Loslaten

In deze intense tijden worden velen van ons geconfronteerd met processen van loslaten. Visies, conditioneringen, levenswijzen, gedachtegoed, manieren van zijn en manieren van dingen doen: er wordt massaal van alles losgelaten.

Hand in hand daarmee zien velen zich nu ook geconfronteerd met het moeten loslaten van mensen – mensen met wie we eens van alles deelden, beleefden en gemeen hadden, maar met wie we nu nog onvoldoende ‘common ground’ ervaren om nog langer samen door één deur te kunnen gaan op een wijze die voor beide partijen prettig of acceptabel is of die beide partijen recht doet.

Deze loslaatprocessen zijn vaak allesbehalve makkelijk – en in veel gevallen ronduit moeilijk, pijnlijk en verdrietig makend. Maar soms is laten gaan de keuze die het meest van liefde en respect getuigt – méér dan per se willen vasthouden en zo in fricties verstrikt raken die alleen maar tot verkrampingen en ‘gevechten’ leiden.

Liefde en respect betekent soms ook: loslaten.
Zodat er weer ‘lucht’ kan komen en beide partijen weer het ‘Lebensraum’ krijgen dat zij, ieder voor zich, verdienen.

Wijsheid is weten wanneer los te laten.

En loslaten in rust, met vrede in je hart, ís mogelijk.
Ook al lijkt dat soms niet zo en kan het even duren voordat je zo ver bent….

Liedje: ‘Elk einde is een nieuw begin‘.

☼ © Sharon Kersten, 26-08-2020, toen gepubliceerd op deze Facebookpagina.


Zij…

Ik wist het wel, dat ze een rol in zijn leven speelde, maar ik had geen idee hoe groot haar rol was.

Ik wist van haar bestaan; daar had hij nooit over gezwegen.
En ik geloofde hem toen hij me zei dat niet zij, maar hij de regie in handen had.
Dat hij controle over haar had. En dat haar invloed op hem wel meeviel.
Ik geloofde hem, toen hij dat zei.
Omdat ik hem wílde geloven.
Omdat ik mensen op hun woord wil kunnen geloven, ook al is me dat in dit leven al vaak duur komen te staan.

Ik wist van haar bestaan en ik wist dat ze regelmatig tijd samen doorbrachten, vaak met name in de kleine uurtjes.
En eigenlijk heb ik ook altijd wel geweten dat hij méér tijd met haar doorbracht dan hij mij vertelde, meer uren en op meer momenten in de week dan hij beweerde, maar hij vertelde me telkens dat het allemaal geen kwaad kon en geen bedreiging was voor ons, en ik koos ervoor hem te geloven.
Als ik hem niet op zijn woord kon geloven, wat hadden we dan überhaupt samen?

Ze bleek echter wel degelijk een bedreiging te zijn. Op allerlei manieren die ik niet had voorzien – manieren die ik niet had kúnnen voorzien, aangezien ik niet eerder met dit bijltje had gehakt.

Ze lag niet met hem in bed, maar kaapte wel zijn geest.
Ze deed niets dat ik ‘overspel’ zou kunnen noemen, maar berokkende wel schade op vele fronten.

Ze vertroebelde zijn geest, structureel.
Ze vormde een aanslag op zijn fysieke gestel, op zijn nachtrust en op zijn gemoedsrust.
En ze voedde zijn angsten en onzekerheden, hetgeen zich meer en meer tegen míj ging keren.

Onder haar invloed werd ík steeds meer als ‘de vijand’ gezien.
Door haar invloed ging hij kwaad spreken over míj, omtrent zaken waar ik part noch deel aan had en die alleen maar aan háár influisteringen ontsproten waren – aan haar influisteringen en de sabotage-acties die híj daardoor in onze relatie bracht.

De mensen tegen wie hij zich negatief over mij uitte, wisten echter niets van de schaduwen op de wand die hij meende te zien, onder invloed van haar.
Zij wisten niets van de spoken in zijn geest die zíj liet uitgroeien tot monsters.
Zij wisten niet dat zijn smaad over mij slechts berustte op door háár gecreëerde hersenspinsels en de acties waar zij hem toe aanzette, gericht tégen mij.

