Werken met maanenergie? Bezint eer ge begint.

De maan, de maan… Luna…
Dat fascinerende ding aan het hemelgewelf dat zo velen al heeft weten te ‘beroeren’…
Velerlei gedichten in allerlei talen zijn er aan haar gewijd, in heel wat boeken en films heeft zij een prominente rol gespeeld, in verschillende mythen en allerlei kampvuurverhalen duikt zij op en de meeste mensen zijn niet immuun voor haar ogenschijnlijk ‘romantische’ en ‘magische’ aspecten.

Luna… Luna die de geest van mensen kan begoochelen, Luna die maandelijks heel wat mensen wereldwijd onrustige nachten (en dagen) bezorgt, Luna die over krachten beschikt die een fenomeen als eb en vloed kunnen bewerkstelligen.

Luna… die altijd maar één kant van haar gezicht laat zien en veinst te zijn wat zij niet is.
Luna… de grote trickster die door velen aanbeden wordt en die mensen meer, en anders, beïnvloedt dan zij in de gaten hebben.

…………………………………………

Drie titels, één constante

Voordat dit artikel de huidige titel kreeg, was ik aan het stoeien met twee concepttitels. De ene luidde ‘Maanwerk – waanwerk‘, de andere ‘De waan van de Maan.’ Allebei die concepttitels maken meteen goed duidelijk dat dit geen artikel is waarin ik lovend over maanenergie zal schrijven – integendeel. En hoewel ik nog steeds twijfel of ik er toch niet beter aan zou hebben gedaan één van de titels waar het woord ‘waan’ deel van uitmaakt te verkiezen boven de ‘wat-minder-met-gestrekt-been-erin’-titel die nu boven dit artikel staat, is één gegeven een constante, ongeacht welke van de drie ’titelkanshebbers’ er exact boven deze tekst prijkt: in dit artikel wordt de Maan niet bejubeld, maar schijn ik juist licht op haar ‘donkere’ kanten.
Mocht je daar niets over willen weten, lees dan vooral niet verder. Maar voel je weerstand op dit punt omdat jij zelf de Maan wél bejubelt, dan kan het zinvol zijn je over je weerstand heen te zetten en juist wel verder te lezen…

Niet leuk, wel belangrijk

De informatie die ik in dit artikel met je deel, draag ik al heel lang in me en heb ik al met heel wat mensen gedeeld in individuele consulten en persoonlijke gesprekken. En eens in de zoveel tijd zat ik de afgelopen jaren, na een gesprek waarin maanenergie ter sprake was gekomen, voor de zoveelste keer weer te wikken en wegen of ik deze informatie nou wel of niet in een artikel zou moeten publiceren om deze info voor meer mensen toegankelijk te maken.
Tot nu toe heb ik altijd de keuze gemaakt dat niet te doen, om meerdere redenen. Allereerst: ik weet dat mensen pas bereid zijn bepaalde informatie in overweging te nemen wanneer zij daar zelf aan toe zijn en bereid zijn dat te doen. En dat is doorgaans niet het geval wanneer mensen een ‘heilig huisje’ nog koesteren en daar mogelijk zelfs zeer intensief aan gecommitteerd zijn. Daarnaast: ik word vooral blij van het schrijven van teksten die mensen kunnen inspireren, die ‘uplifting‘ zijn of die mensen iets mee kunnen geven dat op één of andere manier als ‘positief’ door hen kan worden aangemerkt. En zo’n soort tekst kan deze tekst simpelweg niet zijn, gezien de inhoud ervan.

Wat ik hier over maanenergie ga delen is niet ‘leuk’, niet ’tof’, niet ‘positief’. Desondanks heb ik besloten deze tekst nu wel te schrijven en publiceren, omdat iets diep in me zegt dat het belangrijk is een eerlijk geluid te laten horen in reactie op de ‘Maan-waan’ die de afgelopen jaren onder invloed van de New (c)Age beweging hand over hand is toegenomen en die hele volksstammen heeft aangezet tot het zichzelf bewust en expliciet openstellen voor het werken met maanenergie – hetgeen niemands hoogste goed dient en wél dingen doet waar geen weldenkend mens uit vrije wil voor zou kiezen, zou hij meer weet hebben van de ware aard van de energie waar hij zich voor openstelt en aan blootstelt.

De merkwaardigheden van de Maan

Laat ik heel duidelijk zijn: ik ben – voor zover ik weet 😉 – niet op de Maan geweest. Maar ik heb wel voldoende informatie over de Maan bestudeerd, via een scala aan invalshoeken, om al lang geleden heel bewust een meervoudig beargumenteerde keuze te hebben gemaakt mezelf nooit meer bewust te verbinden met, of openstellen voor, maanenergie. In plaats daarvan kies ik heel bewust voor het werken met de Zon en zonne-energie – en iedereen die ik heb aangeraden diezelfde keuze te maken heeft daar alleen maar profijt van gehad en is, door te stoppen met het werken met maanenergie, gaan beseffen hoe destabiliserend, fragmenterend, energievretend en kracht-ondermijnend het werken met maanenergie voor hen is geweest. Soortgelijke realisaties hebben enorme aantallen mensen wereldwijd gekregen nadat ook zij gestopt waren met het werken met, en zich openstellen voor, maanenergie.

Destabiliserend? Fragmenterend? Energievretend? Kracht-ondermijnend? Wellicht vraag je je bij het lezen van deze woorden af: “Hoe kan een voorwerp dat zich op een enórme afstand van ons bevindt dat soort effecten in mensen genereren?” Tsja, hoe kan dat eigenlijk? Hoe ‘werkt’ de energie van de Maan en… wat ís de Maan eigenlijk?

De Maan is een merkwaardig voorwerp dat we niet zelf kunnen aanraken en waar we dus niets over te weten kunnen komen middels een directe, persoonlijke, fysieke contact-ervaring. Maar we kunnen wel onderzoeken wat anderen – zoals bijvoorbeeld wetenschappers en instituten als NASA – over de Maan te weten zijn gekomen én we kunnen een indruk krijgen van de aard en effecten van de Maan door fenomenen te bestuderen die onder invloed van de Maan plaatsvinden en/of een sterke correlatie met maan-energie vertonen.
Ik zet hier graag een aantal van die fenomenen voor je op een rijtje, samen met een aantal opmerkelijke bevindingen van anderen, opdat je na het lezen van deze tekst, verrijkt met informatie uit verschillende invalshoeken, opnieuw en ‘met andere ogen’ naar maan-energie kunt gaan kijken:

Lunacy, luna-tics & andere opmerkelijke aspecten

Tijdens nachten van Volle Maan is er, aantoonbaar en aangetoond, sprake van een significante toename van gewelds-delicten. Hulpdiensten (politie, ambulances) weten dit en houden hier in hun personeelsplanning vaak rekening mee. Ook veel mensen die met psychiatrische patiënten of mensen met psychische problematieken werken zijn bekend met dit fenomeen.

Tijdens de dagen en nachten rondom een Volle Maan vertonen veel mensen een hogere mate van bovenmatig reactief gedrag en ‘gekte’ dan in de periodes waarin de Maan niet ‘vol’ is. Veel mensen hebben in de periode van een Volle Maan een korter lontje, een lager incasseringsvermogen en hebben moeite zichzelf – en dan met name hun emoties en compulsies – onder controle te houden. Emoties ‘slaan makkelijker door mensen heen’ tijdens een Volle Maan periode, hetgeen vaak resulteert in conflicten en escalaties in de buitenwereld.

Tijdens de dagen en nachten rondom een Nieuwe Maan ervaren veel mensen juist meer gevoelens van disaffectie (jegens anderen) en overgevoeligheid ten aanzien van hun eigen percepties en sensaties dan zij ervaren in de periodes waarin er geen sprake is van nieuwe maan energie. Verschillende maanfasen hebben een ander effect op de (geestelijke en emotionele) gesteldheid van mensen.

De Maanenergie oefent een enorme kracht uit op het water dat onze planeet rijk is. Eb en vloed zijn niet mogelijk zonder invloed van de maanenergie. Wij mensen bestaan voor een heel groot deel uit water. Ook op het water in ons werkt de kracht van de maanenergie door. Ook aan ons ’trekt’ maanenergie, hetgeen vooral tot uiting komt in wat we wel ‘emotionele wisselvalligheid/instabiliteit’ zouden kunnen noemen.

Het woord ‘lunatiek’, vaak gebruikt als synoniem voor ‘gek’, grillig’ of ‘wispelturig’, betekent letterlijk ‘maanziek’ (Luna = Maan; lunatiek = onder invloed staand van de Maan). Verhalen over weerwolven en andere creatures die onder invloed van de Maan ‘vreemde dingen gingen doen’ lijken hun wortels te hebben in de realiteit van emotionele wisselvalligheid/instabiliteit en de toename van ‘gekte’ en geweld die de energie van een Volle Maan in mensen kan creëren.

In de hele wereld hebben inheemse volkeren speciale ceremonies rondom de aanwezigheid van een Volle Maan ontwikkeld – niet om de Maan te eren, maar om zichzelf te **beschermen tegen** de ‘donkere’ invloed van de Maan die zij opmerkten in hun realiteit.

Over de oorsprong van de Maan is uitgebreid getheoretiseerd door mainstream-onderzoekers, zonder dat het de meest prominente onderzoekers in het veld gelukt is te komen tot iets dat ook maar lijkt op wetenschappelijke consensus.

De Maan als object is – eigenlijk – veel te groot, veel te dichtbij en veel te licht voor een planeet ter grootte van de Aarde en heeft een onwaarschijnlijke omloopbaan. Een planeet als Aarde (met een zwak zwaartekrachtveld) zou bovendien überhaupt geen maan moeten aantrekken.

De afstand tussen de Maan en het aardoppervlak doet onnatuurlijk aan wanneer we de kerngegevens van planeet Aarde en de Maan in ogenschouw nemen. Deze merkwaardige afstand creëert een perfecte verduistering van de Zon – dé bron van leven-gevende fotonische informatie voor deze planeet – niet slechts één of twee keer per jaar, maar op dagelijkse basis.
Als een gevolg hiervan is het voor de bewoners van Aarde (planten, mineralen, insecten, dieren, mensen) onmogelijk het volledige spectrum van de frequenties van de Zon te ontvangen, absorberen, ‘vertalen’ en benutten – waarmee de Maan als een soort energetische ‘firewall‘ fungeert.

De Maan doet het lijken alsof zij ‘licht’ geeft, maar haar licht is slechts een reflectie van het licht van de Zon. Waar de Zon écht licht verstrekt en verspreidt – dat op gezette tijden door de Maan geblokt wordt – verspreidt de Maan ‘vals licht’. Zij is niet wat zij lijkt en ontneemt ons juist het licht dat we nodig hebben.

Het object Maan laat ons slechts één ‘gezicht’ zien, in plaats van te roteren zoals van nature voorkomende satellieten in een baan om de Aarde doen.

De Maan houdt de omloopbaan van de Aarde rondom de Zon vast in een elliptische baan, waardoor de beruchte ‘wobble‘ en de daaruit voortkomende Milankovitch-cycli worden gecreëerd die tot gigantische klimatologische omwentelingen hebben geleid (waaronder bijvoorbeeld de laatste IJstijd).

NASA ontdekte, middels observaties van de impact van asteroïden en andere projectielen op het maanoppervlak, dat de Maan een ‘hollowed-out‘ (of ‘binnenstebuiten’) structuur is die metalen of metaalachtige (‘ringing’) kwaliteiten lijkt te hebben.

Afgaand op vastleggingen van beschavingen wereldwijd, lijkt de Maan geen onderdeel te zijn van de natuurlijke historie van planeet Aarde. In beschavingen over de hele wereld wordt er gesproken over een tijd vóór de komst van de Maan. De verhalen hierover, zowel overgebracht via orale traditie als via geschreven traditie, stellen dat de Maan in de orbit van de Aarde is gebracht door ‘chariots in the sky‘.

