door allerlei eigenlijk maar kleine dingen die ze enorm belangrijk maken… Onzekerheden die hen ervan weerhouden zichzelf écht te laten zien en hun talenten te ontplooien… inperkingen die ze zichzelf opleggen uit angst voor afwijzing of veroordeling… gêne en schaamte waarmee ze zichzelf klein houden… angsten die maken dat ze in conventies en ‘geaccepteerde’ patronen blijven steken of hun hoofd nooit boven het maaiveld durven uit te steken…”
– “Bingo. Dáár wilde ik heen. Er gaat zó veel verloren, in termen van mogelijkheden, doordat mensen dat microscoopperspectief hebben, die focus op al die ‘kleine’ dingen die ze zo groot laten worden… Ik denk echt dat het heel goed zou zijn als mensen zichzelf met regelmaat zouden herinneren aan ‘honderd jaar’.”
“De honderd jaar factor.”
– “Ja, zo kunnen we het noemen! Weg met de waanzin van de X-factor, entrez de reality check van de honderd jaar factor!”
“Ik vind het een tof idee, Lux.”
– “Mooi.”
“De honderd jaar factor. Dat geeft… vrijheid. Bewegingsruimte… meer ruimte om te zijn, zonder je over van alles en nog wat druk te maken…”
– “… en dáárom wilde ik het me je delen.”
“Dankjewel, Lux.”
– “Graag gedaan. Niet meer vergeten hè?”
“In geen honderd jaar.”

☼ © Sharon Kersten, 24 september 2021




Gelijke nacht

– “Gefeliciteerd met gelijke nacht!”
“Gefeliciteerd met wát?”
– “Met gelijke nacht!”
“Lux….”
– “Ja?”
“Ik heb geen idee waar je het over hebt.”
– “Hier, vangen!”
“Wat moet ik met dit doekje?”
– “Je kennis van Latijn afstoffen.”
“O… wacht even… aha! Equinox.”
– “Sì. Aequinoctium. Ook wel nachtevening of dag-en-nachtevening genoemd.”
“Jeetje, zijn we dáár alweer… Wat gaat de tijd toch snel…”
– “Correctie: tijd heeft geen snelheid.”
“Dat weet ik. Maar je begrijpt wel wat ik bedoel.”
– “Zeker. Maar je weet ook dat ik mijn mond niet kan houden wanneer mensen dingen zeggen die niet kloppen.”
I know... één van de onwrikbare elementen van Lux zijn…”
– “Vind je dat vervelend?”
“Nee. Nou ja, soms wel een beetje. Afhankelijk van hoe ik mezelf voel.”
– “Vertel…”
“Soms kan ik jouw scherpzinnigheid beter hebben dan op andere momenten. Waarderen doe ik het altijd. Maar soms heb ik er gewoon even geen zin in. Aan het einde van een volle werkdag bijvoorbeeld. Of laat op de avond, wanneer ik al heel veel prikkels en informatie te verwerken heb gehad.”
– “Zouden we kunnen stellen dat je mijn verbeteringen overdag beter verdraagt dan in de avond?”
“Ja, dat klopt geloof ik wel.”
– “Mooi. Dan heb ik vandaag precies de helft van het etmaal om je te plagen met mijn verbeteringen en zal ik je de andere helft van het etmaal met rust laten.”
“Lux…”
– “Ja?”
“Ik vind je fantastisch. Soms vind ik je knap irritant, maar overall ben ik enorm op je gesteld. Vooral om dit soort dingen. Don’t ever change a thing about yourself.
– “Geen zorgen! Dat zou ik niet kunnen, al zou ik het willen.”
“Fijne gelijke nacht, Lux.”
– “Fijne gelijke nacht, Similia.”
“Similia?”
– “Similia similibus cognoscitur.”

☼ © Sharon Kersten, 22 september 2021






Vochtwolkjes

“Soms voel ik me net zoals de ochtend er vandaag uit zag, Lux.”
– “O? Hoe zag de ochtend eruit dan?”
“Mistig, met diffuus licht in een wereld waarin de dingen niet scherp te zien zijn. Een canvas met zwevende vochtwolkjes op ooghoogte en vroege zonnestralen die daar doorheen pogen te breken.”
– “Dat is een interessante beschrijving. Diffuus licht in de mist en vochtwolkjes op ooghoogte.”
“Hmmm….”
– “Misschien zou het goed voor je zijn die vochtwolkjes op ooghoogte te legen.”
“Hoe bedoel je?”
– “Als je de vochtwolkjes vloeibaar laat worden, lossen de wolkjes op. Dan verdwijnt de mist.”
“Bedoel je dat ik het weer kan beïnvloeden?”
– “Jouw weer wel, ja.”
“Dit doet iets, wat je nu zegt… Ik voel tranen opkomen…”
– “Precies. Jouw persoonlijke regenbuien, die je soms probeert tegen te houden.”
“……”
– “Laat maar stromen… Als de wolkjes verdwijnen, wordt je zicht helderder en kunnen de zonnestralen je beter bereiken.”