Listig als ze was, plantte ze zaadjes van verderf en wantrouwen in zijn geest en bouwde ze in stilte aan schimmen die hem uit zijn slaap hielden.
En langzaam maar zeker wist ze het zo te draaien dat hij mij als een vijand, een bedreiging ging zien – een bedreiging van de status quo van wat zíj met elkaar hadden.

Hoe meer tijd hij met haar doorbracht, hoe vermoeider hij werd en hoe slechter hij eruit ging zien.
En hoe meer hij haar aan zijn lippen liet komen, hoe verwarder hij werd en hoe meer moeite hij kreeg met in het hier en nu aanwezig zijn wanneer ík bij hem was.

Steeds vaker sprak hij kwetsende woorden en deed hij rare dingen, onder invloed van haar.
Dingen die absoluut niet oké waren, maar die ik vaak met de mantel der liefde bedekte en liet passeren – niet altijd, maar vele malen vaker wel dan niet.
Slechts wanneer het écht niet door de beugel kon wat er onder haar invloed gebeurde, gaf ik tegengas.
Maar vele malen zweeg ik liever, omdat ik zo graag de liefde wilde laten winnen, en wilde laten zien dat mijn liefde wél echt was – in tegenstelling tot wat zij hem wijsmaakte.

Maar hoe groot de mantel der liefde ook was die ik over hem en ons heen spreidde, telkens weer: het mocht niet baten.
Zij, met haar verleidelijke vormen en listige streken, won steeds meer terrein.
En hij had het niet door. Zag het niet. Of wílde het misschien niet zien…

Hoe het ook zij: zíj had hem in haar macht en de liefde die hij voor mij had sneuvelde onder haar invloed meer en meer.
Hij werd harder, steeds harder. Botter. Steeds kwetsender.
De empathie die eens in hem was brokkelde steeds verder af, terwijl het egocentrisme groeide.
Logisch, zie ik nu: zíj was gebaat bij zijn egocentrisme, en zeker niet bij empathie naar anderen.

Waar ik probeerde dingen een gezondere richting op te sturen door hem tot inzichten en groei aan te zetten, keerde zij zich steeds feller tegen mij. Uiteraard: zij was fel gekant tegen elke verandering ten goede die voor háár verhouding met hem het einde zou betekenen…

Zij was duidelijk niet blij met mijn aanwezigheid in zijn leven en naarmate de tijd verstreek begon ze hem steeds meer te manipuleren en zijn geest steeds meer te vergiftigen.

Onder haar invloed begon hij steeds meer leugens te vertellen.
Werd ik steeds vaker zwartgemaakt, terwijl zij volledig buiten schot werd gehouden.
En nóg bedekte ik hem met mijn mantel der liefde, omdat ik zag wie hij óók was, op de zeldzame momenten waarop zij niét aan de touwtjes trok.

Hij had me gezegd dat het allemaal wel meeviel.
Dat zij geen bedreiging was.
En dat hij de controle over haar had.
Maar niks was minder waar, weet ik nu.

Zij heeft altijd álle controle gehad.
En hoe meer ik zijn hart aanraakte en zijn ziel beroerde, hoe feller zij ging strijden om hem voor haarzelf te behouden.

Door haar toedoen is de liefde kapot gemaakt – zó vaak gekwetst en geschoffeerd dat de liefde uiteindelijk niet anders meer kón dan met een gebroken hart en haar mantel en ziel onder de arm het pand verlaten.

Waar zij heerst, kan liefde niet leven, niet winnen.
Waar zij heerst, worden alleen maar mensen diepgaand gekwetst en beschadigd en kunnen harten niet anders dan sneuvelen.
Waar zij heerst, wordt alles dat goed is kapot gemaakt.