Dat is allemaal nogal wat.
En het werpt een heel ander licht op maanenergie dan de ‘bejubelingen’ van maanenergie doen die binnen de New (c)Age gelederen en in mainstream pop-up spiriwiriland veelvuldig waarneembaar zijn.

…………………………………………

Rare aspecten… en de vragen die zij oproepen

Ik weet natuurlijk niet wat er door jou heen gaat wanneer je kennis neemt van bovenstaande informatie, maar ik zou oprecht verbaasd zijn als je na het lezen van deze informatie niet op zijn minst iets zou denken in de trant van ‘Hm…, er zijn wel een aantal vreemde aspecten aan dat ding, die Maan…’

De Maan lijkt zich te onttrekken aan wetenschappelijke wetmatigheden die gemeengoed zijn binnen de verschillende disciplines van onze hedendaagse wetenschap, onderzoekers kunnen niet tot consensus komen ten aanzien van de oorsprong van de Maan, het ding ontneemt alle leven op Aarde de kans het volledige spectrum van de frequenties van de Zon te ontvangen en dus te benutten, haar energie beïnvloedt mensen op geestelijk en emotioneel vlak, en waar velen van ons meenden dat de ‘maanceremonies’ van inheemse volkeren als functie hadden de maan te eren, blijkt bij nadere bestudering dat de maanceremonies van die volkeren rondom de Volle Maan juist dienden om het volk, de aarde, het plantenrijk en het dierenrijk te beschermen tégen de invloed van de Volle Maan.

Dit roept een aantal vragen op:
Waar verbind je je eigenlijk mee wanneer je je bewust gaat verbinden met maanenergie?
Waar stel je je in vredesnaam precies voor open wanneer je je openstelt voor het ’tot je komen’ van maanenergie?
En waar geef je jouw energie aan weg, wanneer je jouw intenties ‘aan de maan geeft’?

De antwoorden op deze vragen dienen we naar mijn mening allemaal voor onszelf te vinden. En het vinden – en integreren – van die antwoorden is geen kwestie van iets opzoeken in een boek (of online) of de vragen voorleggen aan iemand anders. De antwoorden op deze vragen kunnen in mijn optiek alleen gevonden én geïntegreerd worden door zelf, bewust en actief, op onderzoek uit te gaan. Met de oprechte wil meer te weten te komen over het krachtenveld waarmee je je verbindt als je met maanenergie werkt, de vastberadenheid geen genoegen te nemen met informatie die ‘prettig’ of ‘mooi’ klinkt en die past binnen de ‘hokjes’ die je goed uitkomen, een flinke portie bewustzijn omtrent je eigen schaduwkanten, potentiële blinde vlekken en cognitieve dissonantie en de ambitie informatie te ont-dekken die op waarheid berust – ongeacht hoe vreemd of onplezierig die waarheid je misschien ook in de oren zal klinken.

Wat ik je op deze plek graag wil meegeven is: neem niets van een ander aan maar ga zelf ERVAREN wat maanenergie voor effecten op je heeft. Ga het VOELEN – en voel dan diéper dan de initiële sensaties die misschien als een soort ‘rush‘ voelen die je als bijzonder ervaart (daarover zo meteen meer). En, heel waardevol en leerzaam: vraag feedback aan mensen om je heen: hoe ervaren zij jouw gedrag in tijden van Volle Maan energie? Ben je dan ‘anders’, en zo ja: hoé ben je dan ‘anders’?
De effecten die maanenergie op mensen heeft, vertellen veel over de ware aard van dat wat maanenergie is…

De Zon geeft, de Maan neemt…

Eerder in dit artikel schreef ik dat ik al lang geleden het besluit genomen heb me nooit meer met maanenergie te verbinden en sindsdien heel bewust met de energie van de Zon werk, en gaf ik aan dat het werken met maanenergie destabiliserend, fragmenterend, energievretend en kracht-ondermijnend kan werken. In tegenstelling tot wat Maanenergie met ons doet, heeft de Zon juist een stabiliserend, regenererend, energiegevend en kracht-versterkend effect op ons (en op tal van andere levensvormen).

Hoewel dit artikel niet als doel heeft je ‘in te wijden’ in alle ins & outs over de energetische aspecten van de Zon en de Maan en de effecten daarvan op ons en ons ‘zijn’ (daar is dit niet de plek, noch het medium voor), wil ik je ter afronding van dit artikel wel wat informatie meegeven die de essentie raakt van de redenen waarom ik eenieder aanraad niet met maanenergie te werken en wel met de energie van de Zon te werken.

De Maan, die zoals gezegd ’trekt’ aan het water, trekt niet alleen aan water maar ook aan de energie die zich in ons lichaam bevindt. Zij trekt het zwaartepunt van ons energieveld naar ons hoofd (zoals de sterk sensitieven onder ons die zowel energetisch alsook fysiek goed kunnen voelen zullen kunnen beamen) en ontneemt ons energie – onze energie én energie van de Aarde die zij dóór ons heen tot zich neemt, waarover zo meteen meer – via ons kroonchakra (of kruinchakra).

Wat mensen vaak beogen te doen wanneer zij met maanenergie gaan werken, is bepaalde krachten in zichzelf versterken. Maar je verbinden met maanenergie heeft geen enkel natuurlijk werkelijk versterkend effect op je dat jou ten goede komt, integendeel: de Maan trekt energie dóór jou heen úit je systeem en neemt op die manier kostbare energie tot zich – ten koste van jou en ten koste van de Aarde.
Het werken met maanenergie kan ‘een goed/fijn gevoel geven’, maar als je in staat bent dat ‘goede gevoel’ goed en objectief te analyseren en doorgronden zul je al snel bemerken dat het een soort ‘rush‘ is die zich in je mind bevindt, in je hoofd, daar waar de energie via je hogere chakra’s UIT je systeem wordt getrokken dóór maanenergie. Door het ‘zuigende’/trekkende effect van de Maan wordt er een enorme hoeveelheid Yin-energie uit en via jouw lichaam naar boven getrokken, waardoor jij zeer sterk in de mind-polariteit van je lichaam/systeem terechtkomt (ten koste van het goed verbonden kunnen blijven met een fysieke, belichaamde aanwezigheid van je bewustzijn die stevig geworteld is ín je fysieke lichaam), en al die energie bovenin je lichaam/systeem creëert een grote stuwende kracht ‘in je hoofd’ die op mentaal niveau een rush creërt – en een rush van mind-energie is iets dat we aanvankelijk vaak als ‘positief’ ervaren omdat het ‘een lekker/oppeppend gevoel’ geeft. Objectief bezien is het echter in het geheel niet werkelijk krachtgevend, maar word je juist lééggetrokken wanneer je die rush voelt.
(Slaapproblemen bij Volle Maan? Niet vreemd: je mind wordt overactief gehouden door deze dynamieken, terwijl je niet meer goed diep in je lichaam aanwezig kunt zijn…)

In termen van natuurlijke energieën geldt dat wij, staand op de Aarde, ons letterlijk bevinden tussen de grootste bron van Yang-energie en de grootste bron van Yin-energie die wij hier kennen. De Zon is Yang-energie; de Aarde is Yin-energie. En Yin zal van nature altijd willen opstijgen naar Yang, terwijl Yang van nature altijd connectie zal willen maken met Yin. Als mens bevinden wij ons dus heel letterlijk tussen twee enorme energiebronnen in die elkaar van nature opzoeken. Het is dóór ons heen dat Yang naar Yin beweegt, en het is dóór ons heen dat Yin naar ‘boven’ wil, naar Yang.
De Zon ‘geeft’ zijn energie dus aan de Aarde, terwijl de Aarde-energie met de Zon wil verbinden. De Zon is het Zwaard (Yang) dat in de steen (aarde, Yin) geplaatst wordt. Wij, als levende wezens met een systeem waar energie doorheen kan stromen, zijn ‘kanalen’ waar die twee grote energiestromen doorheen bewegen, in een systeem dat, idealiter (lees: zonder interferenties van maanenergie), gekenmerkt wordt door balans en wederkerigheid.

Wanneer we als mensen werken met de energie van de Zon, dan ontvangen wij Yang-kracht in gelijke mate waarmee de Yin van de Aarde door ons heen haar weg naar de Yang zoekt. We zijn dan ‘conduits‘, kanalen voor een natuurlijke energiestroom die in balans en wederkerig is, en die balans in termen van de energie die door ons heenstroomt hebben wij nodig om zelf in balans te kunnen zijn.

Je verbinden met de Zon helpt je dus méér interne balans te creëren en geeft je de Yang-kracht die essentieel is voor eenieder die zich op de energiebron van Yin-kracht bevindt die de Aarde onder onze voeten is.
De Maan daarentegen trekt ons, en de Aarde, alleen maar leeg – met disbalans op Aarde, op allerlei fronten, als gevolg.

Het voert te ver op deze plek toe te lichten wat exact de reden is die maakt dat de Maan ons gebruikt als ‘batterijen’ voor een energie die zij ‘nodig heeft’ maar feit is dat de Maan alleen aan Yin-energie kan komen door haar te onttrekken aan de wezens die met de natuurlijke grote bron van Yin-energie in verbinding staan. De Maan is een grote energie-extractor die ons leegtrekt en ons uit een gezonde natuurlijke balans haalt.

Het idee dat de Maan zou staan voor ‘godinnenenergie’ of ‘de goddelijke vrouwelijke energie’ is slechts het zoveelste dwaalspoor van de New (c)Age beweging dat alléén maar tot doel heeft mensen te misleiden – opdat zij nooit in heelheid hun ware kracht en essentie kunnen belichamen maar altijd gefragmenteerd, gefopt, versnipperd en UIT balans blijven.

De Maan vertegenwoordigt geen goddelijke vrouwelijke energie. De Maan is de grote trickster die zich voordoet als vrouwelijke energie maar zelf helemaal niet in staat is Yin-energie te genereren – en slechts aan Yin-energie kan komen door deze aan op Aarde levende wezens te onttrekken. Elke keer dat mensen zich voor haar openstellen, heeft zij een feestmaal – ten koste van de balans van degenen die zich voor haar openstellen en de Aarde waar die mensen op staan.

Kies voor de Zon…

Edelstenen opladen? Dat doe je het beste in de Zon (Yang) en in de Aarde (Yin).
Jezélf opladen? Idem. Verbind je met de Aarde (Yin) – en doe dat bij voorkeur heel fysiek (!) – en laad op in de Zon (Yang).
Intentiewerk doen? Werk met de Zon (of met vuur), aangevuld met de Aarde (waarin je zaadjes kunt planten), de wind (die je je intenties kunt laten meenemen), en het water (waar je intenties aan kunt meegeven en waarmee je je zaadjes kunt bewateren).

Werk met de natuurlijke elementen.
Geef je energie niet langer weg aan de grote trickster.
Werk met dat wat jij ook bent: Natuur. Puur, en echt.