☼ © Sharon Kersten, 18 september 2021


Wilde paarden

“Hoe buig ik het om, Lux?”
– “Wat?”
“De stroom van de gedachten die in mijn hoofd zijn gaan wonen.”
– “Waarom wil je het ombuigen?”
“Omdat het met me aan de haal gaat.”
– “Aha. De galopperende paarden voor de koets, en de koetsier die niet de teugels pakt.”
“Wat?”
– “Jij bent de koetsier – maar kennelijk is er een reden waarom je de paarden niet in toom houdt.”
“Hm.”
– “Misschien wil je de paarden wel laten rennen… Je zou zo de teugels kunnen pakken. Maar dat doe je niet.”
“Ik heb niet het gevoel dat ik de teugels überhaupt in handen heb, Lux.”
– “Toch liggen ze daar. In jouw handen. Maar je doet er niets mee. Kennelijk vind je het heimelijk wel prettig die paarden vrijuit te laten rennen.”
“Kennelijk…”
– “Wat levert het je op, die paarden te laten rennen?”
“Vooral veel dat ik niet prettig vind.”
– “Maar toch grijp je niet in. Dus er is ook iets dat het je ‘oplevert’.”
“……”
– “Wat levert het je op?”
Wild horses….”
– “… could not drag you away….”
“Ze sleuren me anders flink mee, Lux…”
– “Tsja, wilde paarden laten zich niet makkelijk temmen. Zeker niet door een koetsier die de teugels niet stevig ter hand neemt.”
“Wat gebeurt er als ik ze gewoon laat uitrazen, Lux? Houdt de stroom dan een keer vanzelf op?”
– “Dan rennen ze naar de plek waar ze heen willen. De plek waar ze zich willen laven, of waar ze tot rust wíllen komen, geheel uit eigen beweging.”
“Zou dat goed zijn?”
– “Dat hangt ervan af: goed voor wie? Voor wat? Voor hen? Voor jou? Als de koetsier niet weet waar hij heen wil, hoe kan hij dan ooit bepalen of het eindpunt ‘goed’ is?”
“Ik geloof dat ik helemaal geen koetsier wil zijn…”
– “Aha… nu komen we ergens…”
“Wat als ik me helemaal niet in staat voel mijn paarden te mennen, omdat ik zelf niet weet waar ik heen wil?”
– “Dan lijkt het me tijd te gaan voelen…”
“Wat te gaan voelen?”
– “Te gaan voelen wat je wilt, waar je heen wilt.”
“Het zijn niet die paarden hè, die me dat gaan vertellen?”
– “Waarom stel je vragen waar je het antwoord al op weet?”
“…… “
– “Ja?”
“Als mijn gedachten paarden zijn, wat zijn dan mijn gevoelens?”
– “Dat is aan jou om uit te vinden. Maar ik raad je aan daar niet over te dénken. Voel.”
“Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, Lux.”
– “Je hoeft het ook niet te doén. Voelen is geen kwestie van doen. Voelen is een kwestie van zijn.”
“Van zijn, zeg je… Wát zijn, precies?”
– “Jou zijn. Zijn waar je bent, zoals je bent. Gewoon zitten, en zijn. En dan durven voelen wat er gebeurt, wanneer je bént. Hoe je hart klopt. Hoe je buik voelt. Wat er in je lichaam gebeurt. Waar je voeten heen willen lopen.”
“En dan?”
– “Dan weet je.”
“En dan?”
– “Dán kun je je paarden gaan mennen.”

☼ © Sharon Kersten, 18 september 2021



Het menselijke zoeken

In de vorige zaailing kon je lezen dat ik meer ruimte voor autonoom denken, voelen en handelen en voor ‘schouwen op afstand’ ervaar sinds ik mezelf bevrijd heb van veelvuldig ingeplugd zijn op allerlei netwerken van informatie. Er ontstond meer ruimte om werkelijk zélf tot gedachten te komen, mijn werkelijk éigen gevoelens te ervaren en handelingen vorm te geven vanuit een aansturing in mezelf. Ook het van een afstandje kijken naar dingen – in plaats van deel uit te maken van de dingen – werd makkelijker, waardoor er nieuwe perspectieven en inzichten ontstonden die niet makkelijk konden ontstaan toen ik me ín de informatiestromen bevond en deel uitmaakte ván die informatiestromen.

Eén van de dingen die sinds mijn ‘ont-plugging’ steeds scherper op mijn netvlies zijn komen te staan, is de enorm sterke mind-gerichtheid en ‘look at me‘-gerichtheid waaraan massa’s menselijke bewoners van deze wereld ten prooi zijn gevallen en die ons meer kwaad dan goed lijkt te doen.

Hoe meer ik met afstand kijk naar alle informatie die door ‘waarheidszoekers’ en ‘waarheidsroepers’ van allerlei pluimage wordt gepresenteerd – in alle gelederen en alle kanalen die deze realiteit rijk is – hoe meer ik mechanismen zie die me weinig positief stemmen omtrent de stand van zaken in deze wereld in het algemeen en de benaderingswijzen en uitingsvormen van het menselijke zoeken in het bijzonder.

De rabbit holes van deze wereld zijn diep, veel dieper dan zelfs veel doorgewinterde waarheidszoekers – in welk ‘kamp’ ook – beseffen. En wie er ook werkelijk aan de touwtjes trekt: zíj kennen de menselijke mind beter dan de mensen zelf. Zij weten hoe graag de ‘kleine ikjes’ zich belangrijk en ‘in control’ willen voelen, ten overstaan van zo veel dat we niet weten, niet begrijpen, niet kennen, niet kunnen doorgronden. Zij weten hoe graag we wél willen weten, wél willen doorgronden, wél willen begrijpen, zodat we wél ergens grip op kunnen hebben – en dat we onze **mind** daarvoor benutten, de enige ‘processor’ waarmee de meesten van ons op bewust niveau dagelijks werken.

Te midden van duizenden dwaalsporen maakt de menselijke mind-processor overuren, steeds verder afdalend in diepe rabbit holes die complete gangenstelsels blijken te zijn waarvan niemand weet waar ze uiteindelijk toe leiden.

De mens die wil weten duikt erin, graaft, graaft steeds dieper en komt terecht in werelden vol informatie, waarvan niemand echter met zekerheid kan stellen wie die informatie daar geplaatst heeft, wie die werelden gecreëerd heeft en wat er in die werelden werkelijkheid of illusie is.

Maar de mens wil wéten, zoekt, graaft, graaft dóór. En als hij of zij het zelf even niet meer weet, niet weet welke afslag te kiezen bij wéér een T-splitsing, wéér een kruispunt of wéér een rotonde in het gigantische gangenstelsel waarin hij of zij is afgedaald, dan is er altijd wel iets of iemand die hem of haar het gevoel of de impressie geeft dat die éne afslag meer waarheid zou bevatten dan de andere(n) en wordt er een keuze gemaakt die de andere mogelijkheden vanaf dat moment buiten beschouwing laat.

Zoekend en gravend in tunnels… treedt er onvermijdelijkerwijs tunnelvisie op. Maar wanneer medezoekers op precies hetzelfde punt in het gangenstelsel zijn aanbeland als jij, sterkt dat het gevoel ‘op de juiste weg’ te zijn. Samen voel je je sterk – en misschien wel bijzonder, menend dat alleen jullie de juiste weg aan het afleggen zijn. Maar hebben jullie het gelijk aan je kant, of zijn jullie in de greep geraakt van collectieve tunnelvisie, grenzend wellicht aan collectieve zinsbegoocheling of zelfs collectieve psychose – al dan niet geïnduceerd?

Zo veel mensen, zo veel percepties… maar niemand kan bewijzen dat zijn of haar visie onomstotelijk de enige ware of juiste is. En het kan niet anders zijn dan zo. Ongeacht hoeveel we weten of menen te weten: er is nog zo ontzettend veel dat we niét weten – en in onze huidige staat van zijn waarschijnlijk gewoonweg niet kunnen weten.