Zij, met haar verleidelijke vormen, haar bedwelmende aard en haar vertroebelende effect…

Zij, de listige verleidster die haar prooi kost wat kost wil vasthouden in het alles verwoestende web waar zij hem in gevangen heeft…

Zij, de giftige verleidster genaamd Alcohol.


© Sharon Kersten, 22-09-2020

Op 8 oktober gepubliceerd, na schriftelijk akkoord van ‘hem’ die ik met heel mijn hart toewens dat hij de kracht en de moed gaat vinden zich van ‘haar’ te ontdoen. Ik ben hem heel erg dankbaar voor zijn akkoord bovenstaande tekst te delen met een breder publiek, opdat velen er iets aan kunnen hebben.

Hoe ik er nu op terugkijk, lees je hier.


Je kunt een rups niet meenemen naar vlinderland

Well… you can try, but it’s a recipe for disaster.

Het wereldbeeld en de ervaringen van een vlinder zijn wezenlijk en diepgaand anders dan het wereldbeeld en de ervaringen van een rups. En hoewel een vlinder nog herinneringen kan hebben aan hoe het was een rups te zijn, is het onmogelijk een rups al te laten zien, weten of ervaren hoe het is een vlinder te zijn. De rups ís daar nog niet en kan zich van veel dingen die de vlinder al ervaren heeft nog totaal geen idee maken, simpelweg omdat deze behoren tot een andere ‘realiteit’ dan de realiteit van de rups.

Als de rups het pad van zijn evolutie volgt, doorgroeit en zich verder ontwikkelt, zal ook hij op een dag kunnen ervaren hoe het is een vlinder te zijn. Maar tot die dag spreken vlinder en rups in veel opzichten een totaal andere taal, gebaseerd op een compleet ander wereldbeeld en wezenlijk andere ervaringen.

Hoe graag we het als ‘vlinders’ soms ook zouden willen: we kúnnen ‘rupsen’ niet bij de hand pakken en meenemen naar de fase van groei, ontwikkeling en ‘evolutie’ waarin wij ons bevinden. Elke rups heeft zijn eigen pad te gaan en moet zélf willen uitgroeien tot vlinder en doen wat ervoor nodig is dat te laten gebeuren – zoals ook wij dat zelf hebben moeten doen. Pas dán zullen we ‘dezelfde taal’ met elkaar kunnen spreken en kan communicatie stromen zonder wederzijdse frustraties en zonder in ‘strijd over gelijk’ te ontaarden.

Aan alle ‘vlinders’ die het prachtige vlinder-potentieel kunnen zien dat de rups in zich draagt en die niets liever willen dan dat hun geliefde rups zo snel mogelijk de vlinder zal zijn die zij al kunnen zien, voelen en gewaarworden: je kunt je geliefde rups niet meetrekken naar ‘vlinderland’, hoe graag je dat ook zou willen. Sommige dingen hebben we zélf te doen, allemaal. En op het pad van evolutie en transformatie dat een rups in een vlinder transformeert kan geen enkele fase worden overgeslagen.

Wens je geliefde rups alle liefde toe die in je is, maar staak je pogingen de rups naar ‘vlinderland’ te trekken. Zo werkt het simpelweg niet. Nooit. Een rups kan nu, op dit moment, alleen maar de rups zijn die hij/zij nu is.
Het pad om een vlinder te worden is beschikbaar voor je rups, zoals dat voor elke rups beschikbaar is. Of dat pad genomen en volbracht gaat worden, kan alleen de rups zelf bepalen.

Je kunt de rivier niet duwen.
Je kunt gras niet sneller laten groeien door eraan te trekken.
En je kunt een rups niet meenemen naar vlinderland.
Hoe graag je dat ook zou willen.

❤️

☼ © Sharon Kersten, 11-06-2020


“Er moeten mensen zijn die zonnen aansteken…”

“Er moeten mensen zijn die zonnen aansteken
voordat de wereld verregent;
mensen die zomervliegers oplaten
als ’t ijzig wintert
en die confetti strooien tussen de sneeuwvlokken.
Die mensen moeten er zijn…

Er moeten mensen zijn die aan de uitgang van ’t kerkhof ijsjes verkopen
en op de puinhopen mondharmonica spelen.
Er moeten mensen zijn die op een stoel gaan staan
om sterren op te hangen in de mist,
die lente maken van gevallen bladeren
en van gevallen schaduw, licht.