☼ © Sharon Kersten, 16 maart 2022 | dag 82 van het natuurlijke jaar


Over heling, deuken en krasjes

– “Een kwartje voor je gedachten.”
“…..”
– “Hallooooooo, Aarde voor Sharon…”
“Ja, ik hoor je wel, Lux…”
– “Maar….?”
“Maar right now... ben ik aan het nadenken over hoé ik je kan vertellen wat me bezighoudt. Welke woorden te kiezen. Of waar te beginnen, überhaupt.”
– “Ojee, dat klinkt serieus…”
“Ja, dat is het ook wel.”
– “Well… shoot. Spit it out. I’m all ears.”
I know…. maar ik weet nog steeds niet hoe te beginnen.”
– “Oké, geef me een sleutelwoord. Wat is de kern van dat wat je nu bezighoudt?”
“Heling.”
– “Heling…. als in…. heling van een wond? Heling van een coachee? Heling van een trauma? Heling van iemand die je kent? Je eigen heling?”
“Heling als woord. Of beter gezegd misschien: heling als concept.”
– “Please explain…”
“Ik denk de laatste tijd vaak na over dat woord en wat mensen daar zoal onder verstaan. En over allerlei gedoe dat dat weer met zich meebrengt.”
– “Gedoe als in….?”
“Aannames. Veronderstellingen. Misconcepties. Verwachtingen die vaak niet alleen niet waargemaakt kunnen worden, maar ook niet realistisch zijn.”
– “Aha, dat spoor…”
“Yup, dat spoor. Punt is: als je in mijn ’tak van sport’ werkzaam bent en over de inhoud van je werk praat, ontkom je er niet aan het soms te hebben over ‘heling’, ‘helen’ of ‘meer heel-wording’. Maar ik vind het zo’n lastige termen omdat er al snel van alles onder verstaan wordt dat er niet mee bedoeld wordt, of dat ík er althans niet mee bedoel. Het zijn van die woorden die veel te makkelijk tot Babylonische spraakverwarringen kunnen leiden, omdat eenieder er een éigen idee over heeft, een eigen invulling aan geeft en er eigen associaties bij heeft. Van die woorden waarvoor geldt dat twee mensen die hetzelfde woord gebruiken, het over twee compleet verschillende dingen kunnen hebben zonder dat ze dat in het gesprek in de gaten hebben. Riskante woorden, dus.”
– “En toch gebruik je ze…”
“Ja… en het zit me soms niet lekker dat mensen daar dan van alles aan toedichten dat ík er helemaal niet mee bedoel.”
– “Onvermijdelijk, lijkt me…”
“Ik peins me al weken suf over een betere term, die voor mijn gevoel beter de lading dekt van wat ik eronder versta. Maar ik kom er niet uit. Ik heb het nog niet gevonden… Dus mocht jij een briljante ingeving hebben, Lux, dan hoor ik het graag…”
– “Zodra ik iets weet, ben je de eerste die het hoort…”
“Thanks, Lux.”
– “Vertel eens… wat stoort je het meest aan deze kwestie?”
“Huh?”
– “Ik ken je door en door, ik weet hoe jouw gedachte- en bespiegelingsprocessen zoal verlopen en ik weet als geen ander hoeveel waarde jij hecht aan zorgvuldige nuanceringen. Dus ik meen met behoorlijk grote zekerheid te kunnen stellen dat het je irriteert wanneer mensen het woord ‘heling’ vertalen als ‘weer puntgaaf worden, alsof er niets gebeurd is en alle pijnen en ongemakken nooit gebeurd zijn.”
Spot on…
– “Maar jij bent communicatief meer dan vaardig genoeg om mensen preciés uit te kunnen leggen wat jíj eronder verstaat – wat je er wel, en vooral ook wat je er niét onder verstaat.”
“Ja, dat is waar. Eigenlijk heb ik er in de praktijk ook nooit misverstanden over gehad. En wanneer ik bespeur dat een potentiële coachee onder processen van heling en de aard van heling iets heel anders verstaat dan ik, maak ik dat direct bespreekbaar en maak ik heel duidelijk wat ik er wel, en wat ik er niet onder versta.”
– “Dus het is geen ‘feitelijk’ probleem, in relatie tot je werk, maar meer een… filosofische kwestie. Zeg ik dat goed?”
“Ja, dat zeg je goed.”
Bon. En in die filosofische kwestie… wat stoort je daarin het meest? Waar komt dat bedrukte koppie vandaan waar ik nu al veel langer dan me lief is naar zit te kijken?”
“De illusie van maakbaarheid…”
– “….”
“De waanzin van het gedachtegoed dat alles maakbaar en dus ook ‘heelbaar’ zou zijn…”
– “Aha. Now we are talking.”
“Ik vind het een kwalijke zaak Lux, hoe in de westerse wereld het idee is gaan woekeren dat alles maakbaar en dus ook ‘heelbaar’ zou zijn. Het idee dat alles ‘goed’ of zelfs ‘perfect’ moet zijn en dat dingen die dat niet zijn, niet alleen niet oké worden bevonden maar ook coûte que coûte weer hersteld moeten worden in een staat van ‘perfectie’ of ‘ongeschondenheid’, willen ze nog voor vol worden aangezien of überhaupt méédoen. En ik erger me soms groen en geel aan het compleet misplaatste en volkomen idiote idee dat dingen die niet meer heel zijn dat wél weer zouden kunnen worden als men dat maar voldoende zou willen, of daar maar voldoende hard zijn best voor doet – eens te meer wanneer die dingen mensen zijn…”
– “Ik hoor je….”
“Niemand van ons is een onbeschreven blad. We hebben allemaal al een heleboel ‘leven’ achter de rug en dat ‘leven’ heeft in ieder van ons deuken en krassen achtergelaten. En niet alle deuken en krassen kunnen worden weggepolijst of ‘gefixt’. Oppervlakkige krasjes in de lak kunnen hersteld worden, met enige toewijding, net als kleine deukjes. Maar sommigen krassen en deuken zijn te diep om ooit nog ‘weggewerkt’ te kunnen worden….”
– “…. en wanneer men mensen met dát soort krassen en deuken het idee geeft dat ze pas weer meedoen als ze weer ‘heel’ zijn geworden, wordt er iets heel kwalijks gedaan…”
“Precies. Het is mede daarom dat ik een enorme hekel heb aan de New cAge pseudo-spiritualiteit die claimt dat alles ’te manifesteren’ zou zijn als je het maar écht wilt en dat je alles zelf in de hand zou hebben en overal 100% zelf verantwoordelijk voor zou zijn… Ze konden er niet méér naast zitten… en zouden er goed aan doen eens een paar weken mee te gaan lopen in een praktijk waar mensen komen die diepgaande traumata hebben waar ze op geen enkele wijze ooit zelf om gevraagd hebben…”
– “I hear ya…”
“Het zet zoveel scheef, dat soort misplaatste ideeën. Om nog maar te zwijgen over wat menigeen zichzélf aandoet die in dat soort onzin gelooft.”
– “Wat bedoel je?”
“Er lopen legio mensen rond die diepe krassen en deuken hebben, ten gevolge van serieuze traumata, en die door de New cAge pseudo-spiritualiteit zijn gaan geloven dat alles dat zij in termen van beschadiging hebben opgelopen op één of andere manier ‘ongedaan’ kan worden gemaakt, als ze het maar graag genoeg willen, maar toegewijd genoeg zijn aan hun ‘manifestatiewerk’ of maar de juiste ‘heler’ weten te vinden… Mensen die een volkomen misplaatst idee over heling hebben… Mensen die daadwerkelijk menen dat iemand anders hen zou kunnen helen, of dat een kracht buiten henzelf de opgelopen schade zou kunnen ‘wegpoetsen’… Mensen die het zichzélf kwalijk nemen dat ze nog steeds niet ‘heel’ zijn, volgens de compleet onhaalbare verwachting van ‘heel zijn’ die zij hebben ontwikkeld, en die zo alleen maar méér schade oplopen… Mensen met een rugzak vol misconcepties die alleen maar kunnen ‘falen’ in de missie die zij ondernomen hebben, omdat dat wat ze zijn gaan geloven helemaal niet haalbaar is…”
– “… Triest… dieptriest….”
“Dat is het ja. Intens triest. En ik ben dankbaar voor elk consult waarin ik één van dat soort mensen mag ondersteunen in het weer bijeenrapen en integreren van de ontstane brokstukken, maar de totale waanzin van wat er zoal geroeptoeterd wordt maakt me op momenten furieus. Want daar wordt zo veel méér schade mee berokkend dan er toch al was…”
– “Gelukkig doe jij wat je doet…”
“Tsja. Maar het voelt vaak als een druppel op de fameuze gloeiende plaat. En het heeft er dus toe geleid dat ik steeds meer moeite heb met het gebruik van de woorden ‘heling’ en ‘heel-worden’, puur vanwege de misplaatste connotaties die daarover zijn gaan woekeren en de plank finaal misslaan.”
– “Dat snap ik – volkomen.”
“Niet alles kan geheeld worden, Lux. Sommige dingen kunnen alleen maar gedragen worden.”
– “En met het leren dragen van die dingen is soms de rest van het leven gemoeid…”
“Precies. En dáár gaat heling dan over. Over voldoende ‘stevig’ worden om jezelf inclusief die dingen steeds een beetje beter te kunnen dragen… omdat jij en die dingen samen hoe dan ook….een geheel vormen…”


☼ © Sharon Kersten, 23 februari 2022 | dag 61 van het natuurlijke jaar




Waarom ik niet met ‘bijzondere kalenderdagen’ werk

Wanneer mensen vernemen dat ik heel bewust niét werk met zogenaamde ‘bijzondere data’ op de kalender (zoals 1-11, 22-2-22, 6-6, 8-8 en 11-11) zijn ze vaak heel verbaasd. Binnen de New (c)Age community worden er allerlei krachten toegedicht aan juist dat soort kalenderdata en er wordt door heel wat individuen van alles op touw gezet, geadviseerd en ondernomen om maar te kunnen werken met de vermeende krachten en energieën die dat soort dagen zouden bevatten. Zelf doe ik heel bewust NIET mee aan dat soort praktijken, om redenen die ik in dit artikel graag voor je uiteenzet zodat je er, hopelijk, je voordeel mee zult doen.

– “Hoezo doe jij daar niet aan mee; jij weet toch heel veel over getallen en energieën?”
Ja, dat klopt.
– “Maar hoezo werk je dan niet met dat soort data en bijzondere dagen? Juist jij… jij lééft spiritualiteit, al zowat je hele leven lang. En je weet zo veel over het werken met energieën!”
Ook dat klopt.
Ik weet veel over het werken met energieën én over de aard van energieën. Maar er is meer dat ik weet. Waaronder ook heel ‘gewone’ dingen, over bijvoorbeeld de aard van de kalender die we nagenoeg wereldwijd gebruiken als ‘officiële’ kalender. En over dat wat natuurlijk is en dat wat niet natuurlijk is.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: die ‘officiële’ kalender van ons… daar is niks natuurlijks aan. En in dat gegeven ligt de kern van de reden waarom ik niet met vermeende ‘bijzondere kalendergetallen’ werk: datanotaties die door mensen gecreëerd zijn, binnen een raamwerk waarvan de onderdelen niet corresponderen met natuurlijke fenomenen, kúnnen de facto niet ‘bijzonder’ zijn in termen van natuurlijke fenomenen en energieën. Zij kunnen slechts corresponderen met zaken die, net als de onderdelen van het raamwerk, niét-natuurlijk zijn…

Kunstmatig

De jaarkalender zoals wij die kennen is, hoe je het ook wendt of keert, een kunstmatige verdeling van het Zonnejaar in een aantal ‘hoofdelementen’ (maanden) en ‘subelementen’ (dagen binnen die maanden). Het is de weergave van een door mensen gecreëerde indeling van het natuurlijke fenomeen dat wel een ’tropisch jaar’ wordt genoemd: de gemiddelde tijd tussen 2 passages van de Zon door het lentepunt.
Een jaar duurt zo lang als het jaar duurt, van de ene passage van de Zon door het lentepunt tot een volgende passage van de Zon door het lentepunt. Maar de jaarkalender die we vandaag de dag gebruiken als ‘officiële’ kalender kent een indeling in maanden en dagen die (ogenschijnlijk) tamelijk lukraak is én gaat bovendien ‘opeens’ in op een dag genaamd ‘1 januari’ die op geen enkele wijze een correlatie heeft met een natuurlijk fenomeen.