Maar de ‘kleine ikjes’ willen weten. Dus gaan ze zoeken. Verkennen. Graven. En wanneer ze iets ont-dekken waarvan ze menen dat het heel belangrijk is, hebben ze vaak een sterke behoefte dat wat ze ont-dekt hebben te delen met anderen.
Dat is menselijk, daar is niets vreemds aan. Er zijn tal van logische verklaringen te beschrijven waarmee geduid kan worden waarom iemand iets dat hij/zij van belang acht graag wil delen met anderen. En levend in een tijdsgewricht waarin er, in elk geval in de westerse wereld, een scala aan deelmogelijkheden tot vrijwel ieders beschikking staat is het ‘appeltje-eitje’ de eigen ‘ontdekking’ de wereld in te slingeren.

Er zijn legio platformen die gebruikt kunnen worden om een persoonlijk podium te creëren voor dat wat het kleine ikje zo graag wil uiten, wil vertellen, wil delen. En er zijn massa’s dopamine-verslaafden die op de verschillende platformen ingeplugd zijn – en door hun dopamineshots ingeplugd blíjven – die als ‘publiek’, of zelfs ‘volgers’, kunnen dienen.
Dit geeft het kleine ikje het idee dat er écht mensen bereikt kunnen worden vanaf het persoonlijke podium. Wie een behoefte voelt de eigen ontdekking te delen met anderen kan die behoefte tegenwoordig ‘in no time’ bevredigen.

Wat de meeste kleine ikjes echter niet in de gaten hebben, is dat de aansturingen die maken dát ze hun ontdekkingen willen delen grotendeels aansturingen zijn waarvan ze zich niét bewust zijn. Over het geheel van aansturingen dat maakt dat mensen hun ontdekkingen willen delen met anderen, hebben slechts weinigen bewustzijn. Vrijwel elke ‘deler’ zal kunnen verwoorden dat er op bewust niveau een aansturing van sociaal begaan zijn met de medemens speelt, maar de meeste ‘delers’ geven zich geen rekenschap van de meer ‘ondergrondse’ aansturingen die hen ertoe aanzetten hun ontdekkingen met anderen te delen: allerlei minder sociaal nobele aansturingen in de vorm van mechanismen die leegtes pogen te vullen. Leegtes die de mens nou eenmaal in zich draagt en die gekoppeld zijn aan basale behoeftes: behoeftes aan erkenning, gehoord of gezien willen worden, een verschil willen maken, een punt willen maken, opgemerkt willen worden… en tal van andere diep gewortelde behoeftes die we de meer ‘donkere’ schaduwkanten zouden kunnen noemen: de behoeftes van het ego van het kleine ikje – de naar narcisme neigende noden die in ieder van ons aanwezig zijn, of we dat nou erkennen of niet.

De talrijke social media platformen die deze tijd rijk is bieden ‘instant bevrediging’ van tal van behoeftes die in ons leven.
De tragiek van het gegeven dat dát is waarom we zo makkelijk te verleiden zijn tot het gebruiken van die platformen en het erop ‘ingeplugd’ blijven, dat het kanalen en uitlaatkleppen zijn voor noden die in ons leven, dat het ‘zelfmedicatie’ is die leegtes in onszelf vult of dempt, dat het pleisters plakt op en bandages windt om wonden die we niet willen voelen, zien of erkennen, ontgaat de meesten volledig.


De mens is druk bezig met het zoeken naar ‘waarheid’ in de buitenwereld en het delen van de – vermeende of waarlijke – ontdekkingen die in de zoektocht ‘daarbuiten’, onder aanvoering van de mind, gedaan zijn maar is behoorlijk blind ten aanzien van de waarheid over zichzelf… niet alleen nu, maar door alle tijden heen. Altijd zoekend buiten zichzelf… naar een sleutel die de deur zou kunnen openen tot informatie die ontbeerd wordt – een sleutel die gezocht wordt ofwel in de buitenwereld, ofwel in ‘de bovenwereld’, veelal in een queeste die geleid wordt door de mind. De persoonlijke onderwereld en de ándere ‘processoren’ die we als mens tot onze beschikking hebben, worden massaal gemeden – waardoor er op de eigen innerlijke aansturingen nauwelijks zicht is, terwijl zij een enorme wissel trekken op allerlei aspecten die aan de zoektocht in de buitenwereld gekoppeld zijn.

Het maakt niet uit naar welk tijdsgewricht we kijken; in alle tijden die ons bekend zijn maken we als mensheid telkens weer dezelfde fout: we richten onze blik massaal op ‘buiten’, of op ‘boven’ (wat slechts een andere vorm van ‘buiten’ is) en we benaderen en ‘processen‘ de informatie die we vinden vanuit een éénpolig bewustzijn: het mind-bewustzijn. Zelfs de tradities en volkeren waarvan we menen dat zij dingen ‘beter begrepen’ dan wij: op enkele uitzonderingen na hadden zij allen de blik gericht op een ‘buiten’, op iets búiten zichzelf dat ze probeerden te doorgronden, en benutten zij hoofdzakelijk hun mind (zij het soms op andere manieren dan wij dat nu doen) om tot inzichten en een expansie van bewustzijn te komen.
Het menselijke zoeken is van alle tijden en het leven – en zoeken – vanuit een éénpolig bewustzijn is de grote constante die we telkens weer kunnen opmerken. Tijdsgewrichten veranderen, specifieke scenario’s veranderen, status quo’s veranderen, maar de mens blijft (als collectief) telkens weer hetzelfde doen: zoeken buiten zichzelf, vanuit een éénpolig bewustzijn waarin de mind de scepter zwaait.

De moed en de bescheidenheid de wortel van dingen in onszelf te zoeken en de vastberadenheid in onszelf op zoek te gaan naar de andere ‘processoren’ die we tot onze beschikking hebben en de wegen die ons uit het éénpolige bewustzijn kunnen laten komen, om op dié wijze tot meer ‘weten’ te komen, zien we in slechts weinigen. Door alle tijden heen zijn de weinigen die probeerden het belang van schouwen, zoeken en vinden in jezelf duidelijk te maken impopulair geweest – en dat is vandaag de dag niet anders.