Er moeten mensen zijn die ons verwarmen
en die in een wolkeloze hemel
toch in de wolken zijn,
zó hoog,
ze springen touwtje langs de regenboog
als iemand heeft gezegd:
“Kom maar in m’n armen”.

Bij dat soort mensen wil ik horen:
die op het tuinfeest in de regen blijven dansen
ook als de muzikanten al naar huis zijn gegaan.

Er moeten mensen zijn die op het grijze asfalt
in grote witte letters ‘LIEFDE’ verven;
mensen die namen kerven in een boom vol rijpe vruchten
omdat er zoveel anderen zijn die voor de vlinders vluchten
en stenen gooien naar ’t eerste lenteblauw
omdat ze bang zijn voor de bloemen
en bang zijn voor “ik hou van jou”.

Ja, er moeten mensen zijn met tranen als zilveren kralen
die stralen in het donker
en de morgen groeten
als het daglicht binnenkomt op kousenvoeten.

Weet je, er moeten mensen zijn die bellen blazen
en weten van geen tijd,
die zich kinderlijk verbazen
over iets wat barst van mooiigheid.

Ze roepen van de daken dat er liefde is, en wonder;
als al die anderen schreeuwen: “Alles heeft geen zin!”
dan blijven zij roepen: “Nee, de wereld gaat niet onder”
en zij zien in ieder einde weer een nieuw begin.

Zij zijn een beetje clown,
eerst het hart en dan het verstand
en ze schrijven met hun paraplu “I love you” in het zand
omdat ze zo gigantisch in het leven opgaan
en vallen
en vallen
en vallen
en opstaan.

Bij dat soort mensen wil ik horen:
die op het tuinfeest in de regen blijven dansen
ook als de muzikanten al naar huis zijn gegaan.
De muziek gaat door
De muziek
gaat
door…”

© Toon Hermans


Fight-Flight-Freeze voorkomen: veiligheid en verbinding vinden in het ‘groene’ hier en nu

In onrustige tijden waarin we veel prikkels, veel onzekerheden, een grote mate van stress en veel spanningsvolle momenten te verduren krijgen, komen onze innerlijke systemen flink onder druk te staan. En dat doet een hoop met ons.
Op mentaal, psychisch en emotioneel vlak kunnen we dan te maken krijgen met gevoelens van overweldiging en een scala aan moeilijk te hanteren emoties en gemoedstoestanden, terwijl ons autonome zenuwstelsel – dat niet onder invloed staat van onze wil en bijna alle onbewuste functies en processen in het lichaam regelt – te kampen krijgt met specifieke veranderingen die kunnen optreden ten gevolge van een toename van stress.

Onderstaande afbeelding liet ik mensen tot nu toe alleen zien tijdens individuele consulten, wanneer hun specifieke individuele situatie daar aanleiding toe gaf. Vandaag heb ik echter besloten deze afbeelding hier te publiceren en er een blog aan te wijden, omdat de huidige periode zó rijk aan spanningen, onzekerheden en stress is dat deze informatie nu voor ons allemaal van waarde is – voor onszelf én voor de mensen om ons heen.

Energieën van onrust, onzekerheid, zorgen, stress en angst bewegen momenteel als grote golven door het collectieve veld heen en linksom of rechtsom, in meer of in mindere mate, krijgen we daar in deze periode allemaal op enig moment ‘een tik van mee’. Weten wat je kunt doen om ervoor te zorgen dat je zo veel mogelijk in een staat van relatieve ont-spanning kunt blijven verkeren, of weten wat je kunt doen om daarnaar terug te keren als je er even ‘uitgehaald’ bent, is van grote waarde in tijden als deze.