Er is niks natuurlijks aan de kalender die nu wereldwijd gebruikt wordt als tijdrekening. Het is een artefact. Een opzettelijk vervaardigd gebruiksvoorwerp, door mensen gecreëerd. Een kunstmatig verschijnsel. En getallen in een kalender die niet natuurlijk maar kunstmatig is, zijn per definitie geen natuurlijke fenomenen. Je hoeft geen esoterische leerschool achter de rug te hebben om dat te kunnen beseffen en begrijpen.


Knutselen met kalenders

De kalender die vandaag de dag vrijwel wereldwijd als officiële kalender wordt gebruikt is de zogeheten Gregoriaanse kalender. Deze kalender is vernoemd naar paus Gregorius XIII, door het Concilie van Trente overgenomen van de Napoletaanse arts Aloisius Lilius en in 1582 officieel ingevoerd middels de pauselijke bul Inter Gravissimas.
Sindsdien leven we binnen, en naar, een jaarlijkse tijdrekening die van start gaat op een dag die men ‘1 januari’ noemt en waarvan de componenten genaamd maanden en maanddagen op geen enkele wijze een 1-op-1-correlatie hebben met natuurlijke fenomenen.

Vóór invoering van de Gregoriaanse kalender werkte men in het grootste deel van de christelijke wereld met de Juliaanse kalender: de van oorsprong Romeinse kalender die vernoemd was naar Julius Caesar, de man die hem in 45 v.C. invoerde als finale correctie op de Romeinse versie van de Egyptische kalender (die door Alexander de Grote verbreid was geraakt over het Middellandse Zeegebied). In de oude Romeinse kalender begon het jaar op ‘1 Martius’ en telde elk ‘lunisolair’ jaar 355 dagen. De discrepanties tussen maanjaar, zonnejaar en burgerlijk jaar waar destijds mee gewerkt werd, boden de toenmalige pontefices ruimte naar eigen goeddunken extra tijdvakken in te voegen, hetgeen mogelijkheden bood voor allerlei gesjoemel.

Wie zich een beetje verdiept in de aard van deze verschillende kalenders en in de wijzigingen die mensen in machtige posities aanbrachten in de tijdrekening/kalender waarmee tot dat moment gewerkt werd, komt al snel tot de conclusie dat er flink ‘geknutseld’ werd, waarbij ieder de eigen visie doorvoerde en tot ‘waarheid’ maakte. Er werd aardig ‘gerommeld met de tijd’, zou je kunnen zeggen. Om nog maar te zwijgen over het ontstaan van onze huidige jaartelling, die eveneens geen enkele correlatie met een natuurlijk fenomeen heeft.

Be careful what you align yourself with…

Enfin, we zitten dus opgescheept met een kunstmatige kalender waar een heleboel op aan te merken valt maar waarvan het grootste probleem een probleem in de fundering betreft: het ‘ding’ is niet in een natuurlijk fenomeen noch in natuurlijke procesmatigheden geworteld. Het is een construct dat héél veel elementen van ons leven beïnvloedt en dat doet het terwijl het op geen enkele wijze geworteld is in, of correspondeert met, iets natuurlijks. Het is niet uitgelijnd met natuurlijke energieën en processen en klinkt ons, onze acties, ons bewustzijn en onze focus vast in een format dat onnatuurlijk is – waarmee het het onszelf uitlijnen met de kern van wat wij zijn, natuur, enorm bemoeilijkt. Gaan we onszelf dan ook nog eens bewust uitlijnen met vermeende ‘bijzondere data’ binnen het niet-natuurlijke raamwerk dat de Gregoriaanse kalender is, dan lijnen we onszelf expliciet uit met dingen die geen natuurlijke wortel, fundering of basis hebben – en dat doen we dan helemaal zelf, uit vrije wil en eigen keuze, terwijl het op ons geen enkele wijze dient.

Jezelf uitlijnen met vermeende ‘bijzondere data’ binnen een kunstmatig construct is jezelf uitlijnen met kunstmatige, onnatuurlijke dingen – en niet met natuurlijke energieën.

Als je beseft wat de implicaties zijn van wat ik hierboven heb geschreven, zul je inmiddels inzien dat een datum als bijvoorbeeld ‘6-6′ of ’22-2’ een door mensen gemaakt construct is, gebaseerd op en behorend tot een door mensen gecreëerd knutselwerk, en dus niet kán corresponderen met een authentiek energetisch/kosmisch fenomeen.
Doorzie wat er gebeurt… en kies opnieuw. Kies voor uitlijning met dat wat jij bent: natuur.
Kies voor het werken en jezelf uitlijnen met natuurlijke fenomenen en energieën… zodat je jouw energie niet langer weggeeft aan krachten en praktijken die niet uitgelijnd zijn met natuurlijke fenomenen en energieën.

En wil je graag werken met energieën die wél geworteld zijn in en uitgelijnd zijn met het natuurlijke, verdiep je dan in het werken met, en aan de hand van de cycli van, de grote energiegevende kracht die alles dat natuurlijk is verlicht, verwarmt en informeert: de Zon.

De zonnecyclus als natuurlijke kalender

Door de eeuwen heen heeft de Zon zich van al het menselijke geknutsel met de tijdrekening niks aangetrokken: hij doet gewoon wat hij doet, altijd trouw aan zijn ware aard, zijn natuur. En die Zon… die heeft net zo veel significante correlatie met 1 januari als hij heeft met 1 maart: nul. Niks. Nada. Noppes. De datum 1 januari heeft op geen enkele manier een connectie met een natuurlijk fenomeen.

Waar de Zon wél een uitgesproken significante correlatie mee heeft, is met de momenten in het jaar die we kennen als evening (of equinox) en als solstitium: de lente-evening, het zomersolstitium, de herfstevening en het wintersolstitium. En als we – om allerlei praktische redenen – dan toch graag met een jaarlijkse tijdrekening willen werken, dan laat de stand van zaken rondom het wintersolstitium ons zien waar een jaarlijkse tijdrekening voor het noordelijk halfrond die is uitgelijnd met natuurlijke fenomenen en energieën van start gaat.

Tijdens het wintersolstitium bereikt de Zon, op het noordelijk halfrond, zijn laagste punt. Op het noordelijk halfrond is het wintersolstitium dus te zien als het einde van een jaarcyclus van de Zon. Tijdens het zomersolstitium bereikt de Zon, na een lange klim ‘omhoog’, zijn hoogste punt boven de horizon en in de ‘afdaling’ die volgt op het zomersolstitium bereikt de Zon zijn laagste punt tijdens het wintersolsitium. Een lange reis zit erop en de Zon gaat ’ten ruste’.
In de dagen volgend op het moment van wintersolstitium lijkt de Zon, bezien vanaf de het noordelijk halfrond, 3 dagen lang op exact dezelfde hoogte boven de horizon te staan. Dit zijn de jaarlijkse dagen van Sol-stasis: de dagen waarop Sol, de Zon, in een staat van bewegingloosheid lijkt te zijn.
Ná 3 dagen van ‘stasis’ gaat de Zon vervolgens weer ‘klimmen’ aan de horizon en neemt het licht duidelijk waarneembaar weer toe. Het licht van de Zon overwint het donker en de Zon begint aan zijn zegetocht langs het hemelgewelf, als ‘Sol Invictus’, de onoverwonnen Zon die het wederom gewonnen heeft van het donker.

De zegetocht van de Zon begint op het noordelijk halfrond elk jaar op 25 december – de dag die wereldwijd bekend is geworden door een verhaal over een kindje dat dan geboren zou zijn (vaak afgebeeld met een lichtkrans boven zijn hoofd), maar die in werkelijkheid niks anders is dan de dag waarop er op het noordelijk halfrond een nieuwe zonnecyclus van start gaat. Dát is Dag 1 van het Zonnejaar op het noordelijk halfrond, als we een tijdrekening hanteren die is uitgelijnd met de natuurlijke energieën. Niet 1 januari, maar 25 december is Dag 1 binnen de natuurlijke telling die we kunnen hanteren voor het noordelijk halfrond.


Structureel ‘out of natural sync’ door kunstmatige kalenders en hun getallen

Als 25 december Dag 1 is van de natuurlijke jaartelling die we op het noordelijk halfrond kunnen hanteren, dan is 1 januari, de startdag van het Gregoriaanse kalenderjaar, nooit de 1e maar altijd de 8e dag van de natuurlijke jaartelling en lopen we, zolang we menen dat de Gregoriaanse dagtelling de juiste zou zijn, dus structureel een week ‘out of sync met de natuurlijke cyclus en energieën. En dit heeft verstrekkende gevolgen, onder andere (maar zeker niet alleen) voor ‘energiewerkers’ die met de beste intenties pogen bewust gebruik te maken van de energie van specifieke dagen.

Ja, elke dag van het Zonnejaar heeft een specifieke energetische signatuur.
En ja, getallen hebben betekenis, frequentie, trilling, een geheel eigen energetische signatuur en specifieke krachtaspecten.
En als je bewust met energie wilt werken kun je daartoe heel bewust op specifieke dagen wel, of juist niet, met energiewerk aan de slag gaan, om aldus met bepaalde frequenties en krachten te kunnen werken. Maar dan moet je wel weten wat exact de natuurlijke energie van een specifieke dag is… Weet je dat niet, dan kun je de plank alleen maar misslaan – met allerlei mogelijk vervelende gevolgen van dien.

Als je bijvoorbeeld graag met de energie van ’11’ wilt werken en je besluit dat te gaan doen op 11 januari, dan ben je, op 11 januari, helemaal niet aan het werken met natuurlijke energieën die corresponderen met de frequentie van 11 maar ben je aan het pogen met ’11’ te werken op een dag die niet de natuurlijke energie van 11 draagt, maar de natuurlijke energie van 18 – want 11 januari is niet de 11e maar de 18e dag van een cyclus die is uitgelijnd met de natuurlijke frequenties van het Zonnejaar op het noordelijk halfrond. Oftewel: je poogt dan, waarschijnlijk vanuit oprechte en de beste intenties, iets te doen dat niet uitgelijnd is met de natuurlijke energieën die er op dat moment zijn en dat alleen maar resonantie kan vinden in een onnatuurlijke ’11’-energie – want er is die dag helemaal geen natuurlijke 11-energie beschikbaar.

Of stel dat je graag iets qua energie- of manifestatiewerk wilt gaan doen op 22 februari aanstaande – aangezien de mainstream New (c)Age community al maandenlang aan het roepen is dat ’22-2-22′ een heel belangrijke en krachtige datum zou zijn. Well… don’t shoot the messenger maar 22 februari aanstaande heeft op geen enkele manier ook maar iéts te maken met een natuurlijke frequentie van het getal 22. 22 februari is de 60e dag van het huidige Zonnejaar waarvan Dag 1 op het noordelijk halfrond 25 december jl. was. En de frequentie en krachtaspecten van het getal 60 zijn compleet anders dan de frequentie en krachtaspecten van het getal 22, het getal 222, het getal 22222, het getal 222222, het getal 10/1 (dat de reductie zou zijn van 2+2+2+2+2) en het getal 12 of het getal 3 (dat de reductie zou zijn van 2+2+2+2+0+2+2). Dus wat je ook tot stand gaat brengen in termen van je verbinden met krachten op 22 februari: je gaat je hoe dan ook niet verbinden met een natuurlijke energie die een representant van (een octaaf van) het getal 22 is. Dat wat je intentie is – werken met de kracht van het getal 22 – is helemaal niet mogelijk op die dag. Wat wél kan op die dag, is dat je jezelf gaat verbinden met projecties die aan je eigen ideeën/overtuigingen over ’22’ ontspruiten of, kwalijker, met imposters van de energie van het getal 22. Neppers. Scammers. Vals licht dat zich voordoet als echt licht. Illusionisten of misleiders, die aan de haal gaan met jouw kostbare energie en levenskracht.