Telkens weer heeft ‘mentale informatie’ de voorkeur gekregen van de massa; altijd weer zijn groepen en subgroepen aangerend achter degenen die goed in staat waren hun mentale processor hard te laten werken en daarmee aspecten van potentiële realiteit te ‘ont-dekken’ en duiden. De ware weg naar binnen, die van het individu, af te leggen in je ééntje, afdalend van de mind naar de ‘graal’ diep in jezelf, is nooit populair geweest onder de mensheid. Nooit. Omdat het geen pad is dat aantrekkelijk klinkt, lijkt of is.
Het geeft geen voldoening aan de noden van het kleine ikje. Het levert geen aandacht, geen erkenning, geen bewondering, geen populariteit, geen heldenstatus op. Het creëert geen volgelingen. Het geeft geen gevoel van ‘macht’ of ‘controle’ hebben over aspecten van de buitenwereld. Het geeft niets van alle ‘beloningen’ waar de mens zo gevoelig voor is.
En wat het wel doet, is precies datgene waar het kleine ikje het liefst heel ver bij vandaan wil blijven: het confronteert je met jezelf, op allerlei lagen en velerlei manieren. Het brengt wonden, kwetsuren, blokkades, schaduwkanten, gevoelens van schuld en schaamte, pijnen en verdriet en allerlei emoties in je bewustzijn – niet alleen op mind-niveau maar ook op gevoeld niveau, in een belichaamde staat van bewustzijn. Het laat van alles zien én voelen dat niet fijn of leuk is om te voelen. Het confronteert je met dingen waar je liever niet naar kijkt of over praat, dingen die je liever niet wilt voelen of überhaupt zou willen weten, dingen die moeilijk en pijnlijk zijn om te erkennen en doorvoeld te ervaren en die je zeker niét op je persoonlijke podia tentoon zou willen spreiden.

Het menselijke zoeken zoals we dat massaal tot uiting zien komen in de buitenwereld wordt aangedreven door velerlei krachten en mechanismen die maken dat de kleine ikjes een bevrediging of ‘beloning’ willen behalen terwijl ze tegelijkertijd ver weg willen blijven van de diepste en ‘donkerste’ lagen van hun eigen innerlijke wereld – of we dat nou beseffen en erkennen of niet.

Het eindpunt van al ons zoeken lijkt echter alleen gevonden te kunnen worden via de weg naar binnen: een strikt individuele aangelegenheid, zonder ‘publiek’, zonder ‘volgers’, zonder ‘beloningen’ of snelle bevredigingen, die moed, bescheidenheid en kwetsbaarheid vereist evenals de bereidheid het éénpolige mind-bewustzijn los te laten, en die elk die deze weg gaat zal confronteren met gevoelens en gewaarwordingen die oncomfortabel zijn. Maar dát is de weg die we massaal niet willen gaan. Misschien niet alleen omdat het geen ‘snelle beloningen’ oplevert en het op aspecten oncomfortabel zal zijn, maar omdat we wellicht op een diep niveau voelen, of weten, dat wat we daar aantreffen voorgoed een aantal bubbels om zeep zal helpen. De bubbel van ons superioriteitsdenken en onze zelfoverschatting. De bubbel van onze ‘zelf-medicaties’ die ons geen stap verder helpen maar ons alleen maar verder bij onszelf vandaan brengen. De bubbel van ons denken dat er antwoorden, hulp, ‘redding’ of oplossingen ‘daarbuiten’ te vinden zijn. De bubbel van onze misplaatste overtuiging dat we alles zouden kunnen doorgronden en kennen met slechts onze mind, vanuit een éénpolig bewustzijn dat ons letterlijk maar de helft doet waarnemen van alles dat er is.

Misschien treffen we op de plek waar de weg naar binnen ons uiteindelijk heen leidt wel niks anders aan dan slechts een spiegel.
Of slechts een steen met de inscriptie ‘Dit is het’.

Misschien ervaren we dan dat we met al ons mind-denken al eonen in werelden van zelfgecreëerde illusies en spinnenwebben ronddwalen, telkens weer (werelden die wij, mensen, kunnen creëren omdát we de mind hebben die we hebben, waarvan de uiterst complexe werking ons nog steeds grotendeels ontgaat). Dat we telkens weer ronddolen in collectieve gangenstelsels. Dat we verkeren in collectieve zinsbegoochelingen waar we niet alleen onszelf maar ook elkaar telkens weer in doen belanden – waardoor de zelf-vervaardigde hamsterwielen voor het collectief nooit eindigen.

We hebben dit, als mensheid, al zo vaak gedaan. Maar we zijn zo enorm zelf-mijdend wanneer het gaat om het wíllen kennen van de diepere lagen, de ‘donkere’ plekken, de moeilijk te erkennen schaduwkanten en de complexe mechanismen in onszelf die we in beeld zouden moeten krijgen willen we de patronen kunnen doorbreken. We donderen steeds weer in dezelfde valkuilen. Tijden, omgevingen, scenario’s, middelen en hoofdrolspelers veranderen, maar de gedragspatronen van de mensheid ten aanzien van ‘zoeken’ blijven goeddeels hetzelfde.

Alle fantastische verhalen – over ‘5D’, een naderend ‘groot ontwaken’ en wat dies meer zij – van spreekbuizen van de New cAge gelederen en andere ‘sprookjesvertellers’ ten spijt: in termen van de expansie en evolutie van ons bewustzijn zijn we, als groep genaamd mensheid, nog steeds kleuters. Infantiel, nauwelijks zicht en grip hebbend op de werking van onze systemen en onze aansturingen maar onderwijl menend dat we ‘ontwikkeld’ zijn, sterk gericht, in allerlei opzichten, op ‘daarbuiten’, levend, kijkend en de wereld ervarend vanuit een éénpolig perspectief en een éénpolig bewustzijn, slechts schouwend door de lens van onze mind-pool, slechts verbonden met maximaal de helft van wie en wat we als mens werkelijk zijn.
De naïviteit van de huidige staat van ons mens-zijn is aandoenlijk. Pijnlijk en tragisch, maar ook aandoenlijk.
Het doet me denken aan die woorden van Shakespeare:

“All the world’s a stage,
And all the men and women merely players.”

Wil je niet langer ‘merely a player’ zijn? Verleg je focus dan naar je binnenwereld.
Maak de innerlijke queeste belangrijker dan het externe zoeken en het uiterlijke vertoon.
Het Oudgriekse aformisme ‘ken uzelf’ heeft nog niets aan kracht of waarde ingeboet…

© Sharon Kersten, 14 september 2021

PS Een dierbare vriendin van me schreef me na het lezen van deze flux: “Moeilijke materie. Maar fascinerend, ook.”
Indien ook jij deze flux als ‘moeilijke materie’ ervaart, weet: het klinkt/lijkt/is alleen moeilijk wanneer je in een éénpolig bewustzijn verkeert. Zodra je de verbinding met de tweede pool in jezelf hebt geactiveerd en je niet langer slechts vanuit mind-polariteit functioneert, klinkt bovenstaande opeens als totale logica en ‘gesneden koek’ – omdat je dan niet langer slechts ‘de helft’ van dingen waarneemt maar je de heelheid waarneemt, vanuit heelheid en een werkelijk belichaamde aanwezigheid in jezelf die rusten op en verankerd worden door jouw verbinding met de ‘graal’ in jezelf.