De afbeelding die je hier ziet maakt duidelijk wat er in ons gebeurt wanneer spanning, stress en/of opwinding ons uit een staat van ont-spanning halen (de groene zone) en we meer en meer terechtkomen in de zijnstoestanden waar we in ‘overlevingsmodus’ schieten (de rode en blauwe zone).

De groene zone: ont-spanning

Wanneer we ons in de groene zone bevinden, ervaren we een staat en een zekere mate van ont-spanning. Er kan dan evengoed wel wat sprake zijn van factoren die stress, spanning of opwinding creëren, maar deze zijn nog redelijk goed tot goed te handelen en gaan niet met ons aan de haal.

Een beetje groen, een beetje rood: spanning & herstel

Wanneer de stress, spanning of gevoelens van opwinding toenemen, of langdurig aanhouden, riskeren we terecht te komen in het gebied waar groen overgaat in rood. De golvende lijn die daar te zien is, illustreert hoe we ‘tussen groen en rood heen en weer kunnen gaan’ wanneer we afwisselend in staten van (relatieve) ont-spanning en in staten van spanning verkeren: soms komen we even in het rode gebied terecht, maar het lukt ons ook nog onszelf weer in de ‘groene zone’ te brengen. De dingen die in de groene zone genoemd worden helpen ons in een (relatieve) staat van ont-spanning te blijven óf daar weer te komen. Bewust aanwezig zijn in het hier en nu, goed gegrond zijn, mindful zijn en erin slagen je te verbinden met vreugde, empathie, compassie en creativiteit helpen allemaal om in het groene gebied te verblijven óf daarnaar terug te keren wanneer we even in ‘rood’ terecht zijn gekomen.

De rode zone: flight of fight

Wanneer het niet meer lukt onszelf nog terug te brengen naar de groene zone, komen we terecht in het gebied waar onze basale overlevingsmechanismen geactiveerd worden. Afhankelijk van de situatie én van hoe jij als mens zelf in elkaar zit, kunnen er dan 2 dingen gebeuren: óf je komt in ‘flight’-modus terecht, óf de ‘fight’-modus wordt geactiveerd.

Als je in de ‘flight’-modus schiet, gaan gevoelens van zorgen, nervositeit, angsten en paniek met je aan de haal en zou je eigenlijk het liefst willen vluchten, wég van de dingen die de vervelende gevoelens triggeren en voeden. Zou de ‘flight’-modus een stem hebben, dan zou deze je dingen zeggen als: “Maak je uit de voeten; zorg dat je wegkomt van de dingen die je nu bedreigen en verzwakken!” In ‘flight’-modus duik je – energetisch gezien – in elkaar, maak je je klein in een poging jezelf te beschermen en zet je overlevingsmechanisme je aan tot het zoeken naar een uitweg uit de ellende, een ontsnappingsroute, een nooduitgang die je kunt gebruiken om je uit de voeten te maken, weg van stress, spanning en opwinding die je overhoop halen.

Kom je in de ‘fight’-modus terecht, dan spelen er gevoelens van frustratie, irritatie, boosheid en woede op: gevoelens die je niet aanzetten tot vluchten, maar juist tot het ‘aangaan van een gevecht’ met datgene wat je bedreigt en zo veel onrust creërt. De gevoelens die opspelen worden zodanig gekanaliseerd dat we ‘vechtgedrag’ gaan vertonen, in een poging dat waar we last van hebben te ‘bevechten’ en er op die manier vanaf te komen. Zou de ‘fight’-modus een stem hebben, dan zou deze je dingen zeggen als: “Laat je niet op de kop zitten! Vecht terug! Laat zien/horen dat je dit niet pikt!”