Er wordt binnen de mainstream New (c)Age gelederen gegoocheld en gestrooid met getallen en kalenderdata dat het een lieve lust is, maar hoe mooi, aantrekkelijk, fascinerend en ‘magisch’ het ook kan klinken: het heeft allemaal geen enkele worteling in natuurlijke fenomenen en energieën. Wat het wél doet, is de energie van grote groepen mensen min of meer gelijktijdig ‘funnelen’ in een bepaald kanaal waarbinnen iets dat niet-natuurlijk van aard is kan ‘aanhaken’ bij het signaal dat wordt ‘uitgezonden’…
In eenvoudiger woorden: door te focussen op ’22’ (om maar even bij dat voorbeeld te blijven) op een dag waarop er geen resonantie met een natuurlijke ’22’ kan plaatsvinden (omdat die er die dag simpelweg niet is), zijn de enige ’22-resonanties’ die kunnen plaatsvinden resonanties tussen de ‘zenders’ die gefocust zijn op het getal 22 en ofwel – in het meest gunstige geval – geprojecteerde idee-fixen die aan de eigen imaginatiekracht van de zenders ontspruiten, ofwel – vaker voorkomend en allesbehalve onschuldig – ‘ontvangers’ of ‘beantwoorders’ die niet zijn uitgelijnd met natuurlijke frequenties van het getal waarop gefocust wordt en die aan de haal gaan met de energie die hen wordt toegezonden… en dit ‘aan de haal gaan met’ kan vele vormen hebben die hoe dan ook allemaal met elkaar gemeen hebben dat ze niét het hoogste goed van de ‘zender’ dienen en altijd kracht-ondermijnend werken (hoewel de zender dat zelden in de gaten heeft omdat hem/haar de illusie wordt gegeven met iets heel tofs aan het werk te zijn).
Deze principes en dynamieken zijn van toepassing op het werken met elke ‘bijzondere’ datum van de ‘officiële’, kunstmatige kalender.

Dus… bijzonder?

Ik hoop dat de strekking van de informatie in dit artikel je duidelijk is: ‘bijzondere’ data in een kunstmatige kalendertelling zijn vooral bijzonder… kunstmatig. En als je daar wel je ‘ziel en zaligheid’, je totale focus en je kostbare levensenergie in steekt, middels intentiewerk en pogingen tot het manifesteren van dingen, zonder eigenlijk goed te weten waar je nou precies mee aan het ‘spelen’ bent en in welk veld je je werkelijk bevindt en begeeft… betreed je terrein dat allesbehalve onschuldig speelterrein is.
Er bestaan natuurlijke dingen, fenomenen en energieën, en er bestaan onnatuurlijke dingen, fenomenen en energieën. Én er bestaan wetmatigheden van resonantie die zich niets aantrekken van een eventueel gebrek aan kennis dat wij hebben omtrent de ware aard der dingen, en onnatuurlijke energieën die zich heel goed kunnen voordoen als iets dat zij niet zijn en die een feestmaal vinden bij eenieder die het pad van ‘gullible’s travels‘ bewandelt.
A word to the wise is sufficient. Of, in de woorden van Colton & Sangster:

“It is the briefest yet wisest maxim which tells us to meddle not.” – Charles Caleb Colton

“But if you choose to meddle […] , then you must be prepared to face the consequences, whatever they are.”
– Jimmy Sangster



NB Interessant in de context van de ‘officiële’ kalender is de betekenis van het woord ‘officieel’. ‘Officieel’ betekent: wettig / formeel / erkend door het bevoegd gezag / volgens de regels van de instanties die erover gaan. ‘Officieel’ heeft dus betrekking op iets dat mensen tot wet hebben gemaakt en/of iets waar bepaalde menselijke gezagsdragers al dan niet erkenning aan geven en/of iets waar mensen een bepaalde vorm aan hebben gegeven en/of iets dat gebonden is aan regels van instanties. Het heeft dus niets met natuurlijke fenomenen te maken, maar met zaken die door mensen op één of andere manier in een regel, wet of vorm zijn gegoten.

© Sharon Kersten, 15-02-2022 / dag 53 van het natuurlijke jaar


Retro

– “Het is duidelijk weer raak hè?”
“Wat, Lux?”
– “Het gedonderstraal van Mercurius retrograde.”
“Zeg dat wel… Vertragingen, gedoe met contracten en ICT-toepassingen, weer opduikende connecties uit het verleden en krommunicatie in plaats van communicatie: ik heb het allemaal weer voorbij horen komen in consulten de afgelopen dagen.”
– “Yep, Mercurius retro is weer lekker aan het huishouden.”
“Ik weet hoe het werkt maar ik blijf het bizar vinden, Lux. Zoals elke astroloog die de essentie van zijn vakgebied grondig heeft bestudeerd weet: Astra inclinant, non necessitant – de sterren doen neigen maar zijn niet dwingend.”
– “Klopt. Ze hebben geen enkele dwingende kracht of macht.”
“… en toch werkt hun invloed op velen weergaloos door…”
– “Alleen op de degenen die als veertjes zijn.”
“Als veertjes?”
– “Als veertjes op de wind. Meebewegend met de wind die waait.”
“Als bootjes zonder stuurman…”
– “Precies. Bij gebrek aan een stuurman die zijn wilskracht en handelingen benut om zelf vorm te geven aan de koers van het bootje, zal het bootje daar gaan waar de golven het heen stuwen.”
Right. Sterren, winden en golven kunnen slechts vrij spel hebben wanneer hun effecten op geen enkele manier gebroken worden…”
– “Exact. Maar sterke windbrekers, stevige golfbrekers en wilskrachtige stuurlieden zijn schaars in deze wereld.”
“Inderdaad… Ik liep vanmiddag nog te denken aan Gurdjieffs visie daarop…”
– “Ah, de mens als automaton. ‘Every one of you is a rather uninteresting example of an animated automaton.‘”
“Ja, dat ja… de zin die een grotere kern van waarheid bevat dan de meeste mensen willen erkennen….”
– “Kan een automaton beseffen – laat staan erkennen – dat het een automaton is?”
“Goede vraag…”
– “Als Gurdjieffs visie klopt is het helemaal niet verwonderlijk dat de astra in de levens van velen méér doen dan slechts laten neigen…”
“Muntje erin, liedje eruit…”
– “Precies. U vraagt, wij draaien – ook als u helemaal niets vraagt.”
“Het stemt me verdrietig, Lux, dat veel mensen zo reactief zijn en hun acties zo voorspelbaar… Ik bedoel: het is best handig dingen al aan te kunnen zien komen, maar het is toch een intens trieste stand van zaken dat de automaton-factor in mensen zo hoog is?”
– “Enorm. Triest, en… gevaarlijk.”
“Ik neem aan dat je nu refereert aan de mate waarin we te bespelen zijn, right?”
– “Kijk om je heen…”
I know…”
– “Over het concept vrije wil zullen we het maar even helemaal niet hebben hè?”
“Nee Lux, laten we dat maar voor een andere keer bewaren.”
– Dansje dan maar?”
“Huh?”
– “Een dansje, om de zinnen te verzetten!”
“Goed plan. Ja, graag. Als het maar niet op Pearl Jams Retrograde is…”
– “Nee, ik dacht meer aan retro-disco. Blame it on the Boogie ofzo.”
Yeah, laten we de Boogie maar even de schuld geven van alles.”
“I just can’t, I just can’t, I just can’t control my feet!
“Automaton, much? Liedje erin, voetjes omhoog…”
– “Boogies inclinant!

☼ © Sharon Kersten, 1 oktober 2021


Honderd jaar

– “Goedemorgen!”
“Goedemorgen Lux.”
– “Ben je al wakker genoeg voor een nieuw idee?”
“Hoe bedoel je?”
– “Ik heb een idee dat ik met je wil delen.”
“Vertel…”
– “Twee woorden: honderd jaar.”
Honderd jaar eenzaamheid. Een prachtig boek van Gabriel García Márquez.”
– “Klopt, maar dat bedoel ik niet.”
“Oké. Wat bedoel je dan wel?”
– “Over honderd jaar is er niemand meer die nog een levende herinnering aan je heeft. Niemand!”
“Dus…?”
– “Zou het dan geen ontzettend goed idee zijn dat we onszelf daar met enige regelmaat aan herinneren?”
“Leg uit…”
– “Kijk om je heen. Kijk naar de dingen die mensen doen. Hoe belangrijk ze allerlei dingen maken. Hoe druk ze zich over van alles en nog wat maken. Hoe hard ze hun best doen om in hun micro-leventjes bepaalde dingen te bereiken, of juist te voorkomen, alsof weet-ik-veel-wat ervan afhangt. De onzekerheden die mensen hebben en die met hen aan de haal gaan. De hersenspinsels, angsten en twijfels die hun gedrag beïnvloeden. De dingen die ze wel of juist niet doen om maar geaccepteerd te worden, niet afgewezen te worden, niet veroordeeld of verkeerd begrepen te worden… Mensen maken zich zó druk over van alles en nog wat – waaronder welbeschouwd heel veel tamelijk futiele dingen – terwijl er over honderd jaar NIEMAND meer is die zich hen nog herinnert.”
“Ik geloof dat ik begrijp waar je heen wilt… al is het natuurlijk wel zo dat sommige mensen iets nalaten waardoor ze over honderd jaar nog wel herinnerd worden – en sommigen zelfs nog veel langer.”
– “Klopt, maar dan heb je het over nalatenschap. Dat is niet waar ik op doel. Als je op de één of andere manier een legacy nalaat zullen er ook na honderd jaar nog mensen zijn die weet hebben van het feit dat je er was en dat je iets specifieks gedaan hebt. Maar ook in dat geval is er niemand meer die nog een actieve herinnering aan je heeft. Niemand die je gekend heeft, die uit eigen ervaring weet hoe je was, hoe je stem klonk wanneer je met hem of haar praatte, hoe het was om 1-op-1 met jou samen te zijn; niemand die jou in levende lijve heeft méégemaakt. Niemand dus die zal denken ‘ik kan me nog goed herinneren dat…'”
“Klopt…”
– “Niemand dus die weet heeft van die keer dat je je even niet zo handig uitdrukte, of van die keer dat je jezelf en plein public nogal te kijk zette. Niemand die nog weet hoe het eruit zag wanneer je nét uit de maat danste, niemand die zich kan herinneren dat je haar op een dag niet goed zat of dat er een ladder in je panty of een vlek op je shirt zat. Niemand die je zag worstelen tijdens die ene presentatie of die je paniekaanval heeft waargenomen. Niemand die gezien heeft hoe je lichaam door de jaren heen souplesse en elasticiteit verloor en hoe de rimpels in je gezicht toenamen. Niemand die gezien heeft dat je, druk kletsend met je vriendin, tegen een glazen pui aanliep. Niemand die ooit gezien heeft dat het schaamrood je die ene middag op de kaken stond, opgelaten als je je voelde door de blunder die je begaan had. Niemand! Er is dan niemand meer die daar nog weet van heeft.”
“… en dus ook niemand meer die daar nog iets van vindt…”
Exactly.”
“Dat biedt een perspectief dat heel wat ‘lucht’ geeft, in die koppies van ons die zich zo druk kunnen maken over hoe we op anderen overkomen en wat anderen van ons vinden…”
– “Precies.”
“Het helpt… uitzoomen, als het ware. Alsof je opeens door een panoramalens gaat kijken…”
– “Juist. Een panoramalens, in plaats van een microscooplens.”
“… en dan zijn de dingen waar we ons op microscoopniveau zo druk om maken opeens helemaal niet zo belangrijk meer…”
– “Ze zijn niet eens meer te zién!”
“Dat helpt behoorlijk om dingen te relativeren…”
– “Dat bedoel ik…”
“Een medicijn tegen de waan van jezelf het vermeende centrum van het universum maken…”
– “Exact. Mensen hebben een neiging allerlei kleine dingen die henzelf aangaan, en dan met name de reacties van anderen óp henzelf, zo enorm belangrijk te maken. Maar over honderd jaar is er niemand meer die überhaupt nog weet dat ze al die kleine dingen ooit gedáán hebben!”
“Inderdaad… en dan te bedenken dat de meeste mensen hun ware potentieel nooit echt helemaal leven doordat ze zich daarvan laten weerhouden door allerlei eigenlijk maar kleine dingen die ze enorm belangrijk maken… Onzekerheden die hen ervan weerhouden zichzelf écht te laten zien en hun talenten te ontplooien… inperkingen die ze zichzelf opleggen uit angst voor afwijzing of veroordeling… gêne en schaamte waarmee ze zichzelf klein houden… angsten die maken dat ze in conventies en ‘geaccepteerde’ patronen blijven steken of hun hoofd nooit boven het maaiveld durven uit te steken…”
– “Bingo. Dáár wilde ik heen. Er gaat zó veel verloren, in termen van mogelijkheden, doordat mensen dat microscoopperspectief hebben, die focus op al die ‘kleine’ dingen die ze zo groot laten worden… Ik denk echt dat het heel goed zou zijn als mensen zichzelf met regelmaat zouden herinneren aan ‘honderd jaar’.”
“De honderd jaar factor.”
– “Ja, zo kunnen we het noemen! Weg met de waanzin van de X-factor, entrez de reality check van de honderd jaar factor!”
“Ik vind het een tof idee, Lux.”
– “Mooi.”
“De honderd jaar factor. Dat geeft… vrijheid. Bewegingsruimte… meer ruimte om te zijn, zonder je over van alles en nog wat druk te maken…”
– “… en dáárom wilde ik het me je delen.”
“Dankjewel, Lux.”
– “Graag gedaan. Niet meer vergeten hè?”
“In geen honderd jaar.”