Iemands reactie op het lezen van deze tekst is in die zin een mooie graadmeter die duidelijk maakt in hoeverre iemands staat van zijn rust op een éénpolig bewustzijn of op een bewustzijn dat twee polen omvat die samen een geheel vormen.
Een éénpolig bewustzijn heeft moeite met deze materie omdat het de radertjes en machinerie van de mind doet ‘vastlopen’. De beperkingen van het éénpolige mind-bewustzijn maken dat de heelheid waar in deze tekst aan gerefereerd wordt niet echt kan worden ‘gepakt’, waargenomen en begrepen; er zijn twee actieve polen in de mens nodig om die heelheid te kunnen ervaren, vanuit een heelheid in de mens zelf – en wanneer die heelheid ervaren wordt, is de materie van deze flux opeens supersimpel, kraakhelder en volkomen logisch.

Indien jij je in een éénpolig bewustzijn bevindt (zoals zo’n 90% van de mensheid) en je wilt leren hoe je verbinding kunt maken met de tweede pool in jezelf, dan kun je – alleen in geval van echt serieuze interesse – contact met me opnemen. Ik sta ervoor open een aantal mensen die serieus in deze materie geïnteresseerd zijn de modaliteiten te leren die je in staat stellen je te gaan verbinden met de tweede pool in jezelf, zodat je mens kunt worden zoals mens-zijn bedoeld is: een op twee polen functionerend biologisch wezen dat de eigen energie kan circuleren en wiens bewustzijn stevig gegrond is ín het eigen lichaam, waardoor er werkelijk sprake kan zijn van ‘presence’, er écht, helemaal zijn, en een stevig verankerd belichaamd bewustzijn. Het gaat hierbij niet om een ‘trucje’ dat je eventjes snel kunt leren, maar om modaliteiten waar je zelf langdurig mee aan de slag dient te gaan, met commitment aan een dagelijkse ‘practice’. Alleen op die wijze kan ‘het werk’ gedaan worden – individueel, door jouzelf, elke dag weer. Het doen van dat ‘werk’ is géén makkelijk wandelingetje door een bloemenweide. Het vraagt veel van je en zal heel veel in je los maken. Het is het échte schaduwkantenwerk, vergeleken waarmee het zelfwerk dat velen al gedaan hebben ‘oppervlaktewerk’ is. Als jij het gevoel hebt dat je eraan toe bent nu deze stap te maken en je bereid bent daar echt gecommitteerd mee aan de slag te gaan, kun je contact met me opnemen via info@sharonkersten.com.


Sociale cohesie

Als je dit leest ben je waarschijnlijk oud genoeg om al op minstens twee decennia van levensjaren te kunnen terugblikken. Mogelijk heb je zelfs meerdere decennia van de vorige eeuw bewust meegemaakt. En als je zelf niet in de vorige eeuw hebt rondgelopen, dan heb je vast wel uit persoonlijke verhalen van degenen die behoren tot de generaties vóór jou begrepen dat heel veel ontwikkelingen die een flinke impact op ‘leven als mens in de westerse wereld’ hebben gehad in een razendsnel tempo zijn verlopen sinds de nadagen van de grote wereldoorlogen.

Het kan je dan niet ontgaan zijn dat de sociale cohesie die van oudsher mensen met elkaar verbindt binnen netwerken van medemenselijkheid gaandeweg de vorige eeuw steeds meer ‘gesloopt’ is en dat individualisme meer en meer hoogtij is gaan vieren.

‘Traditionele’ gezins- en familieverbanden waarin er sprake was van een stevige portie cohesie werden in de afgelopen eeuw steeds ‘losser’, door tal van factoren. Hand in hand daarmee kwamen er steeds meer mogelijkheden om je primair als individu ergens op te richten of mee bezig te houden. Deze mogelijkheden werden over het algemeen massaal als positieve ontwikkelingen gezien want hé, we konden ons op steeds meer manieren ontwikkelen als individu, konden steeds meer kiezen voor de dingen die we als individu graag wilden doen, vrij van gezins- en familieverbanden die door menigeen vaak als ‘knellend’ of ‘fnuikend’ werden ervaren.

Individualisme won meer en meer terrein, ten koste van sociale cohesie.
We ‘wonnen’ een hoop, maar daar hing wel een prijskaartje aan. De ‘kleine ikjes’ die zo blij waren met alle nieuwe mogelijkheden en de ‘toegenomen vrijheden’ zouden op een later moment de rekening van de gevolgen van deze vernieuwingen gepresenteerd gaan krijgen – een rekening die hoger was dan ze destijds voorzagen.

~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~

Het is een mooie zomerse dag in augustus, in het kalenderjaar 2021.
Terwijl boven een monteur bezig is met het reviseren van mijn CV-ketel, reflecteer ik in het zonnetje over de talloze ontwikkelingen die in de westerse wereld in en voorafgaand aan mijn levensjaren hebben plaatsgevonden en die ons als ‘vooruitgang’ gepresenteerd zijn. Terwijl ik daarbij oog poog te houden voor – belangrijke – nuanceringen, onderbreekt Lux mijn mentale triatlon op de wijze die haar zo eigen is: rauw en wellicht wat kort door de bocht, met het hart op de tong.

“Natúúrlijk moest de sociale cohesie de afgelopen decennia gesloopt worden en moest het individualisme hoogtij gaan vieren. Alleen dán kun je mensen tegen elkaar opzetten” zegt Lux.

“Mensen die nog in een hecht sociaal verband leven en op talloze manieren nog échte, fysieke verbindingen met elkaar maken, mensen die dagelijks aan den lijve ervaren dat ze elkaar nodig hebben, dat dingen prettig en goed functioneren bij de gratie van samen, dat onderling respect de ‘lijm’ is van werkelijk SAMEN-leven en dat IEDERS leven ertoe doet, verdedigd en geëerd dient te worden… die mensen krijg je niet opgezet tegen elkaar en zijn niet te verleiden tot haat naar anderen alleen maar omdat anderen anders denken of zich anders gedragen. Die mensen springen VOOR ELKAAR in de bres, vormen een front en zijn niet uiteen te spelen.”

Ik hoor wat ze zegt.
En ik voel de waarheid in haar woorden.

Dié mensen, die Lux beschrijft… dat waren wij eens – en dat zijn wij ten diepste nog stééds, wanneer we alle onzin die ons is aangepraat van ons afwerpen. Wanneer we ons weer herinneren en weer gaan voélen wat het is om MENS te zijn.