In de rode zone gaan de stress, spanning en opwinding die we ervaren flink met ons aan de haal, maar hebben we nog wel het gevoel iets te kunnen doén dat kan bijdragen aan het verminderen van de stress die we ervaren – ofwel door te vluchten, ofwel door te vechten. Heel anders is dit wanneer de stress, spanning en opwinding zó intens zijn dat we in de blauwe zone terechtkomen:

De blauwe zone: freeze

Eenmaal in de blauwe zone zijn we voorbij het punt van overweldiging gekomen en hebben we niet meer het gevoel nog iets te kunnen doen dat kan bijdragen aan het verminderen van de intense stress en spanning die we ervaren. De spanning is simpelweg té groot, de stress té intens en we voelen ons er compleet overweldigd door. Het gevoel zelf nog iets te kunnen doen om de situatie te veranderen is er niet meer; het heeft plaatsgemaakt voor gevoelens van machteloosheid en krachteloosheid, voor een ‘ik kan hier niks aan veranderen’.

De mate en intensiteit van de spanning en stress waar we mee te kampen hebben wanneer we eenmaal in de blauwe zone terecht zijn gekomen, is te veel, te groot, te overweldigend en we voelen al onze kracht uit ons systeem stromen. We voelen ons machteloos, zwak, hulpeloos en kunnen geen energie meer aanwenden om nog te vluchten of vechten. In plaats daarvan ‘bevriezen’ we. We voelen ons immobiel, ‘verlamd’ door de situatie. Het enige dat we nu nog kunnen doen, is proberen alle vervelende gevoelens te verdoven, te dempen, of ons daarvan te dissociëren. En ondertussen bereiden we ons voor op het ergste, want de situatie waar we ons nu in bevinden voelt zo hopeloos en uitzichtloos dat we ons (bijna) niet meer kunnen voorstellen dat het nog beter kan worden.

De weg terug: hulp, hoop & handvatten

Zoals de dikke zwarte lijn in bovenstaande afbeelding laat zien, is het niet zo dat we ons permanent in ‘flight’, ‘fight’ of ‘freeze’ bevinden. Gebeurtenissen kunnen ons vanuit een staat van (relatieve) ont-spanning in een staat van ‘flight’ of ‘fight’ brengen en van daaruit kunnen we doorschieten naar een staat van ‘freeze’, maar in principe blijft niemand permanent in één van deze staten verkeren.

Hoe kom je úit de blauwe zone en uit de rode zone? Door dingen in te zetten die de gevoelens die dáár spelen, afzwakken. En dat kan op velerlei manieren. Hulp is altijd zeer welkom – en vaak niks minder dan essentieel om iemand weer uit een staat van ‘freeze’ te krijgen – en handvatten (hebben of aangereikt krijgen) die helpen de staat van ‘bevriezing’ te ontdooien en de overlevingsmechanismen van ‘vluchten’ of ‘vechten’ tot rust te brengen, zijn je beste ‘medicijnen’ hier.

In een staat van ‘freeze’ betekent dit dat er middelen of mensen nodig zijn die je helpen uit de dissociatie, de verdoving en de depressie te komen en gevoelens van schaamte, hulpeloosheid, hopeloosheid en uitzichtloosheid te verzwakken of overkomen, zodat je je eigen energie weer kunt gaan voelen en kunt laten stromen en er weer hoop gloort aan het einde van de tunnel.
Wat is de beste remedie tegen een staat van ‘bevrorenheid’? Warmte – in al haar vormen. De warmte van een luisterend oor, begripvolle ogen, warme schouders waar je je even aan vast kunt houden en de stem van iemand die je een ander perspectief aanreikt, steun aanbiedt en je eraan herinnert dat je niet hulpeloos bent, dat je situatie niet hopeloos is, dat je niet krachteloos bent maar dat je slechts in een staat van verlamming terecht bent gekomen omdat het je even allemaal te veel is geworden – en dat je daar weer uit kunt komen, met hulp en handvatten die een hoopvol perspectief openen.