☼ © Sharon Kersten, 24 september 2021




Gelijke nacht

– “Gefeliciteerd met gelijke nacht!”
“Gefeliciteerd met wát?”
– “Met gelijke nacht!”
“Lux….”
– “Ja?”
“Ik heb geen idee waar je het over hebt.”
– “Hier, vangen!”
“Wat moet ik met dit doekje?”
– “Je kennis van Latijn afstoffen.”
“O… wacht even… aha! Equinox.”
– “Sì. Aequinoctium. Ook wel nachtevening of dag-en-nachtevening genoemd.”
“Jeetje, zijn we dáár alweer… Wat gaat de tijd toch snel…”
– “Correctie: tijd heeft geen snelheid.”
“Dat weet ik. Maar je begrijpt wel wat ik bedoel.”
– “Zeker. Maar je weet ook dat ik mijn mond niet kan houden wanneer mensen dingen zeggen die niet kloppen.”
I know... één van de onwrikbare elementen van Lux zijn…”
– “Vind je dat vervelend?”
“Nee. Nou ja, soms wel een beetje. Afhankelijk van hoe ik mezelf voel.”
– “Vertel…”
“Soms kan ik jouw scherpzinnigheid beter hebben dan op andere momenten. Waarderen doe ik het altijd. Maar soms heb ik er gewoon even geen zin in. Aan het einde van een volle werkdag bijvoorbeeld. Of laat op de avond, wanneer ik al heel veel prikkels en informatie te verwerken heb gehad.”
– “Zouden we kunnen stellen dat je mijn verbeteringen overdag beter verdraagt dan in de avond?”
“Ja, dat klopt geloof ik wel.”
– “Mooi. Dan heb ik vandaag precies de helft van het etmaal om je te plagen met mijn verbeteringen en zal ik je de andere helft van het etmaal met rust laten.”
“Lux…”
– “Ja?”
“Ik vind je fantastisch. Soms vind ik je knap irritant, maar overall ben ik enorm op je gesteld. Vooral om dit soort dingen. Don’t ever change a thing about yourself.
– “Geen zorgen! Dat zou ik niet kunnen, al zou ik het willen.”
“Fijne gelijke nacht, Lux.”
– “Fijne gelijke nacht, Similia.”
“Similia?”
– “Similia similibus cognoscitur.”

☼ © Sharon Kersten, 22 september 2021






Vochtwolkjes

“Soms voel ik me net zoals de ochtend er vandaag uit zag, Lux.”
– “O? Hoe zag de ochtend eruit dan?”
“Mistig, met diffuus licht in een wereld waarin de dingen niet scherp te zien zijn. Een canvas met zwevende vochtwolkjes op ooghoogte en vroege zonnestralen die daar doorheen pogen te breken.”
– “Dat is een interessante beschrijving. Diffuus licht in de mist en vochtwolkjes op ooghoogte.”
“Hmmm….”
– “Misschien zou het goed voor je zijn die vochtwolkjes op ooghoogte te legen.”
“Hoe bedoel je?”
– “Als je de vochtwolkjes vloeibaar laat worden, lossen de wolkjes op. Dan verdwijnt de mist.”
“Bedoel je dat ik het weer kan beïnvloeden?”
– “Jouw weer wel, ja.”
“Dit doet iets, wat je nu zegt… Ik voel tranen opkomen…”
– “Precies. Jouw persoonlijke regenbuien, die je soms probeert tegen te houden.”
“……”
– “Laat maar stromen… Als de wolkjes verdwijnen, wordt je zicht helderder en kunnen de zonnestralen je beter bereiken.”

☼ © Sharon Kersten, 18 september 2021


Wilde paarden

“Hoe buig ik het om, Lux?”
– “Wat?”
“De stroom van de gedachten die in mijn hoofd zijn gaan wonen.”
– “Waarom wil je het ombuigen?”
“Omdat het met me aan de haal gaat.”
– “Aha. De galopperende paarden voor de koets, en de koetsier die niet de teugels pakt.”
“Wat?”
– “Jij bent de koetsier – maar kennelijk is er een reden waarom je de paarden niet in toom houdt.”
“Hm.”
– “Misschien wil je de paarden wel laten rennen… Je zou zo de teugels kunnen pakken. Maar dat doe je niet.”
“Ik heb niet het gevoel dat ik de teugels überhaupt in handen heb, Lux.”
– “Toch liggen ze daar. In jouw handen. Maar je doet er niets mee. Kennelijk vind je het heimelijk wel prettig die paarden vrijuit te laten rennen.”
“Kennelijk…”
– “Wat levert het je op, die paarden te laten rennen?”
“Vooral veel dat ik niet prettig vind.”
– “Maar toch grijp je niet in. Dus er is ook iets dat het je ‘oplevert’.”
“……”
– “Wat levert het je op?”
Wild horses….”
– “… could not drag you away….”
“Ze sleuren me anders flink mee, Lux…”
– “Tsja, wilde paarden laten zich niet makkelijk temmen. Zeker niet door een koetsier die de teugels niet stevig ter hand neemt.”
“Wat gebeurt er als ik ze gewoon laat uitrazen, Lux? Houdt de stroom dan een keer vanzelf op?”
– “Dan rennen ze naar de plek waar ze heen willen. De plek waar ze zich willen laven, of waar ze tot rust wíllen komen, geheel uit eigen beweging.”
“Zou dat goed zijn?”
– “Dat hangt ervan af: goed voor wie? Voor wat? Voor hen? Voor jou? Als de koetsier niet weet waar hij heen wil, hoe kan hij dan ooit bepalen of het eindpunt ‘goed’ is?”
“Ik geloof dat ik helemaal geen koetsier wil zijn…”
– “Aha… nu komen we ergens…”
“Wat als ik me helemaal niet in staat voel mijn paarden te mennen, omdat ik zelf niet weet waar ik heen wil?”
– “Dan lijkt het me tijd te gaan voelen…”
“Wat te gaan voelen?”
– “Te gaan voelen wat je wilt, waar je heen wilt.”
“Het zijn niet die paarden hè, die me dat gaan vertellen?”
– “Waarom stel je vragen waar je het antwoord al op weet?”
“…… “
– “Ja?”
“Als mijn gedachten paarden zijn, wat zijn dan mijn gevoelens?”
– “Dat is aan jou om uit te vinden. Maar ik raad je aan daar niet over te dénken. Voel.”
“Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, Lux.”
– “Je hoeft het ook niet te doén. Voelen is geen kwestie van doen. Voelen is een kwestie van zijn.”
“Van zijn, zeg je… Wát zijn, precies?”
– “Jou zijn. Zijn waar je bent, zoals je bent. Gewoon zitten, en zijn. En dan durven voelen wat er gebeurt, wanneer je bént. Hoe je hart klopt. Hoe je buik voelt. Wat er in je lichaam gebeurt. Waar je voeten heen willen lopen.”
“En dan?”
– “Dan weet je.”
“En dan?”
– “Dán kun je je paarden gaan mennen.”

☼ © Sharon Kersten, 18 september 2021



Het menselijke zoeken

In de vorige zaailing kon je lezen dat ik meer ruimte voor autonoom denken, voelen en handelen en voor ‘schouwen op afstand’ ervaar sinds ik mezelf bevrijd heb van veelvuldig ingeplugd zijn op allerlei netwerken van informatie. Er ontstond meer ruimte om werkelijk zélf tot gedachten te komen, mijn werkelijk éigen gevoelens te ervaren en handelingen vorm te geven vanuit een aansturing in mezelf. Ook het van een afstandje kijken naar dingen – in plaats van deel uit te maken van de dingen – werd makkelijker, waardoor er nieuwe perspectieven en inzichten ontstonden die niet makkelijk konden ontstaan toen ik me ín de informatiestromen bevond en deel uitmaakte ván die informatiestromen.

Eén van de dingen die sinds mijn ‘ont-plugging’ steeds scherper op mijn netvlies zijn komen te staan, is de enorm sterke mind-gerichtheid en ‘look at me‘-gerichtheid waaraan massa’s menselijke bewoners van deze wereld ten prooi zijn gevallen en die ons meer kwaad dan goed lijkt te doen.

Hoe meer ik met afstand kijk naar alle informatie die door ‘waarheidszoekers’ en ‘waarheidsroepers’ van allerlei pluimage wordt gepresenteerd – in alle gelederen en alle kanalen die deze realiteit rijk is – hoe meer ik mechanismen zie die me weinig positief stemmen omtrent de stand van zaken in deze wereld in het algemeen en de benaderingswijzen en uitingsvormen van het menselijke zoeken in het bijzonder.

De rabbit holes van deze wereld zijn diep, veel dieper dan zelfs veel doorgewinterde waarheidszoekers – in welk ‘kamp’ ook – beseffen. En wie er ook werkelijk aan de touwtjes trekt: zíj kennen de menselijke mind beter dan de mensen zelf. Zij weten hoe graag de ‘kleine ikjes’ zich belangrijk en ‘in control’ willen voelen, ten overstaan van zo veel dat we niet weten, niet begrijpen, niet kennen, niet kunnen doorgronden. Zij weten hoe graag we wél willen weten, wél willen doorgronden, wél willen begrijpen, zodat we wél ergens grip op kunnen hebben – en dat we onze **mind** daarvoor benutten, de enige ‘processor’ waarmee de meesten van ons op bewust niveau dagelijks werken.

Te midden van duizenden dwaalsporen maakt de menselijke mind-processor overuren, steeds verder afdalend in diepe rabbit holes die complete gangenstelsels blijken te zijn waarvan niemand weet waar ze uiteindelijk toe leiden.

De mens die wil weten duikt erin, graaft, graaft steeds dieper en komt terecht in werelden vol informatie, waarvan niemand echter met zekerheid kan stellen wie die informatie daar geplaatst heeft, wie die werelden gecreëerd heeft en wat er in die werelden werkelijkheid of illusie is.