Mens is van nature een voelend sociaal wezen, een groepsdier mét empathie. Of onze ‘kleine ikjes’ met al hun individuele belangen, noden, wensen en meningen het nu leuk vinden of niet: mensen zijn tribal creatures. En de tribe gedijt bij wezens die zich met elkaar verbonden voelen, elkaar respecteren en zich niet tegen elkaar keren.

De tribe, de groep, kan – en zal – alléén overleven wanneer er sprake is van cohesie, van samenhang, onderling respect en wederkerigheid en respect voor álle leven, van elk groepslid. Niet in ‘opgelegde’ varianten waarin ons vanuit autoritaire posities wordt toegeschreeuwd “we moeten het samen doen!” maar in een sfeer waarin dat wat ons ten diepste met elkaar verbindt wordt gevoeld, ervaren – en ons van daaruit aanzet tot datgene dat het meest natuurlijke is om te doen.

Ik realiseer me: terug naar voelen is de enige manier om het opgelegde tij dat mensen nu op allerlei manieren tegen elkaar opzet te keren. Terug naar voelen, en terug naar samen. In elkaars nabijheid zijn, elkaar écht aankijken, elkaar aanraken, weer voelen dat die ander net als jij een levend wezen is dat nét zo veel leven en keuzevrijheid verdient als jij, en dan sámen naar oplossingen zoeken zónder mensen uit te sluiten.

Wanneer we voelen met elkaar verbonden te zijn en elkaar nodig te hebben om als groep succesvol te kunnen functioneren en met en vanuit medemenselijkheid met elkaar te kunnen SAMEN-leven, wíllen we elkaar niet uitsluiten en zijn we er niet op uit elkaar op naargeestige wijzen te behandelen. Het is pas wanneer de factor medemenselijkheid ondermijnd is geraakt en het voelen afgestompt is geraakt dat mensen zich tegen elkaar kunnen keren.

“Onze natuurlijke sociale en empathische aard is preciés datgene wat gesloopt wordt – structureel, stapje voor stapje, al héél lang.” zegt Lux. “Verdeel en heers werkt alléén wanneer het lukt verdeeldheid te zaaien.”

“Laat je niet uitspelen” vervolgt ze. “Herinner je weer wie en wat je bent – MENS… : een sociaal, voelend wezen met empathie voor de anderen van ‘de groep’ die nét zo waardevol zijn als jij.

Menen dat je het allemaal alleen wel kunt, drijft je regelrecht in de klauwen van de krachten die slechts vrij spel hebben wanneer wij ons tegen elkaar laten uitspelen. Ja, je kunt veel alleen, heel veel. Maar de teloorgang van onze sociale cohesie is het ergste verlies dat we als mensheid kunnen lijden.

Zonder sociale cohesie verliezen we onze menselijkheid.
Zonder mede-menselijkheid verliezen we elkáár.
En zonder elkaar verliezen we allemáál…”

© Sharon Kersten, 25 augustus 2021


Onaangepast

Jaren geleden zei een goede vriendin eens tegen mij: “Als mensen lang alleen zijn, helemaal op zichzelf, worden ze een beetje ‘eigenaardig’.”

Omdat ik toen niet meteen begreep wat ze daarmee bedoelde, vroeg ik haar dat nader toe te lichten. Haar toelichting ben ik nooit vergeten en is altijd ergens in mijn systeem blijven rondzwerven, eens in de zoveel tijd weer even naar de voorgrond komend – soms wanneer ik reflecteerde over het gedrag van anderen, soms wanneer ik reflecteerde over gedrag van mezelf.

En hoewel ik in de opmerking van die vriendin destijds een wat ‘veroordelend’ smaakje meende te proeven, weet ik inmiddels dat het helemaal geen veroordelende opmerking was, maar slechts een vaststelling op grond van een leven vol ervaringen en het contempleren over feitelijkheden – uit de mond van iemand die zo’n beetje de minst veroordelende persoon is die ik ken.

Inmiddels, nu ik heel wat levensjaren en ervaringen verder ben en mijn vermogen vanuit neutraliteit te schouwen vele malen groter is dan het destijds was, besef ik hoe wáár haar woorden waren. Want ja: mensen die lange tijd alleen zijn worden, inderdaad, een beetje ‘eigenaardig’ – doordat dat wat ze doen, denken, zeggen, zijn, nauwelijks nog ‘gecorrigeerd’ wordt door anderen in hun nabijheid die hen op regelmatige basis van feedback voorzien. Er vinden minder interacties plaats, minder ‘confrontaties’ met de kijk van anderen op het eigen gedrag, gedachtegoed, de eigen woorden en manieren van communiceren en de eigen wijzen van zijn.

Enerzijds kan dit ertoe leiden dat ‘de alleen-ganger’ steeds meer zijn of haar ware zelf wordt, minder onderhevig aan conformeringen, bijstellingen, concessies en allerlei afzwakkingen van dat wat ‘eigen’ is. Dat wat authentiek is krijgt in de alleen-ganger veel meer de kans tot ‘wasdom’ en ‘bloei’ te komen zoals het is dan wanneer anderen met regelmaat feedback geven op dat wat zo ‘eigen’ is en dat wat ‘eigen’ is soms onder de loep moet worden genomen naar aanleiding van de feedback van anderen.

Anderzijds geldt ook dat we dankzij interacties met anderen onze eigen ‘diamant’ kunnen ‘polijsten’. We kunnen als mensen als elkaars ‘slijpstenen’ fungeren en het is dóór fricties met een andere ‘slijpsteen’ dat we geconfronteerd kunnen worden met de essentie en het effect van dat wat ons zo ‘eigen’ is, op anderen – én op onszelf. Feedback en input van anderen geven ons de kans dat wat ons zo ‘eigen’ is – ons gedrag, onze gedachten, onze zienswijzen, onze zijnswijzen – onder de loep te nemen en te onderzoeken of we in dat wat we doen, denken, menen en de manieren waarop we ‘zijn’ misschien een aanpassing willen maken, groei willen laten plaatsvinden, een nuancering willen aanbrengen of een ‘plafond’ of beperking willen weghalen.

Wanneer mensen lang alleen zijn, kan er enerzijds een enorme verruiming plaatsvinden waarin dat wat authentiek is volop de ruimte krijgt ongehinderd tot groei, bloei en wasdom te komen. Tegelijkertijd kan er anderzijds een ‘vernauwing’ plaatsvinden, die niet per sé het grootste goed van de persoon in kwestie dient. En deze combinatie van factoren maakt dat mensen die lang alleen zijn inderdaad vaker wel dan niet een beetje ‘eigenaardig’ worden. Teruggeworpen op zichzelf, al dan niet uit vrije keuze, worden mensen heel erg ‘eigen’, ruim baan gevend aan dat wat in en vanuit henzelf manifest wil worden wanneer dat kan plaatsvinden zonder ‘bemoeienis van buitenaf’.