In een staat van ‘flight’ of ‘fight’ zijn er middelen of mensen nodig die je helpen weer meer te ontspannen, zodat de gevoelens die je flight-mechanisme of je fight-mechanisme aanjagen tot rust kunnen komen. Wat zijn de dingen die je daarbij kunnen helpen? Alle dingen die je helpen in de groene zone te verkeren, in de staat van ont-spanning:

  • Bewust in het hier en nu aanwezig zijn en je in het hier en nu verbinden met dingen die voedend voor je zijn en die een grondend, centrerend en ontspannend effect op je hebben.
  • Je verbinden met mensen en elementen in je omgeving die een positief effect op je hebben – die je helpen je weer te verbinden met gevoelens van vreugde, warmte, ontspanning, liefde en veiligheid.
  • Mindful aanwezig zijn op je eigen vierkante metertje en je aandacht dáár houden (in het bijzonder bij de elementen die je gevoel van veiligheid en verbinding voeden), om onnodige overweldiging door veel te veel prikkels te voorkomen.
  • Ervoor kiezen met een blik van openheid, nieuwsgierigheid en compassie naar de wereld om je heen – én naar jezelf! – te kijken en jezelf zo de kans geven te ervaren wat dát met je doet.
  • Je creativiteit aanboren en laten stromen, zodat je jouw scheppingskracht weer kunt gaan voelen en je ‘aan den lijve’ ondervindt dat jij wel degelijk verschil kunt maken in deze wereld, ongeacht de situatie waarin je je bevindt.

Alle dingen die in de groene zone benoemd zijn, helpen ons enorm om zo veel mogelijk in de groene zone te zíjn en te blijven. En er zijn talloze andere dingen die in de groene zone opgeschreven kunnen worden en die allemaal kunnen bijdragen aan het verkeren in een staat van ont-spanning en het ervaren van verbinding en veiligheid in jezelf en in relatie tot de omgeving. Een aantal andere dingen die helpen om zo veel mogelijk ‘in de groene zone te zijn’, zijn:

  • meditatie
  • massage
  • lachen, vreugde ervaren, zingen, muziek maken
  • fysiek bewegen, dansen, spanningen uit je fysieke lijf laten wegvloeien
  • wandelen in de natuur
  • betekenisvolle verbindingen met vrienden onderhouden
  • constructieve, prettige dingen ondernemen met vrienden of geliefden
  • een vriendelijke uitreiking doen naar anderen
  • de nieuwsstroom / mate van prikkelende informatie die je tot je neemt beperken.

We kunnen angstige gedachten en overprikkelde zenuwstelsels helpen weer tot rust te komen door dit soort eenvoudige dingen te doen die ons terugbrengen in een staat van kalmte, openheid en sereniteit, waar we op ons best zijn en het beste in staat zijn de problemen die er zijn met creativiteit en vindingrijkheid het hoofd te bieden.

De middelen die ons helpen zoveel mogelijk in de groene zone te zijn, nemen geen problemen weg die er feitelijk zijn in de wereld waarin we verkeren. Maar zij stellen ons wel in staat anders om te gaan met die problemen en bij het samenleven met of aangaan van die problemen te handelen vanuit een plek van sereniteit, kracht, creativiteit en medemenselijkheid.
Het alternatief is dat we de problemen het hoofd proberen te bieden vanuit gevoelens van boosheid, angst, depressie en uitzichtloosheid.

Hoe lastig, moeilijk, zwaar, onzeker, uitdagend, veelvragend en complex de situatie ook is waar we ons nu met z’n allen in bevinden: we hebben altijd een keuze. En wanneer we ervoor kiezen zo veel mogelijk terug te keren ‘in het groen’ en op die manier heel dichtbij ons ware, authentieke zelf te zijn en te blijven, kunnen we een deel van de oplossing zijn.
Wat jij doet, welke keuze jij maakt, maakt een groot verschil – voor jou én voor degenen met wie je verbonden bent.

Ik wens je veel ‘groen’ toe:
veel balans – waar je zelf een verantwoordelijkheid voor draagt,
veel natuur – waar je een onlosmakelijk deel van bent,
en veel liefde, die je hopelijk rijkelijk laat stromen.