Maar de mens wil wéten, zoekt, graaft, graaft dóór. En als hij of zij het zelf even niet meer weet, niet weet welke afslag te kiezen bij wéér een T-splitsing, wéér een kruispunt of wéér een rotonde in het gigantische gangenstelsel waarin hij of zij is afgedaald, dan is er altijd wel iets of iemand die hem of haar het gevoel of de impressie geeft dat die éne afslag meer waarheid zou bevatten dan de andere(n) en wordt er een keuze gemaakt die de andere mogelijkheden vanaf dat moment buiten beschouwing laat.

Zoekend en gravend in tunnels… treedt er onvermijdelijkerwijs tunnelvisie op. Maar wanneer medezoekers op precies hetzelfde punt in het gangenstelsel zijn aanbeland als jij, sterkt dat het gevoel ‘op de juiste weg’ te zijn. Samen voel je je sterk – en misschien wel bijzonder, menend dat alleen jullie de juiste weg aan het afleggen zijn. Maar hebben jullie het gelijk aan je kant, of zijn jullie in de greep geraakt van collectieve tunnelvisie, grenzend wellicht aan collectieve zinsbegoocheling of zelfs collectieve psychose – al dan niet geïnduceerd?

Zo veel mensen, zo veel percepties… maar niemand kan bewijzen dat zijn of haar visie onomstotelijk de enige ware of juiste is. En het kan niet anders zijn dan zo. Ongeacht hoeveel we weten of menen te weten: er is nog zo ontzettend veel dat we niét weten – en in onze huidige staat van zijn waarschijnlijk gewoonweg niet kunnen weten.

Maar de ‘kleine ikjes’ willen weten. Dus gaan ze zoeken. Verkennen. Graven. En wanneer ze iets ont-dekken waarvan ze menen dat het heel belangrijk is, hebben ze vaak een sterke behoefte dat wat ze ont-dekt hebben te delen met anderen.
Dat is menselijk, daar is niets vreemds aan. Er zijn tal van logische verklaringen te beschrijven waarmee geduid kan worden waarom iemand iets dat hij/zij van belang acht graag wil delen met anderen. En levend in een tijdsgewricht waarin er, in elk geval in de westerse wereld, een scala aan deelmogelijkheden tot vrijwel ieders beschikking staat is het ‘appeltje-eitje’ de eigen ‘ontdekking’ de wereld in te slingeren.

Er zijn legio platformen die gebruikt kunnen worden om een persoonlijk podium te creëren voor dat wat het kleine ikje zo graag wil uiten, wil vertellen, wil delen. En er zijn massa’s dopamine-verslaafden die op de verschillende platformen ingeplugd zijn – en door hun dopamineshots ingeplugd blíjven – die als ‘publiek’, of zelfs ‘volgers’, kunnen dienen.
Dit geeft het kleine ikje het idee dat er écht mensen bereikt kunnen worden vanaf het persoonlijke podium. Wie een behoefte voelt de eigen ontdekking te delen met anderen kan die behoefte tegenwoordig ‘in no time’ bevredigen.

Wat de meeste kleine ikjes echter niet in de gaten hebben, is dat de aansturingen die maken dát ze hun ontdekkingen willen delen grotendeels aansturingen zijn waarvan ze zich niét bewust zijn. Over het geheel van aansturingen dat maakt dat mensen hun ontdekkingen willen delen met anderen, hebben slechts weinigen bewustzijn. Vrijwel elke ‘deler’ zal kunnen verwoorden dat er op bewust niveau een aansturing van sociaal begaan zijn met de medemens speelt, maar de meeste ‘delers’ geven zich geen rekenschap van de meer ‘ondergrondse’ aansturingen die hen ertoe aanzetten hun ontdekkingen met anderen te delen: allerlei minder sociaal nobele aansturingen in de vorm van mechanismen die leegtes pogen te vullen. Leegtes die de mens nou eenmaal in zich draagt en die gekoppeld zijn aan basale behoeftes: behoeftes aan erkenning, gehoord of gezien willen worden, een verschil willen maken, een punt willen maken, opgemerkt willen worden… en tal van andere diep gewortelde behoeftes die we de meer ‘donkere’ schaduwkanten zouden kunnen noemen: de behoeftes van het ego van het kleine ikje – de naar narcisme neigende noden die in ieder van ons aanwezig zijn, of we dat nou erkennen of niet.

De talrijke social media platformen die deze tijd rijk is bieden ‘instant bevrediging’ van tal van behoeftes die in ons leven.
De tragiek van het gegeven dat dát is waarom we zo makkelijk te verleiden zijn tot het gebruiken van die platformen en het erop ‘ingeplugd’ blijven, dat het kanalen en uitlaatkleppen zijn voor noden die in ons leven, dat het ‘zelfmedicatie’ is die leegtes in onszelf vult of dempt, dat het pleisters plakt op en bandages windt om wonden die we niet willen voelen, zien of erkennen, ontgaat de meesten volledig.


De mens is druk bezig met het zoeken naar ‘waarheid’ in de buitenwereld en het delen van de – vermeende of waarlijke – ontdekkingen die in de zoektocht ‘daarbuiten’, onder aanvoering van de mind, gedaan zijn maar is behoorlijk blind ten aanzien van de waarheid over zichzelf… niet alleen nu, maar door alle tijden heen. Altijd zoekend buiten zichzelf… naar een sleutel die de deur zou kunnen openen tot informatie die ontbeerd wordt – een sleutel die gezocht wordt ofwel in de buitenwereld, ofwel in ‘de bovenwereld’, veelal in een queeste die geleid wordt door de mind. De persoonlijke onderwereld en de ándere ‘processoren’ die we als mens tot onze beschikking hebben, worden massaal gemeden – waardoor er op de eigen innerlijke aansturingen nauwelijks zicht is, terwijl zij een enorme wissel trekken op allerlei aspecten die aan de zoektocht in de buitenwereld gekoppeld zijn.

Het maakt niet uit naar welk tijdsgewricht we kijken; in alle tijden die ons bekend zijn maken we als mensheid telkens weer dezelfde fout: we richten onze blik massaal op ‘buiten’, of op ‘boven’ (wat slechts een andere vorm van ‘buiten’ is) en we benaderen en ‘processen‘ de informatie die we vinden vanuit een éénpolig bewustzijn: het mind-bewustzijn. Zelfs de tradities en volkeren waarvan we menen dat zij dingen ‘beter begrepen’ dan wij: op enkele uitzonderingen na hadden zij allen de blik gericht op een ‘buiten’, op iets búiten zichzelf dat ze probeerden te doorgronden, en benutten zij hoofdzakelijk hun mind (zij het soms op andere manieren dan wij dat nu doen) om tot inzichten en een expansie van bewustzijn te komen.
Het menselijke zoeken is van alle tijden en het leven – en zoeken – vanuit een éénpolig bewustzijn is de grote constante die we telkens weer kunnen opmerken. Tijdsgewrichten veranderen, specifieke scenario’s veranderen, status quo’s veranderen, maar de mens blijft (als collectief) telkens weer hetzelfde doen: zoeken buiten zichzelf, vanuit een éénpolig bewustzijn waarin de mind de scepter zwaait.

De moed en de bescheidenheid de wortel van dingen in onszelf te zoeken en de vastberadenheid in onszelf op zoek te gaan naar de andere ‘processoren’ die we tot onze beschikking hebben en de wegen die ons uit het éénpolige bewustzijn kunnen laten komen, om op dié wijze tot meer ‘weten’ te komen, zien we in slechts weinigen. Door alle tijden heen zijn de weinigen die probeerden het belang van schouwen, zoeken en vinden in jezelf duidelijk te maken impopulair geweest – en dat is vandaag de dag niet anders.

Telkens weer heeft ‘mentale informatie’ de voorkeur gekregen van de massa; altijd weer zijn groepen en subgroepen aangerend achter degenen die goed in staat waren hun mentale processor hard te laten werken en daarmee aspecten van potentiële realiteit te ‘ont-dekken’ en duiden. De ware weg naar binnen, die van het individu, af te leggen in je ééntje, afdalend van de mind naar de ‘graal’ diep in jezelf, is nooit populair geweest onder de mensheid. Nooit. Omdat het geen pad is dat aantrekkelijk klinkt, lijkt of is.
Het geeft geen voldoening aan de noden van het kleine ikje. Het levert geen aandacht, geen erkenning, geen bewondering, geen populariteit, geen heldenstatus op. Het creëert geen volgelingen. Het geeft geen gevoel van ‘macht’ of ‘controle’ hebben over aspecten van de buitenwereld. Het geeft niets van alle ‘beloningen’ waar de mens zo gevoelig voor is.
En wat het wel doet, is precies datgene waar het kleine ikje het liefst heel ver bij vandaan wil blijven: het confronteert je met jezelf, op allerlei lagen en velerlei manieren. Het brengt wonden, kwetsuren, blokkades, schaduwkanten, gevoelens van schuld en schaamte, pijnen en verdriet en allerlei emoties in je bewustzijn – niet alleen op mind-niveau maar ook op gevoeld niveau, in een belichaamde staat van bewustzijn. Het laat van alles zien én voelen dat niet fijn of leuk is om te voelen. Het confronteert je met dingen waar je liever niet naar kijkt of over praat, dingen die je liever niet wilt voelen of überhaupt zou willen weten, dingen die moeilijk en pijnlijk zijn om te erkennen en doorvoeld te ervaren en die je zeker niét op je persoonlijke podia tentoon zou willen spreiden.

Het menselijke zoeken zoals we dat massaal tot uiting zien komen in de buitenwereld wordt aangedreven door velerlei krachten en mechanismen die maken dat de kleine ikjes een bevrediging of ‘beloning’ willen behalen terwijl ze tegelijkertijd ver weg willen blijven van de diepste en ‘donkerste’ lagen van hun eigen innerlijke wereld – of we dat nou beseffen en erkennen of niet.

Het eindpunt van al ons zoeken lijkt echter alleen gevonden te kunnen worden via de weg naar binnen: een strikt individuele aangelegenheid, zonder ‘publiek’, zonder ‘volgers’, zonder ‘beloningen’ of snelle bevredigingen, die moed, bescheidenheid en kwetsbaarheid vereist evenals de bereidheid het éénpolige mind-bewustzijn los te laten, en die elk die deze weg gaat zal confronteren met gevoelens en gewaarwordingen die oncomfortabel zijn. Maar dát is de weg die we massaal niet willen gaan. Misschien niet alleen omdat het geen ‘snelle beloningen’ oplevert en het op aspecten oncomfortabel zal zijn, maar omdat we wellicht op een diep niveau voelen, of weten, dat wat we daar aantreffen voorgoed een aantal bubbels om zeep zal helpen. De bubbel van ons superioriteitsdenken en onze zelfoverschatting. De bubbel van onze ‘zelf-medicaties’ die ons geen stap verder helpen maar ons alleen maar verder bij onszelf vandaan brengen. De bubbel van ons denken dat er antwoorden, hulp, ‘redding’ of oplossingen ‘daarbuiten’ te vinden zijn. De bubbel van onze misplaatste overtuiging dat we alles zouden kunnen doorgronden en kennen met slechts onze mind, vanuit een éénpolig bewustzijn dat ons letterlijk maar de helft doet waarnemen van alles dat er is.

Misschien treffen we op de plek waar de weg naar binnen ons uiteindelijk heen leidt wel niks anders aan dan slechts een spiegel.
Of slechts een steen met de inscriptie ‘Dit is het’.

Misschien ervaren we dan dat we met al ons mind-denken al eonen in werelden van zelfgecreëerde illusies en spinnenwebben ronddwalen, telkens weer (werelden die wij, mensen, kunnen creëren omdát we de mind hebben die we hebben, waarvan de uiterst complexe werking ons nog steeds grotendeels ontgaat). Dat we telkens weer ronddolen in collectieve gangenstelsels. Dat we verkeren in collectieve zinsbegoochelingen waar we niet alleen onszelf maar ook elkaar telkens weer in doen belanden – waardoor de zelf-vervaardigde hamsterwielen voor het collectief nooit eindigen.