In veel gevallen leidt dat tot prachtige uitingen van authenticiteit, al dan niet in artistieke vorm. Het is niet zonder reden dat kunstenaarschap en andere vormen van ‘creatorschap’ vaak uitermate goed gedijen bij zelfverkozen kluizenaarschap. De werken van talloze kunstenaars, schrijvers en onderzoekers die als alleen-ganger hun mooiste of beste werken hebben gecreëerd laten ons zien wat er mogelijk is wanneer ‘het eigene’ ongehinderd naar buiten kan komen.

En in evenzoveel gevallen leidt het tot ‘eigen-aardigheden’ die door anderen soms als ‘raar’ worden ervaren en het voor anderen niet altijd makkelijk maken met de alleen-ganger om te gaan. De alleen-ganger is vaak ‘raar’, want: onaangepast. En daarmee soms ‘rauw’, ongepolijst, ongenuanceerd, ongecensureerd en zonder concessies te doen. En dáár… vinden we vaak nogal snel van alles van.

Maar daar iets van ‘vinden’, en dan met name onder begeleiding van een denkbeeldig of feitelijk afwijzend of veroordelend vingertje, heeft niet zo veel nut. Het is wat het is. En die dingen waar we wat van vinden, die hebben zo hun bestaansredenen; ze zijn verklaarbaar en zijn niet zomaar opeens ‘uit de lucht komen vallen’.

Ik heb in mijn leven met heel wat alleen-gangers te maken gehad, en op momenten wisten aspecten van hun ‘eigen-aardigheden’ me behoorlijk te irriteren – maar ik zie nu: dat gebeurde eigenlijk alleen wanneer er in míj iets werd aangeraakt doordat zij zich anders gedroegen dan voor míj ‘comfortabel’, ‘prettig’ of ‘normaal’ was. Wanneer ik gefocust blijf op wat er in míj gebeurt en wat ik kan leren uit situaties, kom ik tot de vaststelling dat het in het bijzonder de alleen-gangers met al hun ‘eigen-aardigheden’ zijn geweest die ervoor hebben gezorgd dat ik prachtige kansen kreeg om te leren en te groeien door dieper in mezelf te schouwen en te doorvoelen wat er in mij gebeurde in reactie op mijn interacties met deze ‘onaangepaste’ personen. Zo bezien hebben juist ‘de onaangepasten’ me geweldige mogelijkheden geboden met alchemistisch werk in mezelf aan de slag te gaan en aldus stukjes ‘lood’ om te smeden in ‘goud’.

Tegelijkertijd heeft mijn pad door het leven ertoe geleid dat ik ook zelf een alleen-ganger ben geworden, met alle consequenties van dien. Ook in mij is er ‘onaangepast gedrag’ ontstaan en ook in mij heeft mijn ‘eigenheid’ gaandeweg mijn pad steeds meer Lebensraum gekregen, met alle gevolgen van dien – gevolgen waar mensen allerlei ‘labels’ op zouden kunnen plakken, die echter stuk voor stuk vooral iets zouden zeggen over de perceptie van die ánder en over dat wat mijn ‘eigenheid’, ‘goed’ of ‘slecht’, in die ander aanraakt of teweegbrengt. Ook ik ben een ‘onaangepaste’ geworden die soms van alles in anderen triggert, simpelweg door te zijn wie ik ben, zoals ik in het betreffende moment ben.

Ik wil heel ver weg blijven van labels als ‘goed’ of ‘fout’, ‘positief’ of ‘negatief’, wanneer het gaat om de dynamieken die er in mensen en in interacties tussen mensen gewoonweg bestaan. Het heeft in mijn optiek maar bar weinig nut onszelf bezig te houden met ‘labelen’ en be- of veroordelen. Constructiever en veel waardevoller dan dat is het werken met vragen als ‘Wat gebeurt er nu in mij?’ en ‘Wat zegt dat over míj?’, ‘Wat wordt er nu in mij geraakt door het gedrag van die ander?’, ‘Wat kan ik hiervan leren?’, ‘Hoe kan ik deze situatie aanwenden om te groeien, of iets te helen in mezelf dat kennelijk een pijnpunt is?’.

Door niet met de vinger naar de ander te wijzen maar in onszélf aan de slag te gaan met dat wat er in ons geraakt wordt, kunnen we situaties, van welke aard of hoedanigheid ook, benutten als kansen om te komen tot meer bewustzijn, heling, zelf-ontwikkeling en groei. Opdat we zélf steeds authentieker kunnen worden – het risico dat we ‘onaangepast’ worden op manieren die voor anderen niet altijd ‘prettig’ of ‘comfortabel’ zijn, op de koop toe nemend. 😉

☼ © Sharon Kersten, 5 augustus 2021


Over ‘empaths’, grenzen en verantwoordelijkheden

Er is iets dat elke ‘empath’* op enig moment gaat inzien, wanneer hij/zij eenmaal actief aan de slag is gegaan met oprechte zelfreflectie, eerlijke introspectie en bewuste persoonlijke groei en ontwikkeling:

het gaat, in de verbindingen die een empath aangaat met anderen en de dingen waar hij/zij dan tegenaan loopt, allemaal om persoonlijke en interpersoonlijke grenzen, en verantwoordelijkheden dáár plaatsen en laten waar ze thuis horen: die van de ander bij de ander, die van jezelf bij jezelf.

Lieve empath,

Het is niet jouw taak als ‘boksbal’ voor de triggers, pijnpunten en schaduwkanten van een ander te fungeren. Je hoeft niemand te ‘redden’ en je hoeft niemands ‘voetveeg’ te zijn, noch iemands energetische tankstation of ‘emotionele kliko’ waar maar in gedumpt kan worden al naar gelang de behoeften van de ander.

Jouw taak is zelf de verantwoordelijkheid nemen voor jouw eigen welzijn. En dat behelst: je grenzen kennen, stellen en bewaken en werken aan je éigen triggers, pijnpunten en schaduwkanten.

Verbindingen waarin emotionele chaos, leegloop aan energie en toxiciteit hoogtij vieren worden stuk voor stuk gekenmerkt door de afwezigheid van duidelijke persoonlijke en interpersoonlijke grenzen die bewaakt en gerespecteerd worden, verstrikkingen omtrent misplaatste verantwoordelijkheden en een veelvoud aan projecties van éigen wonden, pijnpunten en andere schaduwaspecten op de ander, al dan niet over en weer.