Big Love,
Sharon

☼ © Sharon Kersten, 03-04-2020

Met de jaren leerde ik…

Met de jaren leerde ik
dat liefde niks met prinsen en witte paarden te maken heeft
en alles met liefhebben op ontelbare subtiele
vaak ‘kleine’ maar heel grootse
manieren.

Dat liefde niet schreeuwt
maar zachtmoedig is,
niet over dramatiek gaat
maar over echte, échte verbindingen
en over stiltes die spreken over
dat wat niet in woorden uit te drukken is.

Over aanrakingen op zielsniveau
en hartritmes die synchroon lopen.
Over herkenning en respect,
de moed volkomen kwetsbaar te zijn
en het vertrouwen dat dat bij de ander in veilige handen is.

Over de bereidheid alles wat eng is te doen
alles wat moeilijk is aan te gaan
en als het nodig zou zijn alles te riskeren
om alles te beschermen
en alles te winnen.

Ik leerde dat liefde soms voor zwijgen kiest
in plaats van voor praten
om in de stilte te beschermen
wat door woorden beschadigd zou kunnen worden.

Dat liefde zich laat zien in gedragingen
die zonder expliciete woorden zeggen
‘ik kies nu bewust voor dit maffe gedrag,
deze grap, deze ijsbreker,
om de liefde te beschermen
en zo te voorkomen dat zij misschien
door andere woorden beschadigd zou kunnen raken’.

Ik leerde hoe liefde spreekt uit
“vertel me over je dag”
“laat het me even weten als je weer veilig thuis bent”
en
“doe een jas aan, anders vat je kou”.

Ik leerde de liefde lezen
in twinkelingen in ogen
in omhoog krullende mondhoeken
in rimpeltjes die zichtbaar worden wanneer ogen stralen
in warme omarmingen, ook als zij niet fysiek waren
in vragen over wat me bezighield
in oprecht luisterende oren
in presentie in plaats van absentie als het leven even moeilijk was
in veiligheid die geboden werd, door te blíjven waar anderen afhaakten
in geen weerstand tegen mijn minder leuke trekjes
in geen gevecht maar koestering, zowel in woorden als in daden
in geen angsten voor dat wat in mij soms somber en donker is
in schouder aan schouder staan, kome wat komen zal
in onvoorwaardelijkheid en totaal vertrouwen
in ontwapening
en onzichtbare draden die voor eeuwig verbinden
en in de momenten waarop mijn ziel gestreeld werd
en zich door subtiele aanrakingen diepgaand gekoesterd voelde.

Ik leerde dat de grootsheid van liefde vooral spreekt
uit vele ‘kleine’ dingen
die stuk voor stuk immens zijn.

En hoe meer ik dit leerde,
hoe meer ik me geliefd wist
en hoe meer ik míjn liefde kon laten stromen
naar daar waar liefde werkelijk was.

 

☼ © Sharon Kersten, 27-04-2017


error: Content is protected !!

Deze website maakt gebruik van cookies. Door gebruik te maken van deze website ga je hiermee akkoord. Meer informatie

Deze website maakt gebruik van essentiële cookies die als doel hebben de website goed te laten functioneren en van eenvoudige cookies die je in staat stellen de content van deze website te delen via een aantal social media platformen. Deze website maakt géén gebruik van cookies die aan advertenties of gerichte tracking-doeleinden gerelateerd zijn. Meer informatie over cookies en de bepalingen die daarover middels de Cookiewet zijn vastgelegd vind je op de pagina 'Cookieverklaring', te bereiken via de hyperlink 'Cookieverklaring' onderaan deze webpagina. Meer informatie over het cookie-gebruik van www.sharonkersten.com en de redenen daarvan vind je in de privacyverklaring, te bereiken via de hyperlink 'Privacyverklaring' onderaan deze webpagina. Door verder te navigeren op c.q. gebruik te maken van deze website ga je akkoord met het cookie-gebruik van www.sharonkersten.com. Als je niet akkoord bent met het cookie-gebruik van deze website word je vriendelijk verzocht geen gebruik te maken van deze website.

Sluiten