We hebben dit, als mensheid, al zo vaak gedaan. Maar we zijn zo enorm zelf-mijdend wanneer het gaat om het wíllen kennen van de diepere lagen, de ‘donkere’ plekken, de moeilijk te erkennen schaduwkanten en de complexe mechanismen in onszelf die we in beeld zouden moeten krijgen willen we de patronen kunnen doorbreken. We donderen steeds weer in dezelfde valkuilen. Tijden, omgevingen, scenario’s, middelen en hoofdrolspelers veranderen, maar de gedragspatronen van de mensheid ten aanzien van ‘zoeken’ blijven goeddeels hetzelfde.

Alle fantastische verhalen – over ‘5D’, een naderend ‘groot ontwaken’ en wat dies meer zij – van spreekbuizen van de New cAge gelederen en andere ‘sprookjesvertellers’ ten spijt: in termen van de expansie en evolutie van ons bewustzijn zijn we, als groep genaamd mensheid, nog steeds kleuters. Infantiel, nauwelijks zicht en grip hebbend op de werking van onze systemen en onze aansturingen maar onderwijl menend dat we ‘ontwikkeld’ zijn, sterk gericht, in allerlei opzichten, op ‘daarbuiten’, levend, kijkend en de wereld ervarend vanuit een éénpolig perspectief en een éénpolig bewustzijn, slechts schouwend door de lens van onze mind-pool, slechts verbonden met maximaal de helft van wie en wat we als mens werkelijk zijn.
De naïviteit van de huidige staat van ons mens-zijn is aandoenlijk. Pijnlijk en tragisch, maar ook aandoenlijk.
Het doet me denken aan die woorden van Shakespeare:

“All the world’s a stage,
And all the men and women merely players.”

Wil je niet langer ‘merely a player’ zijn? Verleg je focus dan naar je binnenwereld.
Maak de innerlijke queeste belangrijker dan het externe zoeken en het uiterlijke vertoon.
Het Oudgriekse aformisme ‘ken uzelf’ heeft nog niets aan kracht of waarde ingeboet…

© Sharon Kersten, 14 september 2021

PS Een dierbare vriendin van me schreef me na het lezen van deze flux: “Moeilijke materie. Maar fascinerend, ook.”
Indien ook jij deze flux als ‘moeilijke materie’ ervaart, weet: het klinkt/lijkt/is alleen moeilijk wanneer je in een éénpolig bewustzijn verkeert. Zodra je de verbinding met de tweede pool in jezelf hebt geactiveerd en je niet langer slechts vanuit mind-polariteit functioneert, klinkt bovenstaande opeens als totale logica en ‘gesneden koek’ – omdat je dan niet langer slechts ‘de helft’ van dingen waarneemt maar je de heelheid waarneemt, vanuit heelheid en een werkelijk belichaamde aanwezigheid in jezelf die rusten op en verankerd worden door jouw verbinding met de ‘graal’ in jezelf.

Iemands reactie op het lezen van deze tekst is in die zin een mooie graadmeter die duidelijk maakt in hoeverre iemands staat van zijn rust op een éénpolig bewustzijn of op een bewustzijn dat twee polen omvat die samen een geheel vormen.
Een éénpolig bewustzijn heeft moeite met deze materie omdat het de radertjes en machinerie van de mind doet ‘vastlopen’. De beperkingen van het éénpolige mind-bewustzijn maken dat de heelheid waar in deze tekst aan gerefereerd wordt niet echt kan worden ‘gepakt’, waargenomen en begrepen; er zijn twee actieve polen in de mens nodig om die heelheid te kunnen ervaren, vanuit een heelheid in de mens zelf – en wanneer die heelheid ervaren wordt, is de materie van deze zaailing opeens supersimpel, kraakhelder en volkomen logisch.


Sociale cohesie

Als je dit leest ben je waarschijnlijk oud genoeg om al op minstens twee decennia van levensjaren te kunnen terugblikken. Mogelijk heb je zelfs meerdere decennia van de vorige eeuw bewust meegemaakt. En als je zelf niet in de vorige eeuw hebt rondgelopen, dan heb je vast wel uit persoonlijke verhalen van degenen die behoren tot de generaties vóór jou begrepen dat heel veel ontwikkelingen die een flinke impact op ‘leven als mens in de westerse wereld’ hebben gehad in een razendsnel tempo zijn verlopen sinds de nadagen van de grote wereldoorlogen.

Het kan je dan niet ontgaan zijn dat de sociale cohesie die van oudsher mensen met elkaar verbindt binnen netwerken van medemenselijkheid gaandeweg de vorige eeuw steeds meer ‘gesloopt’ is en dat individualisme meer en meer hoogtij is gaan vieren.

‘Traditionele’ gezins- en familieverbanden waarin er sprake was van een stevige portie cohesie werden in de afgelopen eeuw steeds ‘losser’, door tal van factoren. Hand in hand daarmee kwamen er steeds meer mogelijkheden om je primair als individu ergens op te richten of mee bezig te houden. Deze mogelijkheden werden over het algemeen massaal als positieve ontwikkelingen gezien want hé, we konden ons op steeds meer manieren ontwikkelen als individu, konden steeds meer kiezen voor de dingen die we als individu graag wilden doen, vrij van gezins- en familieverbanden die door menigeen vaak als ‘knellend’ of ‘fnuikend’ werden ervaren.

Individualisme won meer en meer terrein, ten koste van sociale cohesie.
We ‘wonnen’ een hoop, maar daar hing wel een prijskaartje aan. De ‘kleine ikjes’ die zo blij waren met alle nieuwe mogelijkheden en de ’toegenomen vrijheden’ zouden op een later moment de rekening van de gevolgen van deze vernieuwingen gepresenteerd gaan krijgen – een rekening die hoger was dan ze destijds voorzagen.

~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~

Het is een mooie zomerse dag in augustus, in het kalenderjaar 2021.
Terwijl boven een monteur bezig is met het reviseren van mijn CV-ketel, reflecteer ik in het zonnetje over de talloze ontwikkelingen die in de westerse wereld in en voorafgaand aan mijn levensjaren hebben plaatsgevonden en die ons als ‘vooruitgang’ gepresenteerd zijn. Terwijl ik daarbij oog poog te houden voor – belangrijke – nuanceringen, onderbreekt Lux mijn mentale triatlon op de wijze die haar zo eigen is: rauw en wellicht wat kort door de bocht, met het hart op de tong.

“Natúúrlijk moest de sociale cohesie de afgelopen decennia gesloopt worden en moest het individualisme hoogtij gaan vieren. Alleen dán kun je mensen tegen elkaar opzetten” zegt Lux.

“Mensen die nog in een hecht sociaal verband leven en op talloze manieren nog échte, fysieke verbindingen met elkaar maken, mensen die dagelijks aan den lijve ervaren dat ze elkaar nodig hebben, dat dingen prettig en goed functioneren bij de gratie van samen, dat onderling respect de ‘lijm’ is van werkelijk SAMEN-leven en dat IEDERS leven ertoe doet, verdedigd en geëerd dient te worden… die mensen krijg je niet opgezet tegen elkaar en zijn niet te verleiden tot haat naar anderen alleen maar omdat anderen anders denken of zich anders gedragen. Die mensen springen VOOR ELKAAR in de bres, vormen een front en zijn niet uiteen te spelen.”

Ik hoor wat ze zegt.
En ik voel de waarheid in haar woorden.

Dié mensen, die Lux beschrijft… dat waren wij eens – en dat zijn wij ten diepste nog stééds, wanneer we alle onzin die ons is aangepraat van ons afwerpen. Wanneer we ons weer herinneren en weer gaan voélen wat het is om MENS te zijn.

Mens is van nature een voelend sociaal wezen, een groepsdier mét empathie. Of onze ‘kleine ikjes’ met al hun individuele belangen, noden, wensen en meningen het nu leuk vinden of niet: mensen zijn tribal creatures. En de tribe gedijt bij wezens die zich met elkaar verbonden voelen, elkaar respecteren en zich niet tegen elkaar keren.

De tribe, de groep, kan – en zal – alléén overleven wanneer er sprake is van cohesie, van samenhang, onderling respect en wederkerigheid en respect voor álle leven, van elk groepslid. Niet in ‘opgelegde’ varianten waarin ons vanuit autoritaire posities wordt toegeschreeuwd “we moeten het samen doen!” maar in een sfeer waarin dat wat ons ten diepste met elkaar verbindt wordt gevoeld, ervaren – en ons van daaruit aanzet tot datgene dat het meest natuurlijke is om te doen.

Ik realiseer me: terug naar voelen is de enige manier om het opgelegde tij dat mensen nu op allerlei manieren tegen elkaar opzet te keren. Terug naar voelen, en terug naar samen. In elkaars nabijheid zijn, elkaar écht aankijken, elkaar aanraken, weer voelen dat die ander net als jij een levend wezen is dat nét zo veel leven en keuzevrijheid verdient als jij, en dan sámen naar oplossingen zoeken zónder mensen uit te sluiten.

Wanneer we voelen met elkaar verbonden te zijn en elkaar nodig te hebben om als groep succesvol te kunnen functioneren en met en vanuit medemenselijkheid met elkaar te kunnen SAMEN-leven, wíllen we elkaar niet uitsluiten en zijn we er niet op uit elkaar op naargeestige wijzen te behandelen. Het is pas wanneer de factor medemenselijkheid ondermijnd is geraakt en het voelen afgestompt is geraakt dat mensen zich tegen elkaar kunnen keren.

“Onze natuurlijke sociale en empathische aard is preciés datgene wat gesloopt wordt – structureel, stapje voor stapje, al héél lang.” zegt Lux. “Verdeel en heers werkt alléén wanneer het lukt verdeeldheid te zaaien.”

“Laat je niet uitspelen” vervolgt ze. “Herinner je weer wie en wat je bent – MENS… : een sociaal, voelend wezen met empathie voor de anderen van ‘de groep’ die nét zo waardevol zijn als jij.

Menen dat je het allemaal alleen wel kunt, drijft je regelrecht in de klauwen van de krachten die slechts vrij spel hebben wanneer wij ons tegen elkaar laten uitspelen. Ja, je kunt veel alleen, heel veel. Maar de teloorgang van onze sociale cohesie is het ergste verlies dat we als mensheid kunnen lijden.

Zonder sociale cohesie verliezen we onze menselijkheid.
Zonder mede-menselijkheid verliezen we elkáár.
En zonder elkaar verliezen we allemáál…”

© Sharon Kersten, 25 augustus 2021


Translate »
error: Content is protected !!

Deze website maakt gebruik van cookies. Door gebruik te maken van deze website ga je hiermee akkoord. Meer informatie

Deze website maakt gebruik van essentiële cookies die als doel hebben de website goed te laten functioneren en van eenvoudige cookies die je in staat stellen de content van deze website te delen via een aantal social media platformen. Deze website maakt géén gebruik van cookies die aan advertenties of gerichte tracking-doeleinden gerelateerd zijn. Meer informatie over cookies en de bepalingen die daarover middels de Cookiewet zijn vastgelegd vind je op de pagina 'Cookieverklaring', te bereiken via de hyperlink 'Cookieverklaring' onderaan deze webpagina. Meer informatie over het cookie-gebruik van www.sharonkersten.com en de redenen daarvan vind je in de privacyverklaring, te bereiken via de hyperlink 'Privacyverklaring' onderaan deze webpagina. Door verder te navigeren op c.q. gebruik te maken van deze website ga je akkoord met het cookie-gebruik van www.sharonkersten.com. Als je niet akkoord bent met het cookie-gebruik van deze website word je vriendelijk verzocht geen gebruik te maken van deze website.

Sluiten