Niemand zal ooit een ander kunnen veranderen.
Jouw ‘job’ is niet het sleutelen aan een ander.
Jouw ‘job’ is aan de slag gaan met jezelf, zodat jíj gezond in verbindingen kunt gaan staan, met bewustzijn omtrent al deze dingen, een gedegen dosis zelfkennis en eerlijke introspectie zonder vooringenomenheid, en voldoende kracht om je éigen verantwoordelijkheden te dragen – en die van de ander bij de ander te laten.

*) De term ‘empath’ wordt in Engelstalige literatuur gebruikt om te refereren aan mensen die in staat zijn de emoties van anderen in het eigen lichaam/systeem te ervaren. Het is van belang deze term niet te verwarren met het woord ‘empathisch’, dat refereert aan de eigenschap empathie voor anderen te kunnen voelen. Een ‘empath’ zijn is niet de overtreffende trap van empathisch zijn. In de woorden van psychiater Judith Orloff: “Being empathetic is when your heart goes out to someone else; being an empath means you can actually feel another person’s happiness or sadness in your own body.”

© Sharon Kersten, 1 mei 2021


Opsplitsen

“Mag ik je iets vragen?”

‘Natuurlijk, Lux.”

“Wanneer gaan we de mensheid opsplitsen? In een groep die doorgaat op de wegen die nu ingeslagen zijn – en die dat, blijkens hun gedrag, ook wíl – en een groep die hier niks voor voelt en liever in een ándere samenleving leeft, een parallelle samenleving die bestaat náást de huidige, maar waar andere normen en gedragscodes gelden?
Het lijkt mij zo langzamerhand de enige manier om een einde te maken aan alle verdeeldheid en aan alle boosheid en frustraties die deze verdeeldheid met zich meebrengt.”

“Jeetje, Lux, daar zeg je nogal wat…”

“Ik zeg het met alle rust en helderheid die in me is. Het is inmiddels overduidelijk: er is een enorme groep mensen die het huidige systeem wél steunt. En die mensen wíllen helemaal niet horen dat het anders kan, dat er andere mogelijkheden zijn, dat we niet gedoemd zijn door te lopen op het pad dat ‘voor ons’ wordt uitgerold. Het heeft geen nut deze mensen te bestoken met andere zienswijzen, andere denkbeelden, de mogelijkheid van alternatieven. Want dat wíllen ze helemaal niet horen, niet weten. Welnu, laten we dan gewoon in sereniteit afscheid gaan nemen van elkaar.

Laten we ‘het collectief’ gewoon in tweeën splitsen, maar dan op een manier die beide ‘partijen’ recht doet. Wie zich goed voelt bij het huidige bestel, kiest er gewoon voor dáár deel van uit te blijven maken. Wie zich er niet goed bij voelt, verenigt zich met anderen, gelijkgestemden met wie een ándere visie omtrent mens-zijn wordt gedeeld.

Geen ruzies, geen vetes, geen oorlogen, gewoon een afsplitsing, een schisma. En in het verlengde daarvan 2 samenlevingen die los staan van elkaar, omdat ze simpelweg volledig onverenigbaar zijn. Ik zie geen andere ‘goede’ mogelijkheid dan deze.”

“Maar… ‘verdeeldheid’ is toch nooit goed? Is het niet juist de bedoeling dat we ons niet uit elkaar laten spelen en dat we meer één worden?”

“Dat is een prachtig denkbeeld. Maar kijk om je heen. Het is overduidelijk dat er geen eenheid ís en dat het bereiken van eenheid, op een organische en gezonde manier, nog héél ver van ons verwijderd is. De enige ‘eenheid’ die hier, nu, wellicht gerealiseerd zou kunnen worden is een opgelegde eenheid. Een niet-natuurlijk iets. En wat is zo’n geforceerde ‘eenheid’ waard, eens te meer wanneer er binnen die kunstmatige eenheid onrust heerst?”

“Maar Lux, is het dan niet de bedoeling dat we de gelederen sluiten, onze strijdbijlen gaan begraven en dat we allemaal samen gaan staan voor een leven in vrijheid? Als het ons zou lukken de ogen te openen van degenen die nu nog zo vast zitten in…- ”

“Vergeet niet: niet iedereen is hier gekomen om het pad van leven in vrijheid te bewandelen. Velen zijn kennelijk gekomen om een leven te leven waarin alles door ánderen voor hen wordt uitgestippeld. En: dat mag. Dat is helemaal prima. ‘All there is, is lessons/experiences.’ Maar het zou verstandig zijn als we, in beide ‘kampen’, zouden stoppen met elkaar te willen ‘bekeren’. Want dat heeft geen enkel nut en wérkt niet.

Is keuzevrijheid niet ons hoogste goed?
Welnu, laten we er dan voor gaan zorgen dat er iets te kiezen ís.
En laat vervolgens ieder de keuze maken die hem of haar goeddunkt. In sereniteit. Volgens mij is dit het enige zinnige dat we kunnen doen.”

“Ik geloof dat je gelijk hebt, Lux…”

“Zoals John Denver zong: ‘My bags are packed, I’m ready to go.’
Ik ben benieuwd waar ik terecht ga komen en wie ik daar zal wederzien. Ik heb er zin in. Zin om te gaan bouwen aan die andere samenleving, waar mensen mens kunnen zijn zoals het volgens mij bedoeld is.
Ga je mee?”

☼ © Sharon Kersten, 8 april 2021


Translate »
error: Content is protected !!

Deze website maakt gebruik van cookies. Door gebruik te maken van deze website ga je hiermee akkoord. Meer informatie

Deze website maakt gebruik van essentiële cookies die als doel hebben de website goed te laten functioneren en van eenvoudige cookies die je in staat stellen de content van deze website te delen via een aantal social media platformen. Deze website maakt géén gebruik van cookies die aan advertenties of gerichte tracking-doeleinden gerelateerd zijn. Meer informatie over cookies en de bepalingen die daarover middels de Cookiewet zijn vastgelegd vind je op de pagina 'Cookieverklaring', te bereiken via de hyperlink 'Cookieverklaring' onderaan deze webpagina. Meer informatie over het cookie-gebruik van www.sharonkersten.com en de redenen daarvan vind je in de privacyverklaring, te bereiken via de hyperlink 'Privacyverklaring' onderaan deze webpagina. Door verder te navigeren op c.q. gebruik te maken van deze website ga je akkoord met het cookie-gebruik van www.sharonkersten.com. Als je niet akkoord bent met het cookie-gebruik van deze website word je vriendelijk verzocht geen gebruik te maken van deze website.

Sluiten